Jan-28: 1472 Fernpass

Vanuit Inzing besloot ik nog wat door te fietsen met de Inn mee stroomopwaarts. Gisteren was me dat goed bevallen, alhoewel die vallei wel erg vlak was. Deze dag (19 september) begon minstens zo vlak en ook hier liep de Innfietsroute weer vooral tussen de rivier en de spoorlijn. Die spoorlijn was overigens akelig rustig.

Dat terwijl ik de trein als 1 van de weinige uitwegopties zag. Als ik helemaal met de rivier zou meefietsen, dan kreeg ik op de grens met Zwitserland een pass van 2200 meter om de oren. Mijn fietscondities was inmiddels prima, maar zoiets ging me nog net wat te ver. En dan is de trein natuurlijk ook een uitkomst.

Voor het weer hoefde het niet, het was heerlijk zonnig. En met 28 graden rond het middaguur zelfs een tikkie te warm. Bij Stams trof ik een mooi klooster met hoge bomen. Ik kon daar lekker in de schaduw zitten en zag dat meer fietsers dat deden. De zonnewijzer boven hun toegangspoort was indrukwekkend en leek me zeer nauwkeurig. Alleen stond de zon er nog niet op en dan heb je er niet veel aan.


Voor Ötztal-Bahnhof veranderde de vlakkigheid. Langs de rivier verschenen kleine heuveltjes en werd het bosrijk. Ik zag dat laatste wel zitten, maar ging daar zo in op dat ik er een beetje verdwaalde. Geen bordje van de Innradweg meer te bekennen en ook geen bordjes naar Imst, de volgende grote plaats. Daarentegen trof ik hekken waar ik schijnbaar door mocht. De paden werden onverhard en ik zag allemaal maffe kleine pijltjes.

Opeens stonden er 15 mountainbiksters tegenover me. Althans een stel meiden dat op zo’n fiets reed en dat schijnbaar voor het eerst in hun leven deden. En zij vroegen aan mij de weg. Aan de zon te zien kwam ik niet verder dan dat Innsbruck achter me lag en Zwitserland voor me. Dit bleken overigens de roodhelmen te zijn. 500 meter verder fietste net zo’n groep, maar die hadden allemaal een groene helm en ook een set met papieren. Ik was dus in een of ander mountainbikepark beland.

Met mijn dikkere banden (en zonder helm) was het goed te doen. De rest die hier zonder bagage en zonder spatborden rondreed kon me niet bijbenen. En opeens was ik er ook uit. Dat wil zeggen ik kwam bij de rivier die ik zo’n 80 meter dieper naar me toe zag stromen. Daarna nam ik op de gok nog wat padjes en reed ik via de vuilstort Ötztal-Bahnhof binnen in. Geen bezienswaardig dorp, maar ze hadden er wel een supermarkt met lichte frisdrank.

Ik zag hier ook weer bordjes van de Innradweg, maar meer dan 2 waren het er niet. Na 4 x vastlopen in wat kleine woonwijkjes snapte ik wat de bedoeling was. Ik stond voor een prachtige smalle tuibrug en die was er speciaal voor de fietsers. Met mijn blik op oneindig probeerde ik mijn hoogtevrees te onderdrukken en stak de rivier over. Aan de andere kant lag een klein gehucht met 3 straten en die waren alle 3 compleet opgebroken. Mijn mountainbikerij ging dus nog een stukje door, maar nu over grof puin.

Daarna kreeg ik een mooi fietspad langs de noordoever. Ook hier leuke heuveltjes, maar met het mooie asfaltpad was dat eerder leuk dan hinderlijk. Net voorbij Roppen ging het pad weer naar de andere kant en had ik een mooi uitzicht op Roppen. Inmiddels fietste ik in een kloof en werd het vechten wie langs de Innoever mocht. De auto’s hadden dit verloren en waren verdwenen. En ook de fiets moest het afleggen tegen de trein (-tje). Om er nog langs te kunnen kwamen zeer steile delen tot een procent of 20. Het hoogteverschil viel erg mee.

Bij Imst kon ik om de bergenrij aan de noordkant kijken en zag daar het mooie Gurgldal. Volgens de landkaart was hier ook een pas en die was maar 1200 meter. Dat moest te doen zijn, de Inn lag inmiddels al op 600 meter, dus hoefde ik nog maar 600 te klimmen om uit deze vallei te komen. Daarbij leek het me ook geen grote drukke weg. Kortom ik sloeg flink rechtsaf en verliet de Inn.

Dat klimmen begon zo langzaam dat het niet merkbaar was, maar ook niet erg opschoot. Bij Nassereith moest ik de grote weg verlaten, die werd voor fietsers verboden. Dus even door het dorpje gekard en aan de andere kant van het dorp mocht ik weer op dezelfde grote 2-baansweg. Vanaf daar werd het drukker en begon het goed te stijgen. Die drukte bestond vooral uit campers en caravans. Zij hadden het ook moeilijk om naar boven te komen net als ik, maar ik moest het opnemen tegen 28 graden. Niet de helling, maar de temperatuur.

Helemaal boven kregen de auto’s nog een laatste tunnel die voor mij verboden was. Niet erg, want ik kreeg de oude weg bijna geheel voor mezelf. En het ging nu lekker naar beneden. Aan de andere kant was het wel 10 graden kouder en bewolkter. En bij Ehrwald viel daar een beetje regen uit. Vanaf hier fietste ik met een noodvaart langs de Loisach. En naast me was er elk kwartier een Duitse trein te bekennen, die dit stukje van Oostenrijk regelmatiger bediende dan wat ik langs de Inn had gezien.

10 km verder ging ik de grens over zuisde ik nog steeds lekker bergafwaarts. Ik was toen ook zo in Garmisch van Partenkirchen. Partenkirchen had ik ooit al eens gezien en vond ik toen niet veel. Dus deze keer het centrum van Garmisch opgezocht. Dat zag er beter uit, een groot stuk was autovrij en er waren behoorlijk wat touristen. Hotels waren er dus ook inclussief eentje die me wel wat leek. De prijs en de kamer waren prima en in enkele minuten was ik keurig onderdak.

Niet dat ik haast had, maar ik had inmiddels 119km gefietst en de pass had me in combinatie met de warme flink gaar gemaakt. Later op de avond de stad wat beter bekeken. Echt bezienswaardig vond ik het niet, dus die touristen zullen daar wel vanwege de bergen komen. Grote restaurants waren afgeladen met die lui. Wat dat betreft trof ik het met een klein achteraf eetcafeetje. Een gewoon café die ook goeie pizza’s serveerde. Daar zaten alleen localo’s en het was er bar simpel en gezellig.

Toen ik vertelde dat ik op de fiets over de Fernpass was gekomen, trokken m’n tafelgenoten wit weg. Eentje stamelde ‘Mag dat eigenlijk wel?’ Volgens mij wel, ik had zoals gewoonlijk goed opgelet. Dat ik er geen andere fietsers zag vond ik niet zo vreemd. In Oostenrijk waren de fietsers alleen in de dorpen, in dat mountainbike-gebied en op het Innfietspad te vinden.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2010-01-28, in Brugmatig, Zwerfmatig-9 en getagd als , , , , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 4 reacties.

  1. Ik kan me voorstellen dat men daar niet zo gewend is aan fietsers die van die toeren uithalen. Garmisch is dacht ik toch een echt ski-dorp.

  2. Onvoorstelbaar wat jij allemaal op een dag kunt doen.

  3. @Me!: Het probleem is dan weer hoe je dan wel die pass en de grens over kan komen. Fietswegwijzers heb ik er niet gezien.

  4. @Dhyan: Deze aflevering heb ik wat te lang gemaakt. Ik had moeite om er meer uit te schrappen.

  5. Ik wandel daar graag, maar fietsen? Nee dat is mij te heftig.

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s