Dec-23: Naar Pappenheim

Op maandagochtend 10 september begon de dag met mooi zonnig weer en een voedseljuf die niet te vinden was. De voorgaande avond werd me verteld dat het ontbijt in de kleine eetzaal op de 3de verdieping was, omdat er niet zoveel hotelgasten waren. Ik vond er stoelen tafels, borden en een radio. Maar voor de rest niemand. Terwijl ik daar toch op de afgesproken tijd was. Ben ook even naar beneden geweest, maar daar was alles dicht en donker. Dus eerst maar inpakken en later nog eens kijken. De situatie was een kwartier later niet anders, maar nu trof ik halverwege een meisje dat in een gangkast rommelde. Zij bleek de eetzaaljuf te zijn en had het ontbijtbuffet toch maar in het eetcafé beneden opgesteld. Helaas had ze daar niet de deur opengezet of ook maar een lampje aangedaan of wat muziek.

Het ontbijt was verder goed en ik was na wat werklui de enige in een groot eetcafé. Ik had ook zo zonder betalen weg kunnen gaan, zo verstrooid was ze en vooral lichamelijk afwezig. Probleempje was wel dat mijn fiets in de keldergarage stond. Nadat ik betaald had vertelde ze me dat de fietsdeur al los was. Ik had dus kunnen vertrekken zonder te worden opgemerkt, zelfs na het nuttigen van het ontbijt.

Als eerste ging ik met de Altmühlradweg naar Pappenheim. Vanaf hier stond dat op elk fietsbordje en was dus niet te missen. Nu begon de Altmühl pas echt te meanderen en was het pachtig fietsen. Wel een groep van 50 fietsers ingehaald. Ouderen met allemaal hetzelfde helmpje en eenzelfde fietstas. Gelukkig fietsten ze niet in een groep maar verspreid. Met een sprak ik even en die vertelde dat het allemaal Oostenrijkers waren.

Pappenheim ligt in een lus van de Altmühl. Het zag er aardig uit en heeft een burcht. Ik had er goed aangedaan hier niet te overnachten, want zoveel stelde het niet voor. Pappenheim zag ik al een jaar of 10 terug op de kaart, maar de voorgaande fietstochten kwam ik niet in de buurt of vergat ik er op af te fietsen. Deze keer dus niet. Iedereen kent de uitdrukking ‘Ik ken mijn Pappenheimers.‘ Maar ik vind dat je dat pas mag zeggen als je een Pappenheimer gesproken hebt. Helaas lagen die allemaal nog te maffen.

Ik fietste verder langs de Altmühl stroomafwaarts. Erg mooi en erg veel slingerweggetjes. Zo kwam ik langs een mooie rotswand die de naam 12 apostels draagt. Dat zal wel op een informatiebordje hebben gestaan, maar ik zag het nu pas (3 maanden later) op Google-maps. Iets verder trof ik een vlaflip electricitietshuisje met de kleur van chocoladevla boven en vanillevla onder.

Verder met de Altmühl mee zou ik via Eichstätt in een gebied komen waar ik eerder had gefietst. Bij Dollnstein trof ik een gat in de heuvels aan de zuidkant. Ik fietste al enige tijd in iets dat je meer een kloof dan een vallei zou kunnen noemen. Bij die doorgang hoorde ook een fietspad op een voormalige spoorlijn, altijd leuk en ik wilde zo naar de Donau doorsteken. Bij Konstein fietste ik door een leuk stationnetje en een klein stukje verder liep in Weilheim op een supermarkt vast. De lijn hielt hier dus voor de fietsers op.

Die supermarkt kwam gelegen. Ik werd daar overvallen door een bui en had wel trek in het een en ander. Een half uurtje later was de bui voorbij en vond ik wat onverharde landweggetjes tussen de bosrijke heuvels door. Erg mooi fietsen, maar ik wist dat het rotweer zou worden. Dat laatste werd al een paar dagen op TV verteld en tot nu toe viel dat erg mee. En prutwegen en regen zijn geen goede mix. Een kilometer of 5 verder brak de hemel open. Ik schuilde onder een setje flinke eiken. Daaronder bleef het pad droog en in dit verlaten gebied stond ik niemand in de weg. Zo heb ik een uurtje van de regenbui genoten. Een prima plek om tot jezelf te komen.

Maar na een uur werd ik het wel zat en trok betere kleren aan en toen de regen ook maar iets minderde fietste ik een stukje verder naar het volgende setje schuilbomen. Eigenlijk viel het wel mee, zelfs met de pruttigheid. Maar toen ik weer bij een geasfalteerde weg kwam leek me dat wel beter. De regen was minder geworden maar hield niet echt op. Ik wilde nu naar Neuburg. Zo ver was dat niet. Alleen wel het laatste deel langs een grotere drukke weg zonder fietspad en dus erg veel opspattend water. Het laatste stuk ging de kraan ook weer op standje max en kwam ik als een half verzopen kat in Neuburg aan. Het weer was duidelijk omgeslagen.

Neuburg heeft een mooi slot met binnenin een paar ‘schaakstukken’ naast een poortje. Die binnenplaats had langs de kanten overdekte delen met banken. Daar kon ik mooi even uitdruipen. Later in het stadje nog bij een bakkertje koffie gedronken. Inmiddels was het niet meer dan 15 graden en met de regen behoorlijk herfstig. Ik vond er 3 hotels. Een was gesloten en de ander 2 waren vol. Dus dan maar even op het station gekeken voor een trein naar Donauwörth. Dat was niet ver en ik heb daar goede overnachtingservaringen.

Schijnbaar was Neuburg a/d Donau niet zo’n belangrijke plaats, er stopten erg weinig treinen. Zo weinig dat ik eerst nog maar eens naar buiten ging om na te denken wat ik verder wilde. De voorspelling van dat rotweer besloeg niet alleen geheel Duitsland, maar ook Oostenrijk en het noordelijke deel van Frankrijk. Buiten was het inmiddels droog geworden en het zag er richting west (dus richting Donauwörth) redelijk droog uit. Kortom ik schudde de fiets van 16:12 uit en ging dat stukje naar Donauwörth zelf wel even fietsen. Zo ver was dat niet.

Klein probleem was dat ik aan de verkeerde kant van de Donau zat met een grote weg die over allerlei flinke heuvels ging. Na 5 km was ik dat zat en dook naar beneden via bospaden. Ik kwam bij de Donau en kon over een stuw aan de andere kant komen. Een gebruikelijke route was dit niet, nergens kwam ik ook maar enige wegwijzer tegen. Aan de overkant vond ik wel meteen de Donauradweg. Erg blij werd ik daar niet van. Wederom grote delen uitgevoerd in grof puin en onderlangs rechte hoge rivierdijken. Dat puin watert lekker af, maar het stuitert ook flink en het uitzicht was uiterst beperkt. Later sneedt ik stukken af op de grotere weg. Die was aan deze kant van de rivier rustiger.

Na Neuburg had het niet meer geregend en ik kwam zo droog aan in Donauwörth. Ook hier het eerste hotel vol. Volgens de lobbyfiguur (gewoon een sleutelpersoon achter de bar) kon ik het in dit stadje ook wel vergeten, alles was vol. Twee minuten later had ik een prima pension te pakken. Ook in het centrum, een mooie kamer tegen een lage prijs.

Boven uit mijn raam had ik zicht op het achterplaatsje waar mijn fiets in een schuurtje stond. Daar hoorde ik een volgende fietser binnen komen. Een Brit die hier ook terecht kon. Na 95km fietsen, veel schuilen en een flnke douchebeurt was het inmiddels 8 uur geworden en ik heb een paar straten verder pizza gegeten.

De volgende dag heb ik bij het ontbijt nog met die Brit gesproken. Hij had achterop een bordje op zijn fiets met ‘4000 km’ en wilde langs de Donau van bron naar de monding aan de Zwarte Zee fietsen. Zijn bandjes waren een paar maten dunner dan de mijne en ik wenste hem dan ook veel geluk met die vervelende puinpaden. In dat ontbijtzaaltje zaten nog 10 mensen die allemaal Duits spraken en in fietskleren waren gestoken. Zelf kleed ik me altijd na het ontbijt om. Het zou me niets verwonderen als al die andere hotels ook vol zaten met fietsers. Net als de Rijn is ook de Donau overbekend, maar lang niet zo mooi als de Altmühl.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2013-12-23, in PEN-matig, Zwerfmatig-13 en getagd als , , , , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 5 reacties.

  1. Ik moet toch eens met de MG die kant op rijden.

  2. Wat een mooi verslag. Een uur naar de regen kijken als je verder wilt vind ik wel lang. Ik word na tien minuten al erg onrustig. Fietsen over puin is niets voor mij. het valt mij op dat het er nog best druk was zo ver in het seizoen.

  3. Ik krijg zomaar ineens weer zin om te fietsen, lang en zonder plan, mooi verslag! Hier in Manilla heb ik (nog) geen fiets, maar wel in Dubai waar ik het nieuwe jaar weer vertoef en het weer zich nu gedraagt als een Hollandse zomer. Maar eerst nog Oud en Nieuw.

  4. Als al die Pappenheimers alleen maar liggen te slapen krijgt de uitdrukking ‘je Pappenheimers kennen’ toch net een iets andere betekenis dan ik zou vermoeden.

  5. @Dick: Misschien was maandagochtend rond 9 uur niet bepaald de juiste tijd om deze figuren in het wild buiten te treffen.

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s