Jan-20: 1240 Oostenrijk Inn

Gisteren (16 september) was dus een optimale fietsvakantiedag, met maar een smetje. Die rookkamer bleek dus een ware ramp. Alle 1-persoonskamers waren onder het schuine dak. Dat komt vaker voor en het extra traplopen ben ik al een beetje gewend. Wat dat betreft gunstig dat ik maar 10kg bagage heb, die ik over 1 arm kan dragen zodat ik m’n andere hand voor de leuningen kan gebruiken. Maar dakkamers hebben ook een nadeel. De ramen zitten hoog en daardoor wilde deze keer de zware asbaklucht er niet uit. Erg jammer. Ben dus ook een groot voorstander om rokers zo’n toeslag te vragen, dat zij het roken op de kamer zullen laten en dat alleen buiten doen of in een rookzaaltje. Voor zo’n hogere prijs is reden genoeg. 90% van de hotelbranden worden door bedrokers aangestoken en het schoonmaken van zo’n kamer is meer werk. Ik denk ook dat veel uitbaters hun complete hotel rookvrij hebben, want tot Wasserburg had ik er gelukkig geen last van.

Inmiddels was het weer ook behoorlijk omgeslagen. Het was zwaar mistig. De stad kon ik niet meer vanaf de heuvel zien. Op de dikke mist na was het wel droog en besloot ik verder de Inn stroomopwaarts te volgen. Al snel trok de mist op en alleen boven de rivier bleef wat liggen.


Langs de rivier ging her en der een fietsroute. Veel stelde dat niet voor, vaak was het van die grove stenen die ik ook al ervaren had langs het Main-Donaukanaal. Ik fietste dan ook regelmatig wat verder van de rivier weg door wat kleine dorpjes, maar ook dat was niet zo’n succes. Als die wegen voerden terug naar de grote weg die naar Rosenheim leidde. Niet zo erg, want die stad wilde ik wel bekijken. (Toen nog in de wetenschap dat dit misschien de plaats van de Paus was. Bij AltÖtting was ik er toen nog niet zeker van en onderweg zit ik niet door Wikipedia te bladeren.)

Rosenheim is een aardige stad. Het is groter dan alle steden die ik na Landshut had gezien. En ook in Rosenheim lagen diverse straten open, net als in de dorpen er omheen. Van een bouwstop door de recessie was hier niets te merken, eerder een bouwversnelling. Al klunende bereikte ik het centrum waar een kleine markt was. Mijn aanschaf was 220 gram banaan, bij de bananenboer rechts net buiten de foto.

En van de Paus zag ik in dit stadje geen duidelijke sporen. Ik vroeg me ook af of ik vanaf hier zou treinen. De reden waren regenwolken. Het regende nog niet, maar met wat langere armen kon ik die wel grijpen. Op de landkaart zag ik dat er verder richting Oostenrijk ook wat aardige stadjes (met station, je weet maar nooit) waren en ik waagde het er dus op oom door te fietsen.

Dat ging redelijk goed. De fietsroute langs de rivier werd beter met mooi asfalt en door een mooi natuurgebied. Dat sloeg om in een militair gebied. En net toen ik zo ongeveer midden op een legerplaats in een compleet verlaten bos verdwaalde, barste de bui los. Jammer, want ik zag hem komen en had een halfuur eerder een extra soepstop ingelast onder een restaurantluifel in Nussdorf. Maar ja, toen kwam die bui (nog) niet en stapte ik maar weer op.

Gelukkig hield de bui al na 10 minuten op. Het was ook goed te zien hoe de buien achter mij aan kwamen. Dus snel doorgefiets naar een volgende plaats die in Oostenrijk zou liggen. De grens langs de Inn bestond voor mij uit 1 fietspad/paardenbordje. Er stond niet dat ik Oostenrijk binnenging en ook niet dat ik Duitsland verliet. Het enige was dat de ruiters uit Duitsland mochten omkeren, want die mochten niet op het Oostenrijkse deel van dit fietspad.

Qua geografie was de grens een stuk duidelijker. Ik fietste een kloof in met rechts en links hoge bergen. Dat bleek een uitkomst. Die kloof zorgde ervoor dat de buien in Duitsland bleven. Schijnbaar waren ze te breed. Na een kilometer werd het pad ploseling een stuk beter. Schitterend breed asfalt zoals ik in Beieren nog niet had meegemaakt. Ik had nog altijd flink voor de wind (die kwam dus wel door de kloof) en ging als een speer.

Ik was dus zo in Kufstein, het dorp was erg kitsch. Stampvol met touristen, waarvan een groot deel de toegang tot de vesting blokkeerden. Misschien was de vesting wel erg mooi, maar een kaartje kopen zag ik niet zitten. Als me dat al zou lukken voor sluitingstijd. Ook hier was het verkeer in het dorp een puinhoop, maar dan wel 10 keer zo erg als in Wasserburg. Hier stond gewoon alles de hele tijd stil. Wat is een fiets dan bijzonder handig. Overnachten zag ik dan ook niet zitten. Daarbij was de zon doorgebroken, de temperatuur was een graad of 23, de buien waren compleet buiten beeld achter de hoge bergen en nog een stukkie doorfietsen zag ik dus weer helemaal zitten.

De fietspaden langs de Inn bleven goed. De volgende grotere plaats met hotels (en station) was Wörgl. Ik vond zo’n stationstad erg belangrijk in geval het de volgende dag erger zou gaan regenen en ik weg wilde treinen. Daarbij had Wörgl een behoorlijke keuze aan hotels. Ik kon dus voor iets simpelers kiezen en kon daar zonder moeite terecht. Deze keer eerst goed de kamer geroken en die was 100% rookvrij.

Het was een oud groot gebouw met van voor tot achter een 6 meter brede gang. Mijn fiets mocht in die gang staan en daar hadden nog 10 fietsen tegenaangezet kunnen worden eer er doorloopproblemen zouden ontstaan. Dit stadje had ook geen groot centrum en was wat dat betreft niet veel beter dan Kufstein. Voordeel was wel dat ik hier geen tourist of touringcar gezien heb. Ik had dus een ruime keus aan vrije plekken in diverse restaurants. In mijn gedachten zag ik al de lange rijen voor de kassa’s van de vreetschuren in Kufstein.

Hier ging ik zitten, zag alleen localo’s en kreeg snel mijn eten tegen een afbraakprijs. Ik ben al gewend dat ik in Duitsland moeiteloos een goede hoofdmaaltijd met een 0,5 liter bier voor 10 euro krijg. Hier kostte die constructie nog maar 7 euro. En ik had echt niet te klagen over de kwaliteit, smaak of een tekort aan voedsel. De kok annex ober was een Italiaan die heerlijk kleine warme broodjes bij mijn tonijnsalade serveerde. Bier had ie alleen alcoholrijk. Ik raakte er aan een locale frisdrank. De smaak had iets weg van cider, en het had weinig caloriën. Het was goed te drinken. Na flink zoeken heb ik de naam boven water, het was Almdudler kruidenlimonade. Blijkt, nu ik het nazocht, dat Oostenrijkers dit op Cola na het meeste drinken.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2010-01-20, in Zwerfmatig-9 en getagd als , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 4 reacties.

  1. Ik mis alleen de bananenboer. Ik zie alleen maar bloemen, of ik kijk niet goed…

  2. @Me!: Je hebt gelijk, ik heb de text een heel klein beetje aangepast.

  3. Ik heb erg goede herinneringen aan Wörgl; mijn Opa en Oma woonden aan het station. Prachtige omgeving en de omgeving is prachtig daar!

  4. @Stro: Het is zeker een prachtige omgeving die prachtig is. :-) Mocht het je was zeggen: Ik heb in de Neu Post overnacht en die zag er veel ouder uit dan de Alte Post die aan de overkant van de weg staat.
    Het leuke is dat de Beierse aanloop tot Oostenrijk vrij vlak is met lage heuvels. Bij de grens verandert dat spontaan en schieten zomaar de hoge bergen uit de grond. Dat ging bij mij vooral zo omdat die hoge bergen door de mist een erg lang niet te zien waren.

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s