Site-archief

Feb-06: Châteaubriant

Op zaterdag 21 september vond ik in Angers geen PMU, maar een soort bakkertje met koffieplek, die ook broodjes verkocht. Trouwens ook zelfgemaakte chocolaatjes. Het was een redelijk luxe zaakje met wat tafeltjes beneden en boven. Beneden was voldoende plek, ze verkochten de door mij gewenste goed belegde 1/3de stokbroden en kon goed leven met deze oplossing. Er zal wel kaas of paté op hebben gezeten, omdat ik ham minder vertrouw en jam juist de reden is om niet in een hotel te ontbijten.

Niet veel later ging ik toch eens kijken of Angers nog iets bezienswaardigs had. De afgelopen avond was me dat niet opgevallen. Nu wel. Van het bakkertje was het nog maar een paar honderd meter naar de Maine en toen ik die een halve kilometer stroomafwaarts volgde zag ik de eerste toren van het kasteel, waarover ik een dag eerder al schreef. Ik fietste er op een handige manier omheen en was meer dan onder de indruk. Bij de bouw waren de torens duidelijk in de aanbieding, iets van 17 halen en maar 10 betalen. Ik heb veel burchten gezien, maar nimmer zo’n hoge torendichtheid meegemaakt. En het waren geen misselijke exemplaren, met elk een diameter van circa 13 meter en een gemiddelde hoogte van 30 meter. Koning René liet zich destijds goed verdedigen.

Het werd overigens een dag met prachtig fietsweer, 24 graden met erg veel zon en vrijwel geen wind. Ik heb dus nog wel even door het de smalle straatjes in het oude deel geslenterd en de kathedraal bekeken, maar daarna wilde ik toch graag verder fietsen. Daarbij had ik een reisdoel in Châteaubriant bedacht. Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Feb-05: L’Anjou

Inmiddels is het vrijdag 20 september en ging ik eerst even opzoek naar een ontbijt-verstrekker. Net als in Blois geen enkel probleem. Een paar honderd meter van het hotel had ik al een soort broodjesbar met wat ik hebben wilde gevonden. Het was ’s ochtends nog wel wat fris en dus hield ik mijn jas tijdens dit ontbijt aan. Ook al omdat het iets was met een open eind aan de straat.

Het was een populair zaakje en elke paar minuten kwam er wel iemand binnen voor een koffie met of zonder versgesmeerd broodje. Ze gingen met het spul ook weer net zo snel weg. Fransen hebben in dit soort grotere steden inmiddels net zoveel haast als Amerikanen en de rest van de wereldbevolking. Alles moet ‘to go’ zijn. De enige die de tijd had was ik, want iemand moet toch de Franse traditie van ‘slow food’ hoog houden.

Ik fietste vervolgens verder westwaards en vond een heerlijk rustig weggetje. Zo rustig dat ik een vaag vermoeden kreeg dat ik op iets doodlopends zat. Aan het eind zag ik een spoor via een spoorbrug de Loire kruisen. Ik had nog enige hoop gevestigd daarlangs over te kunnen steken, maar helaas. Mijn weg zat klem tussen de Loire en de Cher en via die laatste ben ik weer een kilometer of 5 retour gefietst om de eerste Cher-oversteek bij Savonnières te nemen. Daar zag ik aan de overkant een groep fietsers, die netjes de Loire-route volgden en niet in de Loire-Cher-vuik gelopen waren. Aan de andere kant had ik 10 km heerlijk gefietst en was er maar 1 auto tegen gekomen.
Lees de rest van dit bericht

TourFiets-verslagje 1999 deel-2

Op dit eiland is het prima (links) fietsen, ze hebben goede wegen. Gekgenoeg kreeg ik er wel een lekke band. Deze foto maakte ik aan de Noordkant. Na 60 km was ik het eiland rond en ging ik met een snellere veerboot naar Saint-Malo. Deze Bretonse plaats is best aardig, maar Mont-Saint-Michel is echt unique. Doordat ik hier op een vreemd tijdstip aankwam had ik geen last van de vele touristen die later op de dag kwamen. Vandaar ben ik meer naar het binnenland van Frankrijk getrokken en kwam ik door Le Mans, die een mooie oude binnenstad heeft. Ook overnachtte ik nog in Amboise. (Later hoorde ik dat Leonardo Da Vinci hier zijn laatste jaren doorgebracht heeft.)

Vanaf Amboise had ik, via Tours, een kastelen-route langs de Loire te pakken. Een prima fietsweg met een fraai uitzicht. Na Chinon, Loudun, Parthenay en Rochefort kwam ik midden in een moeras-gebied deze citadel Brouage tegen. Voor een fietser een doorgaande weg, voor het overige verkeer niet. Via een lange vlakke brug kwam ik op Oleron. Daar was nog zo’n citadel, maar minder mooi. Met dezelfde 5km lange brug ging ik weer terug. Door de harde Biskaaise wind ging ik nu 50km/h, heen was het maar iets van 13. Bij Royan kon ik met deze Pont naar de Medoc oversteken. Het was een vreemd veer, waarbij van de zijkanten geladen werd. Dat ging behoorlijk vlot.

In de Medoc kwam ik nog een groep Amerikanen tegen die hier per fiets een paar kasteeltjes bekeken. Het waren grappige maar vooral kitserige optrekjes. Bij Blaye veerde ik nog maar eens en trof ik daar alweer een citadel aan. In Cadillac werd ik ingehaald door een caravaan old-timers. Rond Castlejaloux trof ik nog een flink bosgebied. Een half jaar later zou dit voor 95% omwaaien. Was ik even mooi op tijd! In deze omgeving kwam ik door wat schilderachtige plaatsjes als Barbaste, Condom en Auch. En voor ik het wist fietste ik met de Garône mee de Pyreneeën in.

deel 1 | deel 2 | deel 3 (met kaart) | aanvulling 2016