Site-archief

Jan-09: Doelloos Oostwaarts

Woensdagochtend 10 september stapte ik op de fiets in Lingen. Het weer was niet echt veranderd en een goed reisdoel was me ook nog niet te binnen geschoten. Ik belandde langs een grotere weg met prima fietspad. Die weg was rustig, maar toen ie een rondwegachtige slinger om een dorpje maakt bedacht ik rechtdoor de oude versie te nemen.

Zo trof ik in Thuine een zwerffiets aan die echt niet meer te gebruiken was, behalve als fraaie zonnebloembakkenhouder. Niet veel verder verdwaalde ik een beetje in de buurt van Freren. Freren zelf heb ik niet gezien en ik was ook niet van plan om de weg naar Beesten via Schapen te nemen. Aan dat omleidingsbord had ik dus niets, maar het geeft wel mooi de landelijke omgeving aan waar ik nog geen fietser had gezien.
Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Fietsvakantie 2004 deel 3

Ik fietste nu zo’n beetje met de Uecker of Ücker mee. Via Angermünde, Prenzlau, Pasewalk en Torgelow reed ik de deelstaat Vorpommern in. Aardige plaatsen, maar ze haalden het niet bij Ueckermünde. Daar was net de haven prachtig opgeknapt. Richting noordwest kwam ik een mooi fietsgebied tegen met veel paden. Toch hielpen die niet om op Usedom te komen. De enige weg er naar toe liep vanuit het zuidwesten, waardoor ik via Anklam moest omfietsen. Usedom is een leuk eiland, maar wel vreselijk druk. Wat moet al dat autoverkeer daar? Zeker als er ook nog eens een spoorlijn over loopt. Na wat gespeur vond ik een fietspadje door de duinen. Erg attractief voor mijn “nieuwe” fiets, ettelijke keren een klein stukje duinop en duinaf van 16%.

Via de enorme ophaalbrug bij Wolgast verliet ik het eiland. In Wolgast begon het meteen te regenen en wist ik redelijk snel een pension te vinden. Dit stadje had een openlucht scheepvaart museum, wat misschien de aanwezigheid verklaarde van een bezoekend nederlands cruise-schip. De volgende dag ging ik verder westwaarts en kwam ik via het bezienswaardige Wieck in de hanzestad Greifswald. Vanaf daar was een prachtige nieuwe weg aangelegd en “mochten” de fietsers en tractors de oude rammelweg gebruiken. Nu kwamen mijn dikkere hybride-banden goed van pas.

Bij Stahlbrode nam ik de veerpont naar Rügen. Dit eiland wilde ik ook eens bekijken. Via deze toegang was het niet zo druk, maar later bleek dat toch tegen te vallen. Er waren wel fietspaden, maar die hadden geen doorgaande functie. Nadat ik Putbus en Bergen bekeken had, dacht ik er nog over om het veer naar Zweden te nemen. Nadeel daarvan was de verkeersdrukte tussen Malmo en Kopenhagen, waar ik geen trek in had. Het leek me slimmer om vanaf Rostock naar Denemarken te gaan. Om dat te doen moest ik eerst van dit eiland af. Ik wilde in Stralsund overnachten, en de enige manier om daar te komen was via de vreselijk drukke E22 die geen enkele fietsvoorziening had.

Misschien is dit een leuk eiland voor fietsers rond de vuurtoren, maar voor een doorgaande fietser vond ik het niks. Stralsund bleek een betere keus. Dit was niet alleen een hanzestadt, maar was ook al een wereld-erfgoed van de Unesco. De dag er op (Zaterdag 11 Juli) ging ik verder westwaarts. Nog steeds veel tegenwind en een enkel buitje. Rostock, ook een hanzestad, viel me tegen. Het enige leuke was een lift in een oude kerktoren. Niet zo handig voor de klokkenluider, want de klokken stonden gewoon beneden naast de kerk. Kamers waren hier behoorlijk prijzig. Niet verwonderlijk als ze die dingen volproppen met koelkasten, föhn en andere onnodige milieu-vervuilende rommel.

Ik kreeg dus al meer trek in het rustige Denemarken. De veerpont naar Gedser ging prima. Aangekomen op Falster was het weer daar niet veel beter. Na enkele kilometers begon het te miezeren en dat bleef zo. Als snel bedacht ik bij Nykobing linksaf te gaan, wat meteen een berg tegenwind opleverde. Daarbij was het me daar ook te koud. Het werd dus richting Rodbyhavn om daar de pont terug te nemen, maar nu naar het voormalige West-Duitsland. Onderweg zag ik nog wel een mooi kasteeltje en vanaf Maribo had ik nog wel een hele mooie fietsroute die deels over een oude spoorlijn ging.

Met dit veer stak ik dus over naar Fehmarn. Daar werd eerst een intercity-trein van de pont gereden, wat vrij vlot ging. Op dit duitse schiereiland bleef het maar even droog tot de hoofdstad Burg. Daar viel een flinke plensbui. Erg was dat niet, ik wilde er toch al overnachten. Zij vierden hun jaarlijkse drinkfeest, waar ik ‘s-avonds dezelfde Australiër trof die ik ook al op de pont gesproken had. Hij fietste van noord naar zuid door Europa, en was nog maar net begonnen. De laatste keer dat ik een mee-fietser trof was net voor Bad Pyrmont. Maar ook toen had ik moeite om mijn tempo naar beneden bij te stellen. Dat terwijl ik meestal maar 25km/h fiets.

Vanaf hier was het weer ook niet optimaal. Ik ben eerst richting Lübeck gegaan om zo een grote bui te ontwijken. Na een kilometer of 40 zag de lucht in die zuidelijke richting ook zwart en leek het in het westen lichter te worden. Dus meteen rechtsaf waardoor ik in het mooie merengebied rond Plön belandde. In Preetz sliep ik in een museumachtig historisch pension, waarbij ik over de WC moest stappen om bij de douche te komen. Kiel viel me zwaar tegen. Door de vele grote wegen was er lastig te komen en nog lastiger te gaan. Fietsbordjes misten, en met de grote weg mee mocht niet. Het weer was wederom grauw en ik kon me dus niet op de zon oriënteren.


Na flink dwalen door een stuk bos kwam ik zomaar bij het Nord-Ostsee-Kanal. Dat was ook de bedoeling omdat ik een interessante brug in Rendsburg wilde zien. Dat lukte prima en als fietser kon ik ook zo mee met dit zweefveer. Ooit had ik eenzelfde brug gezien in Middlesborough. In Rendsburg ging ook nog een spoorlijn over het 40 meter hoge raamwerk. Het was trouwens een leuk stadje, waar de treinen helemaal omheen rijden. Hier is dus echt een rondje om de kerk te doen. Die omrit dient om hoogte te winnen voor die 40 meter hoge brug.

De volgende dag heb ik dit treinritje gemaakt richting Hamburg. Het weer was nog slechter geworden, de eerste uren bleef het constant regenen. Ik had het plan opgevat om maar meteen naar huis te treinen en later in het jaar nog eens een kleine fietsvakantie te doen. In Hamburg dacht ik daar toch weer anders over. Daar scheen een zonnetje en het was er droog. Dus toch maar weer op de fiets gestapt. Probleempje was de oversteek om naar de andere kant van de Elbe te komen. Na wat zoeken vond ik een fietsbordje met daarop “Stade 42km”. Ik wist dat die plaats noordelijker aan de andere kant lag. Dat bordje wees daarbij naar de overkant van de Elbe, dus hier moest ik wel ergens het gewenste pontje kunnen vinden. Dat bleek dus een hogesnelheidspont te zijn die meteen vertrok richting Stade. Het kaartje viel me erg mee en deze verkapte Elbe-rondvaart leek me wel wat en was ook best interessant.

Binnen 40 minuten was ik in Stade, waarvan ik wist dat het een mooi binnenstadje heeft. Daar begon het weer te regenen en begaf ik me al snel naar het station om een trein richting Bremen te nemen. Die trein reed alleen in het weekend, nu had ik alleen de keus uit de richting Cuxshaven of Hamburg-Harburg. Dat laatste was toch korter en ik ging dus maar weer terug naar Hamburg. De speciale fietswagon was goed gevuld met nog 6 andere fietsen en fietsers. Die fietsvoorzieningen zijn trouwens heel goed in de Duitse regionale treinen. Veel ruimte. Nieder-Sachsen vraagt maar 3 euro voor de hele dag, in Schleswig-Holstein is het zelfs gratis. Ik had me ook laten verleiden voor een zogenaamde Nieder-Sachsen-kaart waarmee ik als passagier de hele dag in deze deelstaat (en Bremen) mocht rondtreinen. Na 10 minuten verminderde het rendement van die kaart behoorlijk. De trein kon niet door Buxtehude.

Volgens de stationschef was Buxtehude van de kaart. Wij dachten aan een kernramp, maar het bleek om een kapot sein te gaan. We zaten helemaal voorin en met het raam open konden we de gesprekken tussen machinist en stationschef goed volgen. Er was een monteur onderweg. Toen dat na een uur nog niets opleverde kwamen uiteindelijk de “Ersatz”-bussen. Het regende nog aldoor en na wat zeuren kreeg ik mijn fiets ook in zo’n bus.

Daarmee was de ellende niet over. Die bus ging tijdens de spits alle stationnetjes af om te zien of daar nog iemand op “onze” trein stond te wachten. Dit inventen, wat niets opleverde, nam nog een uur. Waar het veer 40 minuten over deed nam deze trein-bus-reis ruim 2 uur. Het leuke is wel dat je veel mensen spreekt die allemaal in het zelfde schuitje zitten. Kortom dit zwerftreinen of beter zwerfbussen was best amusant en gezellig. Naar Bremen had ik weer een trein die het prima deed. Dit oostduitse ontwerp had voor de fietsers een lage instap en een invalide WC. In dat toilet-zaaltje paste mijn fiets al 3 keer, maar dat was niet nodig. Het fietsen-compartiment bood ruimte aan zeker 10 verlengde tandems. Daar kan de NS nog veel van leren. Mijn redelijk korte fiets moet bij hen meestal met een half wiel voor de deur.

Inmiddels was het laat geworden en zag ik het niet meer zitten om de enige trein naar Groningen te pakken. Omdat Osnabrück ook nog net in Nieder-Sachsen valt, leek me dat een betere keuze. Daarvoor hoefde ik maar 5 minuten te wachten op Bremen. Maar ook via deze hoofdroute zou ik Alkmaar niet meer halen zonder overnachting. Ik begreep dat deze trein ook in Bohmte stopte, en dat leek me de juiste plaats om uit te stappen. Een jaar eerder had ik hier prima overnacht vlakbij het station. En inderdaad dit hotel stond er nog en er was nog een bed over. De dag erop wilde ik een kaartje kopen, maar dat ging niet met de enige kaartautomaat. Pin-passen slikte deze niet, net zo min als gewoon geld. Tot Osnabrück heb ik dan ook voor niets gereden. Vanaf daar was ik in no-time thuis. Wat rijden die Nederlandse treinen toch mooi op tijd en enorm vaak.

Deel 1Deel 2

Fietsvakantie 2003 deel 3

In Lich trof ik Licher bier, maar ook een heel leuk stadje met flink wat Fachwerk-huizen. Ik kwam daar via een wat gedwaal waarbij ik door het mooie klooster Arnsbach kwam. Inmiddels had ik bedacht om tot de Duitse wadden-eilanden te fietsen, de koers bleef dus min of meer richting noord. Dit leek onhandig met de noord-oosten wind, maar dat was het niet. Zo had ik een prima Airco tegen het niet aflatende zonnige en vooral zeer warme weer. In het centrum van Giessen zat een setje agenten achter een tafel, bezig met het gratis afstellen van fietsen. Wat is hier aan de hand in dit voormalige autoland?

Naar Marburg lag ook al zo’n fraaie route, nu langs de Lahn. Hier zag ik een creatieve truck om aan te geven dat fietsers niet met een doodlopende weg te maken hebben. De Lahn ging door het mooie Marburg. Die dinsdag eindigde ik in het Sauerlandse Frankenberg, een heuveltop met een zwerm vakwerk-huizen er op. Het had maar 2 hotels en de goedkoopste was 48 Euro incl. ontbijt. Voor mij dus de duurste van deze vakantie. Bij de plaatselijke Italiaan werd dit op het voedsel direct terug-verdient. Hun uitstekende huis-salade werd in een schaal ter grote van een flinke afwasteil geserveerd. De kosten waren minimaal en de eerste 5 dagen hoefde ik geen groente meer.

De rivieren waren nog niet op. Vanaf Frankenstein fietste ik langs de Eder naar Korbach. Hier liepen aardig wat Nederlanders rond, zeker op zoek naar Frits. Vervolgens kwam ik nog door Brilon wat een mooier stadje is. In Lippstadt aan de Lippe sliep ik nadat ik een beetje deelgenomen had aan hun jaarlijkse zuipfeest. Ze hadden er prima weer voor. Tot laat in de avond bleef het warm en de tijdelijke biertenten hadden een flinke omzet.

Rond Lippstadt is het helemaal vlak. Een groot verschil met de dagen er voor. Deze dag begon het pas te stijgen bij Bielefeld. Hier reed ik het Teutoburgerwald in. Voor Enger zag ik een opvallende molen. Precies een maand later hoorde ik op de WDR-TV dat dit de Liesbergmühle was. In dat programma hoorde ik ook dat Bunde beroemd was voor de sigaren-handel. Zo schijnt daar de grootste sigaar te liggen en wordt er jaarlijks 20 miljard Euro aan accijnzen door een klein douane-kantoor geïnd. Met ca. 4000 inwoners is dat geen slechte score. Ik heb er wel wat rondgekeken, maar mij was dat niet opgevallen.

Bad Essen leek me een leuke plaatsnaam om te overnachten. Helaas was alles vol, op wat zeer dure kamers na. In overleg begreep ik dat in Bohmte (6km noordelijker) een hotel was dat beter bij me paste. Dat bleek nog zo te zijn ook. Ik heb er prima geslapen nadat ik er flink geboomd had met de waard. Hij had wat goede tips, onder anderen over de magneetbaan langs de Eems. Ik bedacht de koers dus wat te wijzigen. Eerst ben ik nog wel over de Moors (veenachtig moerasgebied) via Damme naar Cloppenburg gegaan. Daar is een openlucht-museum. Ik had geen zin om in de warmte achter een lange rij wachtenden aan te sluiten. Daarbij komt dat heel Duitsland deze vakantie een soort openlucht-museum voor me was. Hier sloeg ik linksaf richting Eems, waarbij ik die dag uitkwam in Werlte.

Ik wist dat de testopstelling van de magneetbaan al ruim 10 jaar net iets ten oosten van Groningen ligt. Afgelopen jaar was ik er dus vlak langs gekomen. Nu pas zag ik dit geval voor het eerst. Het betreft een baan van 35km waar een prima fietspad langs ligt. Helaas was het een zaterdag en viel er weinig te beleven. De magneettrein reed dus niet. Daarna heb ik nog een stuk langs de Ems gedwaald om zodoende in Papenburg te komen. Volgens de waard van Bohmte was dat een aardig stadje. Zelf vond ik dat wel meevallen, het deed wat Nederlands aan met 1 lange gracht er door.

De laatste tip van die man sprak mij ook erg aan, namelijk de scheepswerf van Meyer waar enorme cruise-schepen gebouwd worden. Ze doen dat in een enorme hal, die op dezelfde zaterdag ook dicht was. Naast de hal lag niets, dus dat schoot ook weinig op. Kortom een prima route maar 1 dag te laat. Dat wederom de Duitse winkels op zaterdagmiddag gesloten waren deed me besluiten om naar het wereldsere Groningen te fietsen. Met temperaturen rond de 30 graden is een supermarkt met frisdrank-voorraad zeker geen luxe. Vanuit Duitsland was een prima fietsroute richting Bellingwolde. De Duitse fietsbordjes stonden zelfs tot in dit dorp. Hier was alles open en kon ik nog weer even vooruit. Eerst nog door Winschoten gegaan dat met een 3-tal stadsmolens zeker een bezoek waard bleek. Ik besloot te eindigen in Delfzijl aangezien ik daar nog nooit geweest was. Die havenplaats viel wat tegen, maar ik vond er wel een aardig Bed en Breakfast-pensionnetje.

Thuis had ik nog wat te doen en mijn vakantiedagen raakten op. Ik bedacht dan ook deze rit in Assen af te sluiten. Uitfietsen via het Damsterdiep bleek een goede keus. Daarbij kwam ik door het aardige Appingedam en nog een stel kleine rustige dorpjes. Ik had al flink wat windmolens gezien, maar die van Woldersum vond ik nog het mooiste. Een normaal mens komt hier niet, maar door mijn gedwaal reed ik er pardous langs. Op deze foto is ook goed te zien hoe mooi het weer was; 30 graden en geen wolk te bekennen. Ik trof het dus goed, want dit was al ruim 2 weken gaande.

Na Zuidlaren had ik een bosroute richting Assen. Daarin zat een stuk geasfalteerd betonplatenpad met van die vervelende overgangen. Het duurde niet lang of ik hoorde mijn achterwiel aanlopen. Met nog maar 12km voor de boeg wilde ik er niet naar kijken trapte door zon lang zolang het ging. Op het station van Assen zag ik dat een stuk van mijn achternaaf afgebroken was waardoor enkele spaken in het luchtledige hingen. De kans is natuurlijk groot dat dit te maken had met mijn eerder spaak-probleem voor Reims. Dat ik er nu pas last van had mag een wonder heten. Gedurende de laatste 1600km van mijn vakantie heb ik er geen enkele hinder van gehad.

Verslag deel 1 | Verslag deel 2| Foto’s deel 3