Jan-18: Naar de Loire

De volgende morgen (maandag 16 september) fietste ik eerst naar het station van Sens aan de andere kant van de Yonne. Gisteren was ik daar onderdoor gefietst via een voetgangerstunneltje en wist dus waar ie was. Ik wist me ook te herinneren dat in deze stationsbuurt een aantal café’s staan en 1 daarvan bleek een PMU te zijn. Precies wat ik zocht. Ik wed geen paarden, maar ga er wel graag naartoe voor een beter ontbijt. Deze keer een ‘sandwich camembert’. Dat is een half stokbrood belegt met een ons kaas, waar ik thuis minstens 3 dagen mee doe. Met een grote kop koffie er bij smaakt dat prima.

Ik nam m’n tijd, want het weer was weer prut. Geen plensbui, maar je kon er wel goed nat van worden. De temperatuur was navenant en lag rond de 13 graden. Na een dik half uur heb ik me op het station vervoegd. De keuzes kon ik bedenken; richting Parijs of richting Dijon. In beide had ik geen zin. Ook hier kon ik nog steeds niet richting west. Terug naar Dijon zag ik het minste zitten. Naar Parijs hield een dik uur wachten in. Ik had nog geen kaartje gekocht en lummelde er wat rond. Na ongeveer een kwartier nam de regen behoorlijk af. Zwaar bewolkt bleef het wel. In plaats van hier te wachten op iets waar ik geen zin in had kon ik ook wel een stukje met de rivier meefietsen naar een volgend station. Dus deed ik dat maar.

Nog geen 2 kilometer verder hielden de heuvels aan de linker kant op en zag ik een rustige weg richting west. Het weer zag er die kant op ook redelijk helder uit. Naar Brannay hield ik het droog. Daar bedacht ik naar de Loire te gaan. Dat is richting zuid-west. Niet dat het die kant op onbewolkt was, maar omdat er wat plaatsen liggen die ik wil bekijken en bij vorige vakanties had gemist. Via Dollot kwam ik in Chéroy. Die plaats is ook erg klein, maar is drukker omdat hier een grotere weg kruist. Hier op de kon de regenjas uit, die werd me te warm en was al een tijdje niet meer nodig.

Vanaf hier vond ik een mooie rustige weg die naar Ferrièrs-en0gâtinais ging. Ook dat stuk ging nog droog. In dat stadje met die lange naam begon het weer te spetteren. Niet zo erg want het had leuke oude straatjes. Er was hier zelfs een soort VVV en overnachten zou dus in het ergste geval kunnen. Ik had een droog plekje gevonden en at er wat meegenomen proviant, die ik 3km eerder in de locale supermarkt had gescoort. Het spetteren ging over in een behoorlijke bui, maar daarna werd het niet veel later droog. Het grotere Montargis was nog maar een kilometer of 8 en dat moest in elk geval te doen zijn.

Dat ging probleemloos via een soort fietsstraat langs het spoor. Hier was meer beschutting van huizen en bomen en ik ging als een trein en was zo in Montargis. Die plaats is ongeveer net zo groot als Sens en dat houdt in voldoende restaurants en hotels. Die waren echter niet nodig, omdat hier zelfs de zon een beetje doorbrak. Volgens mij moest de Loire deze middag nog wel haalbaar zijn en ik ging dus weer verder richting Gien. Of eigenlijk niet, want dat was zo’n vreselijk drukke N-weg en dan fiets ik liever een paar kilometer om. Dat omfietsen ging via Conflans in het dal van de Loing die ik al vanaf Ferrièrs min of meer volgde. Langs de Loing ligt het Canal-de-Braire. Wederom zo’n oud klein kanaal met veel sluizen en wat pleziervaart. Er lag wel een pad naast, maar daar dat was niet open voor fietsers.

De D93 was echter ook goed te doen. Net voor Montbouy trof ik aan de rechterkant een flinke kuil die half was afgezet met wat kippegaas. Op een bordje stond dat het om een amphitheater ging van rond het jaar 200. Dus toch maar even op de foto gezet. Ik heb net gezocht of er meer over te vinden is, maar dat valt tegen. Deze pagina geeft aan dat de bouwdatum onbekend is, maar dat de plek (een Gallo-Romeinse badplaats) verlaten is in de 4de eeuw.

Niet veel verder fietste ik Châtillon-Coligny in, wat een leuk klein stadje is. Alleen was dat leuke er snel af toen daar de echte bui losbarstte. Eerst maar even geschuild en vervolgens een stuk onder de paraplu gewandeld. Bij binnenkomst zag ik dat deze plaats een stedenband heeft met Buurmalsen. Van Buurmalsen had ik nog nooit gehoord, maar misschien was dat wel een nieuwe gemeentenaam van Buren en Geldermalsen. Een hotel vond ik echter niet. Alleen een auberge en die ‘herberg’ leek meer op een verlaten restaurant. Een bordje met hotel was nergens te bekennen en de deur was gesloten.

Het was rond een uur of 5 en de bui was nog lang niet leeg, dus wilde ik wel in deze plaats overnachten. Dan maar bij een of andere B&B. Châtillon-Coligny moest ook een VVV hebben begreep ik uit wat wegwijzers. Na flink zoeken vond ik een ruimte van 3 bij 3 meter tegenover het gemeentehuis. Deze deur was wel open en ik werd als een vorst behandeld. Waarschijnlijk was ik deze dag de eerste (en laatste) klant. De man op leeftijd, die het bestierde, ratelde de oren van m’n hoofd. Zo begreep ik dat Louise de Coligny hier vandaan kwam. En die naam ken ik van een straat in het dorp waar ik 33 jaar heb gewoond. Daar is ook een Amalia van Solmsstraat, en door Solms fietse ik 1000 km eerder tussen Weilburg en Wetzlar. De kans is bijzonder klein dat een dorpsgenoot ooit deze 2 kleine plaatsen heeft bezocht, laat staan in 1 vakantie. Hij vertelde verder dat Willem Alexander hier een keer was geweest toen hij nog geen koning was.

Ik had het weer eens voor elkaar. Mijn ‘perfecte’ uitspraak van het Frans wekt helaas de verkeerde indruk. Dus vroeg ik of hij iets langzamer wilde spreken omdat mijn Frans niet zo goed is. Dat hielp. Hij werd rustiger en had een paar B&B’s in de omgeving gevonden of een hotel in het dorp. Die B&B’s waren ongeveer 5km buiten het dorp en daar had ik niet zoveel trek in. Dat ‘hotel’ bleek de in mijn ogen ‘verlaten auberge’. De prijs was goed tot laag en even later stond ik er voor de deur, die van het slot werd gehaald.

Het was dus meer een pension dan een hotel en op de kamer stond het toilet achter een gordijn. De lage kamerprijs werd me duidelijk. Een 70-jarige vrouw runde het met een zoon die ruim de 40 was gepasseerd. Moest meteen denken aan van Kooten en de Bie. Ik heb er wel gegeten, omdat ik in het dorp niet veel vond. Op maandagavond zijn de meeste restaurants dicht. In het pension had ik keuze uit 2 maaltijden en het werd spaghetti bolognaise. Een tafeltje verder zaten 2 Oostblokkers aan dezelfde prak. Zij sliepen hier ook. Neem aan dat het bouwvakkers waren, hun Frans was nog een stuk slechter dan het mijne. Uiteindelijk heb ik er goed geslapen.

Deze dag heb ik 83km gefietst en was minder fraai dan de dag ervoor. Toch was het zeker geen verregende dag. Op de fiets heb ik het vrijwel droog gehouden. Thuis heb ik nog eens nagezocht wat Buurmalsen precies inhoudt. Het is een klein dorp dat aan de noordkant tegen Geldermalsen is gebouwd en geen gemeente is. Ik ben alleen in de trein door Geldermalsen gekomen en Buurmalsen moet ik toch eens gaan bekijken.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2014-01-18, in Zwerfmatig-13 en getagd als , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 4 reacties.

  1. Op dit moment ben ik druk bezig met het jaarlijkse krantje voor de regionale fietsersbond. Het valt me op dat als ik daar mee bezig ik ben, ik me veel minder kan concentreren op m’n vakantieverslag. Vandaar dat het ritme wat is ingezakt. Bij dat krantje horen nog wat aanvullende activiteiten, waardoor het nog een dikke week gaat duren eer ik dat achter de rug heb.

  2. Het is wel een beetje een natte vakantie geworden. Kijk van zo’n hotelletje zou ik nu niet echt blij worden. Toen de kinderen niet meer mee gingen hebben we twee vakanties getrokken, weliswaar met de auto en gingen we van hotelletje naar hotelletje. Leuke maar ook minder goede ervaringen. Dit laatste heeft toen de doorslag gegeven om een vouwwagen te kopen. Ervaring hadden we niet, maar we hebben geen moment spijt gehad. Na een flink aantal jaren hebben we de vouwwagen verkocht en een mooie nieuwe caravan aangeschaft. Deze is inmiddels ook al weer 12 jaar oud, maar hij voelt voor mij nog steeds als bijna nieuw.

  3. Ik moet ook zegen dat ik in de verhalen de regen vaker tegenkom dan iemand lief is. Maar dat heb ik ook gehad in Frankrijk. Een volkomen verregende vakantie in de Jura.

  4. @Hanscke en Sjoerd: Bij aanvang schreef ik al dat dit qua weer een rare vakantie was. Een week veel te heet en droog, 1 week regen(achtig) en 1 week erg mooi weer en niet zo heet. Die ene week regen had deze dag zijn einde. Toch had ik het grootste deel van de dag droog, alleen aan het einde van de dag begon het weer. De vorige dag had alleen regen aan het begin, maar ook die dag heb ik tijdens het fietsen vrijwel geen regen gehad.

    Dat hotelletje viel qua schoon bed en schone handdoeken erg mee, ik vond het alleen erg raar om een toilet in de kamer achter een gordijn te vinden. Dat heb ik in al die jaren dat ik fiets nog niet eerder meegemaakt.

    Voor het goede had ik in Montargis moeten overnachten. Daar was meer te beleven en had ik vast meer keuze gehad in slaapplaatsen. Rond Châtillon kan je dat wel vergeten, daar is vrijwel geen tourisme en er zijn ook geen bedrijven waar hotels vaak op drijven. 25km doorfietsen was ook een optie, want aan de Loire was weer voldoende keus.

    Het grappige is dat ik er geen last van had als het om m’n bronchitis ging en ook m’n humeur had er niet onder te lijden. Daar was het dus allemaal net niet erg genoeg voor. ;-)

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s