Mrt-09: 16 Roerganger

Op 28 september 2011 heb ik eerst nog wat foto’s in Monschau gemaakt. Daar was het wederom schitterend weer voor. Tijdens dat fotograferen zag ik aan ‘het einde’ (er van uit gaand dat ik vanaf de zuidkant aan het begin Monschau binnenfietste) een wegwijzer naar rechts met daarop Eupen (B). Dat was m’n bedoeling. Eupen is de hoofdstad van Duitstalig Wallonië en heeft een directe (te) strakke weg met Monschau die ik al eens in tegenrichting heb gefietst.

Eigenlijk had ik de hoop dat nu zo’n 20 jaar later er een soort aardig fietsalternatief zou zijn. Niet dat die weg toen druk was, maar ik wil wel eens wat anders zien. Dat andere gebeurde toen ik door bleef fietsen. De smalle dorpsstraat ging over in een stukje weg voor hooguit wat aanwonenden en ook die hield op. Er ging alleen nog een fietspad rechtdoor. Ik snapte dus niet waar die autowegwijzer naar Eupen op sloeg, of het moest al zijn dat ik vlak daarna een linkaffer had gemist. Ergens links was een bouwput en misschien lag daar wel de weg achter richting Eupen. Mij maakte het niet uit, ik bleef de fietsbordjes volgen die niet meer dan een kleine rode pijl bevatten. Die dingen tref je vaak in Duitsland om aan te geven dat je met de fiets verder kan.

En dat kon dus. Wel werd het een puinpad vlak langs een rivier die stroomafwaarts ging. Een erg mooi bosgebied, met alleen riviergeruis. Ik kon toen al bedenken dat ik langs de Rur fietste, die door Monschau stroomt en in Roermond uitmondt in de Maas. Ik begreep dus ook wel dat ik van België af fietste, maar dat moest later wel te herstellen zijn. Eerst dit maar eens bekijken. Uiteindelijk steeg het pad met een procent of 15 en werd met een ondergrond van grof los puin afstappen. Bovenaan trof ik een normale asfaltweg. Compleet verlaten. De keuze was linksaf omhoog of rechtsaf naar beneden, waar ook de rode fietspijl naar wees. Andere wegwijzers waren er niet en in mijn visie kon omhoog wel een eindigen in een dorp, maar niet in Belgique. Ik volgde dus de pijl naar beneden en een mooie route bracht me zo in Einruhr (dus Een aan de Rur/Roer en niet aan de Ruhr wat je met deze plaatsnaam zou verwachten. De Ruhr stroomt door het Ruhrgebied en dat is 150km noordwestelijker.).

Daar had ik een prachtig uitzicht over een glad meer met bondgekleurde bomen er omheen. Amerikanen gaan voor dit soort uitzichten hun ‘Indian Summer’ in Canada vieren, maar hier kan dat dus ook. Op de heuvel links gaat een grote Bundesweg omhoog waar veel vrachtverkeer reed. Als in naar België wilde, dan had ik me daar bij moeten voegen. Het leek me niet aantrekkelijk. Daarbij zag ik een plattegrond met allemaal van dit soort stuwmeren met daar omheen risten recreatieve fietspaden. Eigenlijk trok me dat veel meer. Na een halfuurtje heerlijk over het meer staren hakte ik de knoop door en besloot ik de Rur via dit mooie gebied verder stroomafwaarts te volgen. Ik was hier ook nog nooit geweest, telkens fietste ik er op gepaste afstand omheen om hier niet vast te lopen.

Vastlopen gebeurde niet, alle prutpaden liepen goed door. Wel vreselijk slingerend waardoor ik hemelsbreed weinig voortgang maakte. Af en toe dichtbij een meer op meerniveau, maar ook heel vaak verder van het meer op flinke hoogte. Op een stuwdam een kommetje soep genoten. Voor de zomerse temperatuur van ruim 25 graden hoefde het niet, maar ik had er gewoon trek in en frisdrank had ik zelf bij me en al eerder aangeslagen in Einrur. Bij Hasenfeld hield dit merenfeest op en kon ik verder langs de Rur stroomafwaarts. Ook dat slingerde als een gek. Een poging om wat van die rivierlussen af te snijden bracht me op een flink hoge heuvel. Zo ongeveer de laatste, want daarna werd het een stuk vlakker. Ik kwam zo door Nideggen, wat een aardig plaatsje is, maar kitserig aandeed. Was dit poortje niet gewoon 5 jaar terug nagebouwd?

Naar beneden fietste ik over kleinere wegen het grotere Düren in. Onderweg was de Eifel opgehouden en dat was te merken aan veel meer verkeer en veel meer verkeerslichten. Ik ben eerder in Düren geweest en nu leek het wel een stuk groter en drukker. En dat groter was hoofdzakelijk te vinden in lelijke grijze Hema-achtige gebouwen. De zon redde het niet om dat op te fleuren. Hier moest ik zo snel mogelijk door en de Rurradweg leek me daar de oplossing voor. Die heb ik al eens gevolgd tussn Jülich en Roermond en nu wilde ik dat in elk geval doen tussen hier en Jülich. Het malle is dat ik al tussen Monschau en hier de Rur was gevolgd, waarbij me de bordjes van de Rurradweg niet waren opgevallen. Ik meen er een gezien te hebben bij Einrur maar die wees een hele andere kant op.

Nu ging het wel goed en trof ik langs de Rur mooie recreatieve fietspaden die me naar Jülich brachten. Dit gebied is vrijwel vlak en loop met ongeveer een kwart procent naar beneden, waarbij ik per 3 kilometer links een Wihr (klein watervalletje) in de rivier zag. Onderweg trof ik medefietsers, maar veel waren het er niet. Lanks de stuwemeren waren duidelijk meer fietsers te vinden. In Jülich zou ik kunnen overnachten, dat had ik al eerder gedaan. Toch was het daar wat vroeg voor en de hotels zijn er redelijk duur. Dat deed me besluiten om door te fietsen naar Linnich. De vorige keer viel me op dat dit plaatsje ook wel wat moest hebben. En ik trof inderdaad een pension wat niet opendeed. Treurig was ik er niet om, zo florisant zag dit pension en deze plaats er niet uit.

Het was nu wel tegen zessen en verder doorfietsen met de Rur mee wilde ik niet. Dus ging ik alsnog linksaf richting België en kwam zo langs de Würm, een rivierdal waar een belangrijke spoorlijn Aachen-Mönchengladbach door gaat. (Dat heb ik net opgezocht, destijds zag ik alleen dat het dubbelbaans met bovenleiding en regelmatig een grote treinen was.) Na wat gehuchten bracht de Würm me in Geilenkirchen. Daar trof ik in het centrum meteen een 1-sters hotel wat ik wel zag zitten. Ze hadden een gezellig vol terras en de kamer was mij goedgenoeg. Het was daarbij na 7’en en dan nemen mijn lastige slaapwensen duidelijk af. Want ja, ik kende deze plaats van het vliegtuiglawaai. Maar dat hoorde ik er niet, verkeers- en trein-lawaai evenmin. Pas de volgende morgen tijdens het inpakken dreunde het gebouwtje uit haar voegen toen er dus zo’n groot luchtmonster opsteeg. Of dat een Awacs of een Antonov was kon ik niet bekijken.

In het stadje trof ik een überromantisch Italiaans restaurant, waarbij hun binnenpleintje alleen verlicht was met kaarslicht. De menükaart lezen was niet eenvoudig en ik heb dan ook geen idee wat ik besteld heb. Wel was het avonds nog warm tot zwoelgenoeg voor korte mouwen. Leter nog wat nagebierd op het terras onder mijn slaapkamer. Deze dag had ik 113km gefiest, waarvan ruim 90 in de nabijheid van de Rur. Ik vond me dus achteraf gezien een roerganger.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2012-03-09, in Zwerfmatig-11 en getagd als , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 3 reacties.

  1. Dat is al lekker bij mij in de buurt…

  2. Het zal wel gesmaakt hebben neem ik aan; een überromantisch restaurant nog wel :-)
    Nou ja, als roerganger heb je dat na 113 km ook wel verdiend.

  3. @Bertie: Speciaal nog even verder gespeurd, waarbij ik het bonnetje vond. Het heette Casa Leonardo. Ik at er (hoe kan het ook anders) de huispizza. :-)

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s