Mrt-23: Brenz-Ommetje

In Schwäbisch Hall viel het ontbijt me enorm mee. Eigenlijk gewoon standaard. Er zat nog een andere pensiongast te ontbijten, maar de rest was al aan de arbeid. Het werd me duidelijk dat dit een pension was voor werknemers en niet voor zakenreizigers of managers. Even later werd m’n fiets uit de bierkelder gehesen via een steile stenentrap en een buitendeurtje van 1,3 meter hoog. In dit soort situaties ben ik blij met een lichte fiets van 14kg en m’n flink ingekorte stuur. Met het originele stuur was dit een stuk lastiger geweest.

De 8e fietsdag begon zonnig en niet veel later lokte dat een laatste foto van Schwabisch Hall uit. Het ‘fietspad’ langs de Kocher had ik zo weer te pakken. Een paar kilometer verder slingerde het riviertje hier zo sterk en lag ie zo uitgesleten diep dat een fietspad erlangs niet meer mogelijk was. Ik werd getrackteerd op wat landweggetjes die flink heuveltje op en heuveltje af gingen. De 50 meter hoogteverschil was daarbij niet het probleem, en het mooie asfalt evenmin. Maar geregeld tot 20% stijgen en dalen en het van hot naar her slingeren deed me besluiten om het op te geven. Dit schoot geen meter op en viel in de categorie hoe houdt men fietsers bezig.

Inmiddels zag ik op 1 van de ‘toppen’ de grote B19, waar ik langs en op mocht. Die weg had helemaal geen hoogteverschil en zo kwam ik moeiteloos in Gaildorf. Druk was die B19 niet en of er af en toe fietspaden langs waren kan ik me niet meer herinneren. Die grote weg was trouwens zeer onaantrekkelijk voor doorgaand verkeer omdat ie net als de rivier ennorm slingerde. Zelf was ik er prima mee geholpen en ergens na Untergröningen stapte ik weer over op de landweggetjes met de bordjes van de Kocherroute.

Na Absgrund ging dat eindelijk weer een beetje langs de rivier. Dat deze dag kouder zou zijn was voorspeld. Uiteindelijk werd het 18 graden. In dit gedeelte werd het echter ook dreigend, met zware bewolking, maar het bleef de hele dag droog. M’n doel was eerst maar eens naar de bron van de Kocher te fietsen. Daarbij kwam ik door het grotere Aalen waar ik al eens had overnacht. Deze keer hield ik het bij bankhangen, met een flesje sterk aangelengde cola en een pak scholiertjes.

Ik twijfelde of ik wel verder moest gaan omdat het weer hier op z’n donkerst was en Aalen van alles is voorzien. Maar het bleef droog en de volgende grote stad Heidenheim was niet zo ver. Dus fietste ik na Oberkochen de ‘Europese Waterscheiding‘ over. Meer Kocher was er niet en aan de andere kant van deze ‘pass’ begon de Brenz. Als ik nu in de rivier piste, dan zou dat de Zwarte Zee vergelen en niet meer de Noordzee. De afgelopen dagen had ik weinig geklommen en ik vond nu thuis met Google uit dat dit punt maar 510 meter hoog is. Vorodeel was wel dat ik vanaf hier weer langzaam naar beneden ging.

In Heidenheim was het weer iets zonniger; zware wolken maakten plaats voor lichtere. Nou had ik al eens verzonnen om niet meer in Heidenheim te overnachten. In een ver verleden eens gedaan en ook toen al begreep ik dat de grote bedrijvigheid rond die stad voor de hoge hotelprijzen zorgde. De aardige hoteleigenaar had me destijds gewezen op de meer touristische plaatsen in de omgeving, waar je meer B&B’s kunt vinden. En dat klopt, want jaren later sliep ik in Aalen voor de helft van zijn prijs.

Dus dat ik na Heidenheim door zou fietsen had ik onderweg wel bedacht. Zeker nu het weer weer zonniger werd. De eerstvolgende plaats van betekenis zou Giengen zijn, ook aan de Brenz met het voordeel dat ik daar nog niet eerder was geweest. Eens kijken of ik daar iets kon vinden. In Herbrechtingen (die 2 aantrekkelijke hotels had) zag ik de Brenz weer stromen met een fietspad ernaast. Dus besloot ik dat te doen. Ik belandde in een prachtige vallei met mooie rotspartijen. De rivier maakte daarin een 180 graden bocht. Ik zag er alleen fietsers en een stel overstekende koeien.

Achterafgezien had ik op die koeienplek een zijweg naar Giengen moeten treffen, maar mij is die totaal niet opgevallen. Ik had de indruk dat ik niet uit deze kuip kon ontsnappen anders dan terug op verder met het fietspad mee. Ik heb een hekel aan terug en dus werd het verder. Daarbij snapte ik dat ik een ‘foutje’ had gemaakt. Ik fietste niet langs de Brenz stroomafwaarts, maar stroomopwaarts om na een kilometer of 10 weer terug te komen bij Herbrechtingen, waar nog steeds die hotels stonden. Eigenlijk was het daar tijd voor geworden. Maar na 2x dat dorp te hebben doorkruist leek het me toch beter om naar Giengen te gaan.

Dus volgde ik nu de wegwijzers langs de grotere wegen en nam ik een andere afslag die me zo in Giengen bracht. En bij binnenkomst, via een fietsstraat, had ik meteen een hele goede indruk. Ze hadden een leuke aparte kerk, waarschijnlijk ontworpen door een vuurtorenbouwer. Aan de markt was een groot hotel, maar die kon wel eens prijzig zijn. Dus eerst maar verder rondgekeken. Verder viel tegen. Ik vond geen andere slaapplaatsen. Dus dan toch maar bij het grote hotel vragen. Daar werd ik zeer bits aan de deur te woord gestaan. Hij was vol en verder was er volgens hem niets in Giengen te vinden. Ik kon het beter in Herbrechtingen of een andere plaats proberen.

Herbrechtingen was niet ver, maar ik heb een enorme hekel aan terugfietsen. Dus bedacht ik maar verder te fietsen. Na een paar honderd meter dacht ik wat een onzin, zou dat verhaal van die chagrijn wel kloppen? Ik had al eerder een leuk oud gebouwtje gezien met ‘Brauereigasthof’ boven de deur. Daar ook maar eens om advies vragen. Binnengekomen stonden er wat mensen te wachten en kwam er een vrouw van achter aangelopen die zei: ‘Ah, u bent ook een pelgrim opzoek naar een slaapplaats?’ Dus zei ik gekscherend: ‘Vandaag ben ik ook een pelgrim.’

Op deze plek waren geen slaapplaatsen meer, maar ze hadden een dependance bij de brouwerij, net buiten het stadje. Ik trof er een zeer doorsnee hotelletje met beneden een vol restaurant en boven prima kamers, tegen een zeer normaal tarief. En dat buiten het stadje was maar een paar meter. Binnen 600 meter lopen stond ik in het centrum. Die fraaie kerk lag in een pelgrimsroute, maar was helaas dicht. Ook de volgend morgen kon ik er niet in.

Door het gedwaal had ik deze dag 125 km op de teller staan. Ik kon beneden in het restaurant eten, maar deed dat niet omdat ik voor het eerst een Grieks restaurant zag. Onbegrijpelijk, want Duitsland staat vol met Griekse restaurants. Door hun gegril, oliegebruik en ruime keuze in kleinere gerechten hou ik er van. Ook dit restaurant zat rond een uur of 8 nog flink vol en ik heb er prima gegeten.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Geplaatst op 2013-03-23, in Zwerfmatig-12 en getagd als , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 3 reacties.

  1. Eten weten ze wel te waarderen in Duitsland, en vaak tegen hele normale tarieven. Mooi gebied waar je was. Vooral Schwäbisch Hall kan me wel bevallen aan de foto’s te zien.

  2. @Sjoerd: Duitsland heeft erg veel mooie steden. Dat Schwäbisch Hall daar bij hoorde had ik nooit bedacht/gehoord. Ik ken de plaats al heel lang van naam en eigenlijk heb ik er nog nooit iets over gehoord in de media of via kennissen. Zelf vond ik het mooier dan bijvoorbeeld Koblenz of Trier. Maar Rothenburg/Tauber, Nördlingen en Bamberg zijn nog stukken mooier. En eigenlijk laat zoiets zich erg slecht vergelijken. Maar als je in de buurt bent is het zeker een aanrader.

Reaxi - Mailadres hoeft niet. Zie: Ximaar?! ↑↑

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s