Jan-28: Naar Blois

Op 18 september dus eerst even ontbijten in het PMU-café waar ik de voorgaande namiddag een biertje had genoten. Natuurlijk een ander achter de bar. Nee, een ‘sandwich’ had ze nog niet, maar ging ze meteen regelen. Ik zag haar even later naar de bakker er naast lopen en 5 minuten later zat ik aan een halve stokbrood met paté te peuzelen.

Mijn plan was om de Loire te volgen een een paar grote kastelen te vinden, die ik op eerder zwerffietsvakanties in de vorige eeuw gemist had. Reden is dat die kastelen helemaal niet langs de Loire staan, maar een stukje zuidelijker langs minder bekende rivieren die in de Loire uitmonden. Ik had dus wel kastelen gezien langs de Loire tussen Orléans en Tours, maar die waren minder imposant. Allereerst ging ik naar Orléans wat maar een killometer of 20 was.

Al snel had ik in Chécy bonje met een chauffeur van een gelede lijnbus. Hij bleef demonstratief achter me rijden en claxoneerde een minuutje of 5. Hij wilde dat ik op het ‘fietspad’ ging fietsen. Aanvankelijk wist ik niet eens dat het slecht geasfalteerde flutstoepje een fietspad voor moest stellen, maar later zag ik toch zomaar de bekende groene pijlen die dat aangeven. Op een pad met kuilen, putten en bomen in het midden ben ik niet van plan om te fietsen. Dan kies ik voor de prima geasfalteerde straat. Toen ik het getoeter zat werd heb ik mijn fiets even op het fietspad gezet, de bus langs gelaten en m’n fiets weer naar de rijbaan verplaatst. Dat leek mij een stuk veiliger en mijn vermoeden dat ook dit ‘fietspad’ na het dorp weer gewoon op zou houden klopte.

Fransen fietsen bijzonder weinig en dit soort neergekwakte fietspaden zonder degelijke ondergrond zijn alleen bedoeld om de auto’s ruimte te geven op de weg. Regelmatig staan er auto’s van aanwonenden op dergelijke fietspaden geparkeerd. Toevallig speelt een vergelijkbaar probleem op de Zeswielen in Alkmaar. Eind van deze maand (31 januari 2014) gaat onze stadsregering (inclusief de SP) besluiten om daar een fietspad aan te leggen omdat de fietsers op de Zeswielen zo hinderlijk zijn. Een opvatting die in Nederland bijna niet meer voorkomt, maar in Frankrijk nog regelmatig.

De Loire fietsroute bracht me overigens langs deze drukke weg en niet veel later vond ik een veel mooiere route langs het Canal d’Orléans dat na Combleux langs de Loire loopt. Op de Loire trof ik 2 historische schuitjes. Later viel me op dat in de achterste een filmploegje hing. Ik fietste zo op een mooie manier Orléans in, waar het fietspad geblokkeerd was met een soort kinderkermis. Dus koos ik ook daar voor de gewone en vrijwel lege straat die was afgezet met verkeersregelaars. Een van die lieden vond dat ik maar op het fietspad door de menigte moest fietsen. Hij kreeg netjes de middelvinger van me en ik fietste een stukje verder een zijstraatje in die gelukkig geen fietspad had.

Ik trof daar een fraai zonnetje op de Cathédrale. Even later ook maar via de voorzijde genomen waar zo’n vreselijke trambaan ligt. Fransen zitten in auto’s of opgepropt in trams en bussen, en ook in deze zeer vlakke gebieden zie je ze vrijwel nooit fietsen.

Gisteren (dus een maand of 4 nadat ik hier fietste) heb ik eens opgezocht wat er met dat Loire-schuitje aan de hand was. Als snel had ik het gevonden. Ook die kinderkermis en de vlaggen op de onderste foto horen er bij. 7 dagen later vond hun jaarlijkse Loire Festival plaats en hier nog een filmpje over de bouw van het bootje. Op de Loire zelf wordt vrijwel niet gevaren, de rivier is daar duidelijk ongeschikt voor.

Na Orléans fietste ik verder via de zuidoever, waar de wegen weer rustig, klein en zonder enig fietspad waren. Mijn aanvaringen met de buschauffeur en verkeersregelaar was ik dan ook snel weer vergeten. Ik heb nog even gekeken in Mueng-sur-Loire waar een klein winkeliertje was. Na wat lokale koek en frisdrank aangelengd met veel water fietste ik aan die noordkant verder naar Beaugency. Daar had ik al eens overnacht en hoefde ik deze keer niet te bezoeken. Hun mooie oude brug was in onderhoud. Het wegdek lag er compleet uit en iedereen moest een stuk omrijden. Behalve ik, want in zo’n geval heb ik er geen moeite mee om over het 50cm smalle stoepje te fietsen.

Het was met 17 graden duidelijk iets warmer aan het worden. Stevige tegenwind was er nog altijd wel, toch had ik daar niet zoveel last van. Ik fietste nu in een rechte streep op Château Chambord af. Die lag dus in het uitgestrekte ‘Réserve Nationale Chasse de Chambord’, waar de D112 zonder tolpoortjes doorheen liep. Moeiteloos vond ik 5km verder het kasteeel. Maar dat was niet degene die ik in m’n hoofd had, die zou ik pas een halve fietsdag verder treffen. Dit was wel een lel van een gebouw met daar omheen een parkeerplaats vol met reisbussen en veel souvenierwinkeltjes. De 11 euro intree weerhield me van een bezoekje binnen.

Het was daarbij niet het kasteel dat ik zocht en gezien de tijd zou ik er hooguit een uurtje binnen willen kijken. Dat besluit nam ik niet zomaar, maar kwam mede door een overzichtskaart bij 1 van die souvernierswinkeltjes. Daarop zag ik het bewuste kasteel en het moest me wel lukken om daar de volgende dag eens een kijkje te nemen. Onderwijl dronk ik nog wat en zag ik de hele tijd een stel fietsers met een fiets klunzen. Toch maar even gevraagd of ik kon helpen. Het was een jong Canadees stel en ze kregen de banden van 1 fiets niet goed opgepompt. Gelukkig heb ik een prima pomp en even later waren voor en achter knalhard.

(De enige foto die ik maakte is een beetje de mist in gegaan. Hij was om onduidelijke redenen scherp gesteld op de voorgrond en daardoor erg vaag geworden. Dit is de eerste keer dat me dit overkomen is. Na wat nabewerking vind ik hem nog redelijk toonbaar en heb ik hem toch maar geplaatst.)

Na Chambord stevende ik op mijn reisdoel, Blois, af. Bij mijn vorige fietstochten langs de Loire was dat een van de weinige bekende plaatsen die ik tot nu toe gemist had. Hij stond dus al een jaar of 15 op mijn (‘moet-ik-nodig-eens-langs-fietsen-)lijstje. In Blois kwam ik na 97 km fietsen en dat is een mooie afstand om er een hotelletje te zoeken. Het werd er 1 midden in het centrum. Echt groot was ie niet, maar ook niet zo klein als waar ik normaal op uit ben. Oud was ie wel en de lift naar de 4de verdieping kon ik goed gebruiken voor m’n bagage.

In Blois was het overigens nog maar net rond een uur of 17. Na de douche heb ik dan ook een flinke stadswandeling gemaakt. Eerst maar de bult naast het hotel beklommen, waarop hun kasteel staat. Schijnbaar is het stekelvarken een locaal symbool. Vanaf die heuvel is er een prachtig uitzicht, dat nog wat extra foto’s opleverde. Uiteindelijk belandde ik in een soort yuppencafé, die een aantrekkelijke hamburgermaaltijd (met groente en friet) serveerde. Binnen werd hoofdzakelijk Engels gesproken door de zakenlieden die hier de meerderheid uitmaakten. Zag er overigens allemaal netjes (‘Cheers’-achtig) uit en de maaltijd was op maat gesneden.

Later nog een stuk door de stad gewandeld/geklauterd naar de andere heuvel waarop hun kathedraal staat. Bij elkaar zal ik in Blois zeker een kilometer of 7 hebben gelopen.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2014-01-28, in Fietsen, Zwerfmatig-13 en getagd als , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 4 reacties.

  1. Je was dus niet zo onder de indruk als dat ik dat was toen ik afgelopen zomer Chambord zag. Ik heb toen ook hele lyrische blogjes over dit gebouw geschreven en ik ben er wel in geweest. Gewoon om IN het gebouw te kunnen dwalen. Dat heb ik dan ook gedaan terwijl eega met honden zich in en om het kasteel moesten vermaken.
    Ik ben toen ook in Blois geweest. en die heuvel herken ik nog wel. Waar jij het stekelvarken gefotografeerd hebt, kwamen toen draken uit de ramen. Het was een mooi schouwspel

  2. @Hanscke: Chambord zal zeker mooi zijn gezien de grote hoeveelheid volk, maar ik vond dat ik er te laat (rond 16 uur) was om er een tijdje in rond te dolen. Daarbij zocht ik een ander kasteel met meer water er omheen en juist op dat punt valt Chambord tegen. Dat andere kasteel zag en vond ik trouwens op een overzichtskaart die daar hing. (Heb ik net toegevoegd in het bericht.) Volgens mij waren hier net iets van riddergevechten gehouden, waardoor al die dranghekken nog op de foto staan. De ‘tuin’ stelde weinig voor, ik zag alleen gras. Het mooiste vond ik eigenlijk het uitgestrekte bos waar ik doorheen fietste. Maar ik hou ook meer van kastelen zoals ik die eerder in Sully vond. Die zijn wat ouder en meer een burcht.

  3. In Frankrijk is het toch heel anders dan in Duitsland he? Opgewonden standjes!

  4. @Margo: Zulke bus- en verkeersregel-figuren trof je tot een jaar of 15 terug ook in Duistand. Maar sinds die tijd is het fietsen in Duitsland zo toegenomen, dat deze gasten (met beperkt inlevingsvermogen) zelf ook wel eens fietsen en snappen dat ‘regels zijn regels’ voor fietsers iets anders uitgelegd mogen worden.

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s