Jan-30: Val de Loire

Inmiddels is het donderdag 19 september en na het bevrijden van mijn fiets uit een garage, die onder het hotel ‘ontsluiting’ had via een steeg, zocht ik het autovrije deel van Blois op voor een ontbijt. Een hotel mag er aan de voorkant dan nog zo fraai uitzien, zelf zie ik als fietsenstaller doorgaans ook delen welke nooit in de reisfolders worden getoond. Snel vond ik een broodjeszaak en mijn gewenste ontbijt, die vers werd gesmeerd en geserveerd. In steden als Blois is dat geen enkel probleem. Eigenlijk heb ik op zo’n moment medelijden met mensen die in het hotel langs een buffet slenteren en daar afgescheept worden met flutcroissantjes met wat jam en ruim het dubbele betalen.

Mijn reisdoel was deze dag duidelijk. Ik had de voorgaande avond nog even de kaart bekeken en moest circa 40km naar het zuidwesten en daarbij een kilometer of 20 ten zuiden van de Loire mijn gewenste kasteel vinden. In 1999 fietste ik voor het laatst langs de Loire van Amboise naar Tours. Ik heb toen naar dit kasteel gezocht en vond hem niet. Achteraf niet vreemd omdat het kasteel in de Val(lei van) de Loire ligt en niet aan de Loire, zoals ik ooit begrepen had.

Dus eerst de Loire over en daar vond ik mooie rustige D-wegen, die zo ongeveer richting zuidwest gingen. Al snel zat er geen patroon meer in deze wegen en hadden ze allemaal halverwege een bocht die me naar een kant stuurde die ik niet in mijn hoofd had. Maar ja, het waren verplichte bochten zonder keuze mogelijkheid en dus zwierf ik flink meer kilometers dan wanneer ik de hoofdweg had genomen.

Ik kwam wel waar ik wezen wilde, maar deed ergens bij Pontlevoy iets Stoms met een hoofletter S. Voor de derde keer in deze vakantie schakelde ik mijn ketting tussen mijn grootste achtertandwiel en de spaken. Tussen dat tandwiel en de spaken is ruimte voor 1 ketting, maar niet voor 2 naast elkaar. En dat laatste was gebeurd. De ketting zat dus dubbelgeslagen muurvast. Ben er zeker een kwartier mee bezig geweest eer ik hem los had gerukt. Ging niet makkelijk zonder waterpomptang of groter. Daarbij was ook maar iets dat op een garage leek nergens te bekennen.

Het lukte me wel en veel spaken waren behoorlijk vervormd, maar niet gebroken. Later in Montrichard heb ik er nog eens goed naar gekeken en heb ik de instelling van de derailleur aangepast, zodat ik de ketting niet meer voorbij het laatste tandwiel kan schakelen. Natuuurlijk had ik dat al veel eerder moeten doen, en al voor mijn vakantie toen ik er een nieuwe derailleur op heb gezet. Meteen ook maar de ketting daarna schoongemaakt en gesmeerd. Die piepte al een tijdje na de regenperiode rond Avallon.

Bij Montrichard had ik de rivier (de Cher) gevonden die langs het kasteel naar de Loire stroomt. Dus volgde ik netjes de Cher, waar goed langs te fietsen viel tot Chenonceau. Daar hield het op bij een hek die voorkwam dat je daar gratis het kasteelgebied in kon. Ik was niet de enige fietser die hier vastliep, een stel Duiste fietsers keerde net na het vastlopen terug. Het was even zoeken, maar iets noordelijker langs de spoorlijn was een fietspad aangelegd dat me bij de hoofdingang bracht.

Ook daar zeker een reisbus of 20, benevens een vol parkeerterrein met auto’s en een zeer goed bezette fietsenstalling. Waar kwamen al deze fietsers vandaan? Ik had er onderweg niet een gezien, behalve dat groepje vastgelopen Duitsers. Het waren ook allemaal fietsers met bagage en schijnbaar was ik niet de enige die nog zo laat in september op fietsvakantie was. De omgeving van het kasteeel zag er een stuk fraaier uit dan bij Chambord en daarbij was dit het kasteel waar ik naar op zoek was. Dus dokte ik hier het standaard toegansbedrag van 11 euro. Langs de toegangslaan stonden bordjes met: ‘Zeik niet hier, de WC’s zijn gratis’. En voor zo’n toegansbijdrage mag je ook wel gratis toilleten verwachten.

Ook een enorm verschil met de kastelen in Duitsland, waarbij de tuin en binnenplaatsen vrijwel altijd gratis zijn en je hooguit een paar euro moet betalen voor een museumgedeelte. Maar bij Chenonceau kon ik er goed mee leven. De tuinen waren prachtig en het kasteel, dat dus grotendeels over de Cher ligt, ook. De beruchte fotoplek was eenvoudig te vinden. Vanaf dit punt zijn de meeste foto’s gemaakt die de hele wereld overgaan tot in Limmen aan toe. Daar zag ik in 2012 dit kasteel gepunnikt uit bloemblaadjes en toen ben ik eens goed gaan zoeken waar het precies moest zijn.

Natuurlijk ook even naar binnen, waar ik langs de koptelefoon-uitdeel-afdeling kwam. Bedenk dat hier maar de helft of minder hangt, de rest zat op hoofden van o.m. Japanners, Amerikanen en Duitsers. In het kasteel viel het mee en was het geen file-lopen. Erg veel wandtapijten van rond 1600. Natuurlijk een foto van de gang boven het water en uit een raampje een foto richting de meest bekende fotoplek. Iedereen moest ook even op het balkon kijken voor het Juliana-gevoel. De tuinen waren erg mooi en aan het einde brak nog een zonnetje door.

Na veel slenteren stapte ik een uur of 3 later weer op de fiets. Het was niet moeilijk om Tours te vinden, waar ik na 79km fietsen rond een uur of 18 arriveerde. Al direct zag ik een hotel dat me aanstond en ik kon er tegen een goede prijs terecht. Hij stond vlakbij de zoveelste kathedraal, die ik ’s avonds nog een keer op de foto heb gezet. In Tours was ik al eens geweest, maar toen heb ik er niet overnacht. Deze keer nam ik dan ook meer de tijd om ’s avonds de stad te verkennen. Het oudste gedeelte had wat vakwerkhuizen en een zeer gezellig plein, dat vol zat met eters.

Overdag was het een graad of 17 en dat voelde beter aan dan de 17 graden van de voorgaande dag. Dat kwam door de harde tegenwind, die deze dag was gaan liggen. In de avond werd het nog wat warmer dan overdag, het mooie weer brak nu echt door. Omdat ik laat at zocht ik toch maar een plaatsje binnen achter het raam, waar ik bij een crêperie aan een grote maaltijdsalade zat. Daar zat naast veel groente en zalm alleen wat stokbrood bij. Dus vulde ik hem later aan met een crêpe-sucre (flutpannekoek-suiker).

Ondanks het vastlopen van de ketting, was dit weer zo’n dag die zo in de reisfolder kon. Bij aanvang van de vakantie had ik geen enkel vermoeden dat ik langs Chenonceau zou gaan. Dat kwam pas nadat ik bij de Donau in een behoorlijke regenzone belandde en ik richting Franse westkust wilde waar het droger moest zijn. Ergens bij Avallon schoot me dit ‘Loire’-kasteel te binnen. Als ik het van te voren had bedacht, dan had ik toch op z’n minst even opgeschreven hoe dit kasteel heet en bij welke grote plaats het te vinden is en had ik een kaart van Frankrijk mee genomen.

Begin | Landkaartje | Vervolg

Advertenties

Geplaatst op 2014-01-30, in Zwerfmatig-13 en getagd als , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 3 reacties.

  1. Chenonceau heb ik gemist omdat wij afgelopen zomer vanwege de hitte voortijdig naar huis zijn gegaan. Waarschijnlijk gaan we hier komende vakantie beginnen, want Tours heb ik dus ook gemist.

  2. Ik geef toe, dit kasteel mag er zijn en ik kan me voorstellen dat de ketting daar een beetje bij op de achtergrond raakt.

  3. Mooie foto’s ook..

Reaxi (laat het e-mailvak leeg):

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s