Site-archief

Nov-28: 0471 Frankrijk in

Op maandag 13 september begon de dag een stuk frisser en werd het niet warmer dan 20 graden. Het was ook flink bewolkt, maar ’t bleef droog. Ik wilde richting zuidwesten en Frankrijk in. Al meteen buiten Bruchsal belandde ik in een dicht bos, waar het nog nat was van de vorige avond. Het fietste er mooi en vooral rustig. Het voelde onwerkelijk als je bedenkt dat dit Rijndal het hoofdriool voor auto’s, treinen en schepen is. Van die laatste hoor je niet veel, maar die andere 2 kunnen toch flink lawaai maken. Het dichte bos hield dat goed tegen.

Net als gisteren fietste ik zonder pleister op de knie. Die pleister zag er wel netter uit, maar daaronder wilde het door die dingen slecht stollen. Gisteren was dat dus wel gebeurd, maar de roof was erg dun. Dus opletten bij overhangende struiken. En die waren er genoeg op m’n pad.

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Mei-29: ‘De Grote 4’

Dat hoorde ik ‘onze’ presentators een paar keer zeggen. Ik begreep dat daar de vier landen mee bedoeld werden, die zonder voorronde met het Eurovisie Songfestival mee mochten doen. Kan me daar wel wat bij voorstellen. In een groot land is het veel moeilijker om door te breken dan in een dwergstaatje als Monaco.

Duitsland, dat het festival in mijn oren terecht won, hoorde schijnbaar bij die 4. Later begreep ik dat de andere 3 Frankrijk, het Verenigd Koningkrijk (van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) en Spanje waren. En dat is gek, want een land als Italië heeft veel meer inwoners dan Spanje.

Inwoners (in miljoenen)

 1. Russische Fed.   140,1
 2. Egypte            83,1
 3. Duitsland         82,3
 4. Turkije           76,8
 5. Frankrijk         62,2
 6. Ver. Koningkrijk  61,1
 7. Italië            58,1
 8. Ukraïne           45,7
 9. Spanje            46,6
10. Polen             38,5
11. Marokko           34,9
12. Algerije          34,2
13. Roemenie          22,2
14. Nederland         16,5
15. Griekenland       10,7
16. Portugal          10,7

Lees de rest van dit bericht

Jul-28: Wie won De Tour?

De meeste zullen zeggen dat dat Contador was. Die werd niet voor niets in Parijs gehuldigd. Zijn overwinning is gebaseerd op de snelste tijd. Bij andere sporten zoals voetbal wordt de overwinnaar anders bepaald. Het gaat dan niet om het meeste aantal doelpunten van alle competitiewedstrijden, maar in eerste instantie om het aantal overwinningen. De winnaar van een wedstrijd krijgt daar tegenwoordig 3 punten en bij gelijkspel 1 punt.

Als je iets dergelijks op de Tour zou toepassen (denk aan 3 punten voor de etappewinnaar, 2 punten voor de 2de plek en 1 punt voor de derde plek), dan ziet de einduitslag er duidelijk anders uit.

1. Cavendish (6 eerste plekken en 1 derde = 19 punten)
2. Contador (2 eerste en 2 tweede plekken = 10 punten)
3. Hushovd (1 eerste en 3 tweede plekken = 9 punten)

Maar voor mij was de echte overwinnaar de cameraman in de helicopter. Ik heb genoten van de mooie plaatjes die hij (of was het een zij?) overal schoot. Hieronder een opname uit de Alpen bij Verbier:

Het is overigens nog een beetje afwachten. De eliteclub die voor de hoofdstad van Nazarbajev uitkomt is al eerder flink tegen de dopinglamp gefietst met Vinokoerov. Tegenwoordig zijn de dopingsoorten en daarmee controles zo complex dat dat nog een jaartje op zich kan laten wachten. Dat mogelijke lot geldt voor alle deelnemers.

Jul-04: Tour de Google 2008

Een paar dagen terug ontdekte ik dat Google haar streetview-auto door Parijs had laten rijden. Toen viel me nog niets op. Een grote stad als Parijs leek me na de grote steden in de USA een logisch keus.

Toen ik flink uitzoomde om te zien waar nog meer blauwe straatzichtvlekken zichtbaar waren, leek dat erg tegen te vallen. Maar her en der een stukje en alles in Frankrijk. En pas toen viel het me op dat de Google-wagen de Tour de France van 2008 heeft voorverkend.

Lees de rest van dit bericht

Nov-11: Ville Vauban

Even een apart log over citadellen. In Frankrijk en België staat daar vaak Vauban bij. Deze markies was een bedenker van dit soort versterkte plaatsen, en vaak een verbeteraar van bestaande citadellen. Vauban was een militair bouwkundig engineer. Soms is het alleen een groot fort op een strategische plek zoals in Bitche en Belfort. Beide lijken sterk op elkaar. Die van Belfort heb ik in 2003 bekeken.

Tijdens mijn vakanties ben ik door veel plaatsen met een citadel gekomen, waarbij de naam Vauban genoemd wordt. Goed voorbeeld zijn Blaye en Besançon. Die lijken ook op deze citadel met (soms een dubbele) droge gracht er omheen.

In 1999 trof ik er 3 op rij, voor Blaye fietste ik door Oleron en Brouage en een stuk eerder door Ieper en Arras en veel verder door Perpignan. Die van Brouage is heel anders, daar zit een volledig dorp tussen de muren. Dat is ook zo bij Neuf-Brisach die prachtig 8-hoekig is opgezet en waar ik 2x geweest ben. De eerste keer in 2000. Ik fietste toen ook door Metz. In 2001 ging ik door Namur daar ligt ook zo’n groot geval van Vauban bij de Sambere-Maas samenstroming. Zo ik het nu zie heeft ie niet meegedacht aan de forten van Huy, Dinant en Givet die ik in dezelfde vakantie zag.

Hij werkte wel aan de citadel van Toul waar ik in 2005 was. Dat geval van Verdun is waarschijnlijk een stuk recenter, net als die van Jülich.

Andere steden met een citadel waar ik gefietst heb en Vauban gefortificeerd, zijn: Antibes, Bayonne, Bergues, Bouillon, Gravelines, Kehl, Luxembourg, Maastricht, Maubeuge, Morlaix, Saint-Malo, Saint-Omer, Sedan, Sisteron, Ieper, Colioure, Rochefort en Toulon.

Nou wil ik die van Bergues nog een keer goed bekijken. Ik ben ooit dwars door hun leuke grachtencenrum gefietst en hun citadel is me nooit opgevallen.

Vauban heeft ook gewerkt aan Landau waar ik 100km eerder door fietste. Nu begrijp ik beter de ruime rechthoekige indeling van die stad. Toch heb ik er geen citadel in herkend. Mogelijk is er nog ergens een stuk vestingsmuur te vinden, maar niet op de manier zoals ik er in en er uit ging.

Vauban was trouwens niet de enige die dit soort dingen ontwierp. In Nederland liggen er ook hele mooie, zoals bijvoorbeeld Naarden, Heusden en Willemstad en natuurlijk de Stelling van Amsterdam. Die van Bourtange vind ik de mooiste en die van Bitche lijkt me het imposantste.

De Bult van Bitche

Vanaf de weg gezien.

1340-Bitche

Pirmasens vond ik een middelmatige stad. Een Klein centrum met grote parkeergarage en een aardige fontijn. Maar daar hield het wel zo’n beetje mee op. Ook met het weer. Na een halfuur rondkijken begon het te plenzen en dat is die avond niet meer opgehouden. Mijn voorgevoel van onderweg kwam gelukkig nu pas uit.

Veel restaurants waren er niet, althans niet open. Ik belandde voor de 2de keer bij een Griek en wat dat betreft leek het ook erg op m’n ervaringen in Hagen.

De volgende ochtend zat er een gast of 10 in de moderne eetzaal. Wel raar, want gisteravond had ik de indruk de enige in dit grote gebouw te zijn. Gelukkig was het weer droog. Nog wel erg zwaar bewolkt. Een van m’n mogelijke doelen was Zweibrücken. Mijn zwager heeft daar voorouders gehad, een reden om daar eens te kijken. Toen ik buiten kwam veranderde dat idee. Ten west-noord-westen (dus boven Tweebruggen) zag de lucht pikzwart. Daar heen gaan zou niet handig zijn, dat was vragen om een nat pak.

Dan zag het zuid-westen er een stuk gunstiger uit. Nu had ik daar ook een bestemming bedacht met de naam Bitche. Een idee dat ik in de vorige vakantie had opgedaan. Volgens een stel uit Ipswich zou daar een mooie kasteel zijn. Het was niet zo ver en dat leek me wel te doen. Als het weer om zou slaan, dan kon ik daar vast wel overnachten.

Pirmasens op deze manier verlaten was niet eenvoudig. Een stel lastige heuvels en een weg die over de toppen ging. Wel een mooi uitzicht. Toch moest ik ook goed op de weg letten, die was redelijk druk en erg slecht. Het was duidelijk waar ik Frankrijk binnenfietste. De weg werd 2 meter breder, was prachtig geasfalteerd en helemaal leeg. Niet te geloven wat een verschil. Op Google-Earth is dat zelfs goed waarneembaar. Kortom lekker fietsen langs een rivier door miezerige dorpjes.

Onderweg nog een keer geschuild met een kleintje koffie. Typisch Frans, maar tegen Duitse prijzen en in een Duits accent aangeboden. Iedereen sprak er een soort Duits. Na een half uurtje werd het droog en trok ik verder.

Vlak voor Bitche begreep ik wat die Engelsen bedoelden. Het leek er op dat ik op een enorm grote afgetopte piramde afreed. Wat een klomp steen. Duidelijk dat dit een citadel of een fort was die hoog boven de omgeving uitstak. Onderaan lag een klein stadje waar ik eerst nog in een hofje een grappige Eend zag. Dat ding pufte elke 10 seconden een klein rookwolkje uit de motorklep. Leuk voor mijn kennis die alles over Citroëns verzameld. Later zag ik op de foto dat 1 van de bomen door de achterbak van het voertuig groeide. Waarschijnlijk is het laadbakje om de boom geschoven.

Daarna heb ik de bult beklommen en gerond. Dit fort deed me erg denken aan Belfort, een stad met een mooi fort in de buurt van Basel. Alleen dit lel was nog een maatje massaler. Later vond ik op streetview een mooie panorama van deze kolos.

Reden genoeg om een apart logje te maken over m’n citadeltic.

Begin met Kaart | Vervolg

1381-Sarreguemines

Na anderhalf uur wandelen had ik Bitche en de citadel wel bekeken. Vanaf de heuvel zag ik aan de zuidkant 3 grote hotels. Duidelijk een touristische plaats. Toch zag ik het niet zitten om deze dag hier te beëindigen, daar was het me veel te vroeg voor.

Vanaf de heuvel zag ik ook dat het wolkendek rondom potdicht was. Het spatterde af en toe en soms een beetje regen. Het leek me wel iets om te zien wat hun station voorstelde, misschien kon ik van hier een trein ergens naar toe nemen. Dat bleek er niet in te zitten. Het waren meer omnibussen die hoofdzakelijk naar Hagenau en Sarreguemines reden.

Sarregemines leek me wel een aardige bestemming, maar dat ding reedt net voor mijn snufferd weg. De volgende ging pas over 2 uur. Nou is Sarreguemines helemaal niet zo ver van Bitche en ik besloot dat stukkie te fietsen. Zo hard regende het niet.

Halverwege dacht ik daar duidelijk anders over. Toen zette de regen goed in. Eerst nog enekele keren geschuild in de ruime bushokjes, maar dat schoot niet erg op. Teruggaan zag ik ook niet zitten, want daar regende het waarschijnlijk net zo hard. Dus toch maar die resterende 20km doorkletsen.

Het grootste nadeel van regen vind ik m’n open ketting. Deze keer had ik gelukkig kettingolie bij me. Dat leek me inmiddels wel nodig. Dwz als het droog werd zou ik de ketting droogrijden en daarna smeren. Voor m’n bagage maak ik me geen zorgen, ik heb een waterdicht systeem. Gewoon de allergoedkoopste fietstassen en in elk vak een dikke komo-vuilniszak waar mijn bagage in zit. Dat werkt veel beter dan dure fietstassen. Dat ik zelf nat word vind ik niet zo erg, dat word ik ook onder de douche.

Ik zette wel voor het eerst een petje op. Dan kletterde de regen niet zo op m’n hoofd. Flink doorweekt arriveerde ik drie kwartier later in Sarreguemines. De laatste 10km reed ik in een heuse hoosbui met een gangetje van 35 het Saardal in.

Het eerste hotel leek me te ver van het centrum, ik stopte bij de 2de. Later bleek dat die op 100 meter van de Saar en dus het echte centrum lag. Een oud hotel met prima kamers. Snel de fietstassen geleegd door de vuilniszakken met bagage er in een keer uit te trekken. Binnenin was alles gewoon droog, en niet eens klam. Nix aan de hand dus.

Toch nog een keer onder de douche, waarbij ik me afvroeg of ik niet beter onderweg wat shampoo in m’n haar had kunnen wrijven.

Ondanks dat het hardstikke donker was, was het nog te vroeg om te eten. In Frankrijk kan je wel tussen de middag eten, maar niet om een uur of half 6. Dus maar goed de stad bekeken, waarbij de plu goed van pas kwam. Het regende nog altijd net zo hard als in de laatste kilometers.

Ook maar even op het station gebuurt, kijken waar hun treinen naartoe gingen. Ik had het kunnen raden, bijna allemaal richting Parijs. Dat ging via Metz. Treinen naar Saarbrücken, wat er vlakbij ligt, zijn beperkt tot een stuk of 3 per dag. Dus een belabberde aansluiting met het Duitse netwerk. Maar goed, misschien werd het weer beter en zou ik morgen weer gewoon verder fietsen.

Inmiddels was het 19 uur en verheugde ik me op de Franse keuken. Dat bleek zwaar tegen te vallen. Het was maandag en vrijwel elke eetgelegenheid had die als rustdag gekozen. Ik zag alleen een afhaal-Turk, waar de portiek vol stond met kaners. Dat leek me echt nix, dan nog maar wat beter zoeken.

Uiteindelijk vond ik een collega-Turk, die ook een set tafeltjes had en waar het minder druk was. Het werd een goedgevulde groentenpizza, met een karaf rode wijn. Want dat verkocht ie ook. Beide smaakten uitstekend.

Begin met Kaart | Vervolg

Jul-06: Tour de France 2006

Een jaar terug heb ik een een logje gemaakt over de plaatsen van de Tour de France waar ik wel eens gefietst heb. Het leek me leuk om dat voor deze Tour ook eens uit te zoeken. Hieronder de kaart, waar ik alle trein-, auto- en vliegtuigverplaatsingen uitgehaald heb.

Proloog
Het begin van de Tour is een tijdrit door Strasbourg. In 1980 ben ik naar de euopese hoofdstad en weer terug gefietst. Ik vond het toen niet zo’n prettige stad, maar nu denk ik daar misschien heel anders over.

Etappe 1
Ook deze rit begint en eindigt de meute in Strasbourg. Onderweg komen ze door Mommenheim, Schwindratzheim, Hochfelden, Wiwilsheim en Saverne. Toevallig deed ik dat stukje afgelopen jaar in tegengestelde richting. Ik kwam toen net van het hellendvlak in de noordelijke Vogezen en trof hier een prachtig fietspad langs een kanaal. Dat pad is vast te smal voor de renners en zeker voor de stoet auto’s die er voor en achter rijdt. De renners moeten dus genoegen nemen met een minder mooie snelweg.

Vervolgens gaan ze een andere kant op en herken ik pas de plaats Offenburg in Baden-Wüttemberg. Daar fietste ik in 2003. Iets verder gaan ze nog door Kehl waar ik door ging met m’n rondje Strasbourg.

Etappe 2
Hier herken ik de plaatsen Rehtal/Guntzviller, Niderviller, Buhl-Lorraine en Sarrebourg. Dat was ook in 2005, zo reed ik toen de Vogezen in.


Hierboven het Plan d’Incliné, een leuk geval tussen Guntzviller en Saverne, die de Tour dus 2x op een haar na mist. Dubbeldom dus.

Bij Thionville en Manom gaan ze een stukje met de Moezel (Moselle) stroomafwaarts. Ik fietste daar ik in 2000 in tegengestlede richting.

Ettappe 3
Mersch, Colmar-Berg, Ettelbrück, Marnach, Fischbach, Weiswampach en Wemperhardt zou ik moeten kennen uit m’n fietsvacanties van 1979 en 1984. Vooral in 1979 heb ik flink door Luxembourg gedwaald. Ik kwam toen vanuit België via Theux, Spixhe, Spa, Malchamps, Francorchamps, Stavelot, Trois-ponts, Grand-Halleux, Vielsalm, Salmchâteau, Bovigny en Beho. Allemaal Waalse plaatsjes die de Tour in omgekeerde richting aandoet. Zeker een mooi fietsgebied en goed geasfalteerde wegen.

Uiteindelijk eindigt deze etappe in het Nederlandse Valkenburg. Daar ben ik wel geweest, maar niet op de fiets. In 1991 fietste ik vanaf Maastricht en Hoogcruts België in en kwam daar nog door Aubel, Battice, Dison en Verviers. Die plaatsen rijden de renners in omgekeerde richting.

Etappe 4
Deze dag beginnen ze in Huy aan de Maas. Daar fietste ik ook in 2003, net als in Andenne, Yvoir, Anhee. Vervolgens kruisen ze m’n toch van afgelopen jaar in Boussu-Lez-Walcourt, dat dichtbij Cerfontaine ligt.

Ze keren dan weer teug Frankrijk in en kruisen in Nouvion-en-Thierache m’n fietstocht van 1995. Die tocht eindigde toen in Lissabon.

Wat verder rijden ze eindelijk een stukje mee in dezelfde richting, van Hauteville via Bernot en Neuvillette naar Origny-Sainte-Benoite. Dat was eveneens in de vacantie van het afgelopen jaar. Ik zocht daar tevergeefs naar een scheepstunnel.

Ze finishen in Saint-Quentin, waar ik mijn fietsrondje van 2001 beëindigde.

Etappe 5
Ze rijden nu naar Caen, de hoofdstad van Normandie. Daar en in de plaatsen, Herouvillette, Colombelles en Mondeville er vlak voor reedt ik in 1999.

In Normandië fietste ik meer langs de indrukwekkende kust

Etappe 6
Hierin maar 1 plaats waar ik gefietst heb. Halverwege bij Ambrierres-Les-Vallees kruisen ze m’n route van 1999.

Etappe 7
Rond Rennes heb ik nog nooit gefietst.

Etappe 8
Deze etappe heeft als einddoel Lorient. Dit was ook een finishplaats in 1998. Dat zag ik onderweg in de vacantie van 1998 en het leek me dus wel leuk om deze stad aan te doen. Dat viel tegen, Vannes wat wat verder ligt vond ik een veel mooiere plaats.

Etappe 9
Zelf hou ik er van om door te fietsen. In de Tour doen ze dat niet. Zo nemen ze af en toe een rustdag en stappen ze in het vliegtuig om een stuk verder door te fietsen. Ze starten dan ook ploseling in Bordeaux. Ik was daar wel aan het einde van m’n fietsvacantie van 1991, en heb mijn fiets vandaar per trein naar huis gestuurd. Zelf meenemen in de TGV mocht niet. Pas aan het eind van deze rit komen ze in de plaats Dax, waar ik ook door kwam richting Lissabon.

Etappe 10
Hier herkende ik geen enkele plaats, dan zullen ze wel de bergtoppen opzoeken. Zelf doe ik dat niet zo. Fietsen is leuk, maar energie verkwisten gaat me te ver.

Etappe 11
Nog steeds de Pyreneën. Toch wel een stukje waar zij nu fietsen en ik in 1999. Dat is van Bossost via Vielha naar Val d’Aran. Allemaal net in Spanje door een mooi rivierdal waar de Garonne of in het spaans Garona begint.

Etappe 12
Hier komen ze na wat heuvels weer even door hetzelfde Gironnedal door de plaats Fronsac. Dan is het meteen een hele tijd over tot vlak voor de einstreep. Ze gaan dan door Montreal, dat leek me in 1991 een leuk plaatsje om door te fietsen. De naamgenoot in Canada heb ik nog nooit bezocht. Tegen het gehucht Montreal ligt het gat Bram, vond ik toen ook leuk om door te fietsen. Die dag begon ik in Carcassonne waar voor renners de eindstreep ligt. Deze oude stad is erg mooi, maar ook vreselijk touristisch.

Etappe 13
begint in Beziers, waar ik ook al in 1991 fietste. Via het Canal du Midi is zo op een zeer eenvoudige manier van de Middenlandse zee naar de Golf van Biskaye te fietsen. Wat me overigens niet lukte omdat ik halverweg pech kreeg en m’n reis per trein voortzette.

Een flink stuk verder gaan ze door Anduze, waar ik in 1990 fietste. Ik kwam toen ook door Le Teil en Montelimar waar deze etappe eindigt. In 2001 kwam ik ook door Montelimar waar ik in een mooi hotelletje midden in de stad sliep. Het had iets weg van een omgebouwd kloostertje en het was er heerlijk koel.

Etappe 14
Hier gaan ze vlak voor de finish door Monêtier-Allemont. Een plaats die aan de Durance en de D4 ligt. De fietsers gaan ook over dat heerlijk rustige weggetje, maar ik vraag me af of ze dat Provence-gevoel ook zo ervaren. In Gap ligt de streep en daar was fietste ik in 2001.


D4

Etappe 15, 16 en 17
Inmiddels zitten de renners in de Alpen en gaan ze daar moeilijk doen, zoals omfietsen. Mij even niet gezien.

Etappe 18
Ze rijden deze dag de Alpen uit en komen door Viry waar ik in 1990 richting Zwisterland ging. Nog wat verder komen ze door Bohas waar ze m’n route van 2001 kruisen. Natuurlijk kunnen ze Bourg-en-Bresse de hoofdstad van departement Ain (01) niet overslaan. Zelf kwam ik daar door in 1999.

Etappe 19
Dit is een tijdrit. Hier herken ik de plaatsen Blanzy, Monchanin en Montceau-les-mines waar ik in 1998 reed langs het Canal-du-Centre. Als mensen van sluizen houden, dan is dit het kanaal waar je je hart op kan halen. Een stuk of 30 over 80 km.

Rechts een sluis bij Montceau-les-Mines.

Etappe 20
Die begint zoals altijd in de buurt van Paris en eindigt in het centrum. Ooit heb ik me gewaagd aan dat wespennest van snelwegen. Het was me toen duidelijk dat ik daar als fietser niets te zoeken heb. Frankrijk ligt vol met leuke stadjes, die stuk voor stuk een stuk overzichtelijker zijn dan Parijs.

Jan-05: Dom-vraagje

Mijn vorige blogbericht ging over m’n zwerffietsvakantie. Ik heb de gewoonte om op kerktorens af te fietsen. Wegwijzers ‘naar’ het centrum werken nooit en sturen mensen om een stad naar een parkeergarage. Da’s leuk voor een auto, maar als fietser wil ik een centrum zien waar ik op de fiets meestal goed in en door kan. Simpele oplossing is het navigeren op de grootste kerktoren. (Zeg maar een CPS: Church Positioning System)

Ik heb dan ook heel wat van die dingen gezien en sommigen van binnen. De grootste in Frankrijk noemen zich Cathédrale. Knoeperts van kerken die ik o.a. tegenkwam in Aix-en-Provence, Amiens, Angers, Auch, Auxerre, Avignon, Blois, Bordeaux, Bourges, Caen, Châlons-en-Champagne, Chartres, Dax, Gap, Langres, Laon, Le Mans, Lisieux, Metz, Montpellier, Narbonne, Noyon, Orléans, Périgueux, Poitiers, Quimper, Rouen, Sens, Reims, Soissons, Strasbourg, Toul, Tours, Troyes en Vesoul. Maar ook Monaco, het Zwitserse Fribourg, het Duitse Dresden, en in België: Antwerpen, Brugge, Gent, Hasselt, Ieper en Mechelen. In Nederland zag ik ze in Haarlem en ‘s-Hertogenbosch. In het Spaanse Barcelona, Burgos, Salamanca, en Valladolid. In Zwitserland Sankt Gallen. In Italië: Brindisi, Faenza, Ferrara, Parma, Pesaro, Trani, Salerno, Taranto, Trento en nog een zootje. Hun woord Cattedrale wordt meestal in dezelfde zin genoemd als Duomo, net als in het Italiaans Zwitserse Lugano. In Denemarken: Viborg en Kopenhagen en Oslo in Noorwegen. In Ierland: Lismore, Roscommon en Waterford, en het Britse Bath, Bristol, Canterbury, Carlisle, Chester, Chichester, Durham, Hereford, Kirkwall, Peterborough, Salisbury en Worcester (Cathedral). Bij nazoeken blijkt Cathédra te staan voor katheder (preekstoel) of leerstoel.

Maar ook het woord Basilique komt (minder vaak) voor. Die vond ik o.a. in het Franse Vézelay, Saint-Quentin en Paray-le-Monial, het Italiaanse Bergamo, Caravaggio en Bressanone (Brixen) in het Duitse Bühl, Waldürn, Lichtenfels en Kevelaer (Basilica), het Belgische Tongeren en het Luxemburgse Echternach. In Nederland: Oudenbosch, Oldenzaal, Deventer, Hengelo, Laren, Hulst, Sittard, Thorn, Maastricht en Zaltbommel. Omdat het er minder zijn had ik het idee dat een Basiliek boven een Kathedraal staat, ook al zijn Kathedralen vaak groter. Maar klopt dat?

En dan hebben we nog de Dom, zoals in Utrecht. Die dingen vind ik vooral in Duitsland: Aachen, Altötting, Augsburg, Bamberg, Braunschweig, Bremen, Dresden, Erfurt, Fritzlar, Fulda, Greifswald, Heppenheim, Koblenz, Limburg/Lahn, Lübeck, Magdeburg, Mainz, Meissen, Münster, Keulen, Neheim, Osnabrück, Paderborn, Hildesheim, Passau, Quedlinburg, Ratzeburg, Regensburg, Rottenburg/Neckar, Schleswig, Soest, Speyer, Stendal, Trier, Wetzlar, Worms, Würzburg en Xanten en In het Tjechische Plzen en Praag. In Italië zag ik Duomo (is Cattedrale) in Ancona Bari, Bolzano (Bozen), Como, Crema, Firenze, Genova, Mantova, Pavia, Padova, Piacenza, Rimini en Venezia. In Oostenrijk zag ik ze in Feldkirch, Innsbruck, Wiener Neustadt, Salzburg, Graz en Linz.

Ik denk dat een Dom te maken heeft met een Bisdom (zoals Utrecht is) en dus ook niet overal kan staan. Domus is Heer net als Domenica de Dag des Heren (Zondag) is in het Italiaans en Latijn. Maar is een Dom nu gelijkwaardig aan een Basiliek of een Kathedraal?

En dan bestaat ook nog de term Munster, zoals in Ulm (hoogste (161m) kerktoren ter wereld), Bonn, Breisach, Freiburg, Hameln, Herford, Ingolstadt, Konstanz en Schwäbisch Gmünd (ook basiliek). Ze komen ook voor in het Franse Strassbourg, Thann, het Zwitserse Basel en het Nederlandse Roermond. In het Britse York zag ik een Minster (Die van London heb ik gemist.)

Munster kon ik herleiden naar Monesterie, was klooster betekent. Zo’n ding zal wel een kloosterkerk zijn zoals ik o.a. tegenkwam in Sainte-Anne-d’Aurey (is ook een basilique) en Mont-Saint-Michel, Holzen in Bayern en Melk in Oostenrijk. Ook dat kunnen joekels zijn waar goed op te navigeren is.

Na een rondje Wikipedia zag ik dat een Dom gelijk is aan een Kathedraal en dat die gekoppeld zijn aan een Bisdom. Basiliek is een eretitel die door het Vaticaan uitgedeeld wordt en heeft vaak met bedevaart te maken als in Vézelay. Daarnaast is basliek ook een bouwvorm. De Bavo in Haarlem is zelfs Kathedraal en Basiliek. In Landshut trof ik een kerk met de hoogste (136m)  bakstenen toren ter wereld, navigatie-technisch ook erg handig.

Kortom een dom vraagje, want ik kon het gewoon opzoeken.

(Vet is Unesco-werelderfgoed.)

Dec-31: Hellingproef

Het heeft even geduurd, maar eindelijk heb ik dan mijn fietsvakantie op m’n website gezet. Deze keer heb ik het een beetje anders gedaan met een beeldverhaal. Ik vond het leuk om daar zelf iets in javascript voor te verzinnen.

zie Fietsvakantie-2005. **)

Zoals gebruikelijk trapte ik deze vakantie ook zomaar een eind heen, onder meer om wat af te vallen. Na een maand bijna niet gefietst te hebben lukte het wonderwel en had ik nergens last van. Een echte route heb ik nooit voor ogen, alles hangt erg af van het weer en wat ik onderweg tegenkom. Via horen zeggen en TV-documentaires heb ik wel wat dingen in m’n hoofd en als dat zo uitkomt, dan fiets ik op zoiets af.

Zo wilde ik altijd al eens Leuven en Soissons zien, wat deze vakantie dan ook lukte. In het prachtige VRT-programma ‘Bourgondisch Complot’ was me een oude scheeptunnel opgevallen, waar schepen met een ketting doorgetrokken worden. Ik had begrepen dat dat bij Ribemont was. Nix te vinden dus. Er lag wel een kanaal en een rivier, maar die gingen niet door een berg.

Bij het kanaal stond wel een touristisch plattegrondje waarop ik zag dat die tunnel aan de andere kant van Sint Quentin lag, zo’n 30km verderop. Daar had ik niet zoveel zin in, komt wel eens een andere keer. In Soissons zag ik dat er bij Braye-le-Laonnaise ook zo’n ‘Souterrain’ was. Die ‘Onder terreinse’ heb ik de volgende dag bekeken.

Een stuk verder net voor Sarrebourg zag ik zomaar een kanaal door een meer. Ook apart. Mijn ouders waren binnenschippers en ik heb een technische tic. Dus dit soort bezienswaardigheden vind ik mooier dan een Cathedraal (die ik overigens ook graag bezichtig).

Het mooist was een scheepslift in de Vogezen. In Sarrebourg wilde ik gemakkelijk met een kanaal mee over de Vogezen. Dat lukte niet echt en het werd toch klimmen over een 400 meter hoge heuvel. Op de kaart zag ik met kleine blauwe letters ‘Incliné’ wat schuine helling betekent. Ik had van kennissen ooit gehoord dat in de Vogezen, net als in het bekendere Belgische Ronquères, een scheepslift of ‘Hellend Vlak’ is. Een klein D-weggetje liep daar het dichtste langs.

Zo kwam ik door Arzviller waar ook een scheepstunnel uit de berg kwam. Een stuk verder kwam ik prachtig langs het kanaal te fietsen. In Lutzelbourg vond ik het wel vreemd dat ik naast wat oude sluisjes nog nix opvallends gezien had. In dit dorp stond een wegwijzer naar dat Plan Incliné ook zomaar de ander kant op. Ik besloot die borden dan maar te volgen ook al was het terugwaards.

Enkele kilometers verder zat een stel Britten op een vangrail en zag ik dat ze naar de scheephelling keken. Met mijn weggetje was ik er dus rakelings achterlangs en onderdoor gefietst en dat had ik nu pas in de gaten. Het is een soort dwarshelling en de beide kanaaldelen buigen uit naar het zuiden, dus van mijn achterlangsweggetje af.


Een mooi ding, dat nog maar 25 jaar oud is. Bij aanvang van m’n vakantie had ik niet in m’n hoofd om dit op te zoeken. Feitelijk bedacht ik het maar 15km van die plek.


**) Aanvankelijk had ik dit verslag met zelfverzonnen fotoscript op mijn website gezet. Toen die website de geest gaf heb ik bij Webminlog een HTML-pagina ingeladen. Maar bij WordPress.com mag beide niet. Ik heb ook geen andere plek meer om eigen HTML-pagina’s te stallen. De huidige (2013,5) oplossing is dat ik de HTML zelf in een Blogspot-bericht zet en vervolgens op de knop druk dat ie niet naar HTML-fouten moet kijken. Dit lijkt te werken.

Jul-03: Tour de France 2005

De Tour is gisteren gestart en het leek me wel leuk om te bekijken of hun route bij mij bellen doet rinkelen. Zelf fiets ik al jaren zwerf door Frankrijk en andere Europese landen. Ik tour dan ook echt als een tourist. Wat mensen mooi vinden tijdens het TdF-kijken ervaar ik dan ter plekke. Daarbij weet ik werkelijk niet waar ik naar toe ga en wat ik onderweg tegenkom. Tot nu toe zijn mijn ervaringen als Zwerffietser prima en waarschijnlijk ga ik dit jaar weer.

Ploegleider ben ikzelf net als de enige renner in mijn ploeg. Voor versnaperingen (ravitaillering) zoek ik onderweg aardige terrasjes en af en toe een supermarkt op. Bij aankomst is het een hele sport om een leuk hotelletje in het centrum van een provinciestadje (departementsstadje) te vinden.

Etappe 1
De Tour begint dit jaar op een schiereilandje in de Golf van Biskaye, vlak onder Bretagne. Ik ben daar nog niet geweest, maar wel vlakbij in Pornic.

Etappe 2
Deze etappe kruiste ik in 1998 bij Thorigny. Een gehucht vlakbij La-Roche-sur-Yonne. Ik kwam daar via Ierland en Bretagne en had er toen al een paar duizend kilometer op zitten.

Etappe 3
Hier kwam ik in 1998 door het startplaatsje Chataigneraie en eerder door Saint-Maurice-de-Girard waar de renners ook doorgaan. Een stuk verder gaan ze door La-Roche-Clermont en Chinon om in Tours te finishen. Door die plaatsen fietste ik in 1999. De renners gaan daar over een grote rechte weg. Zelf ging ik over kleinere slingerweggetjes vlak langs de Loire waar al die bekende kastelen staan.

Etappe 4
Deze dag wordt gestart in Tours en gaan ze met de Loire mee naar het oosten. Zelf deed ik dat in 1999 in tegengestelde richting en komen de plaatsen Montlouis-sur-Loire en Amboise me erg bekend voor. In Amboise heb ik overnacht. Later hoorde ik dat Leonardo DaVinci hier zijn laatste jaren sleet als uitvinder van oorlogstuig.

Etappe 5
Hier spreekt alleen de naam La-Ferte-Saint-Cyr mij aan, waar de renners mijn route van 2001 kruisen.

Etappe 6
In deze etappe is het pas echt raak en fietsen de renners een heel stuk wat ik in 1990 in tegengestelde richting deed. Ik kwam toen voor het eerst in Troyes een zusterstad van Alkmaar met een prachtig centrum. In 2003 fietste ik daar weer en zag daar zowaar een stel tulprekken.

De renners gaan vanuit Troyes door Pont-Sainte-Marie, Creney-Pres-Troyes, Rouilly, Piney, Villiers-le-Brûlé, Brevonnes, L’étape, Radonvilliers, Brienne-La-Veille en Brienne-Le-Château. Het eerste stuk is over een grotere weg daarna gaan ze over een veel kleiner en vooral rustiger departementsweggetje. In dit vlakke moerasachtige gebied is het makkelijk fietsen.

Een stukje verder gaan ze door Soulaines-Dhuys. Daar kruisen ze mijn fietvakantie van 2001. Met Troyes is dit het zuidelijkste deel het de Champagne-gebied. Druiven heb ik er weinig gezien, maar bordjes met ‘Route Champagne’ des te meer.

Uiteindelijk wordt er in Nancy gefinished. Ik fietste daar in 2000 met de Moselle (Moezel) mee richting Oostenrijk en Italië.

Etappe 7
Hier gaat de tour door de Vogezen, een mooi fietsgebied. Bij Saint-Blaise-La-Roche , Fouday, Rothau, La Broque en Schirmeck doen ze een stuk ‘Route des Crêtes’, een mooie historische bergweg die ik in 1982 fietste via Praag en Basel.

Iets verder gaan ze door Bischwiller waar ik door kwam in 1980 opweg naar Strasbourg. De renners fietsen dan door het brede en vlakke Rijndal Duitsland in. In diezelfde fietsvakantie van 1980 ging ik via het Zwarte woud terug huiswaarts en kwam ik door Ettlingen, de voorlaatste plaats van deze tour-etappe.

Etappe 8
Zoals geschreven zwerf ik met de fiets net zo goed door Duitsland als door Frankrijk. Zo kwam ik in 2003 door Pforzheim waar etappe 8 start. Geen mooie plaats. Daar begint wel een hele mooie fietsroute langs de Enz naar de Neckar. Die missen de renners. Ze komen wel door Gernsbach waar ik ook in 2003 fietste en Achern dat in 1982 voor mijn fiets opdook.

Bij Offenburg (waar ik overnachtte), Lahr, Kippenheim, Mahlberg, Altdorf, Ringsheim, Herbolzheim, Kenzingen, Riegel, Endingen fietsen ze mijn vakantie van 2003 een heel stuk in tegengestelde richting. Daarbij nemen ze de grote weg, terwijl er prima alternatieve landweggetjes zijn waar ik dus zwierf.

Vervolgens gaat de Tour weer terug Frankrijk in om wederom rond te karren door de Vogezen. Ik mag mezelf dan zwerffietser noemen, maar de Tour kan er hier ook wat van. Bij Turckheim een voorstadje van Colmar doen ze een flink stuk van mijn vakantie van 2000. Waar ik bergaf ging, gaan zij bergop. Zo komen ze door Zimmerbach, Walbach, Wihr-au-Val, Gunsbach, Munster, Stosswihr en Soultzeren op de Col de la Schlucht. Deze route heeft een prachtig uitzicht.

Aan het eind van deze etappe rijden ze nog een stukje uit m’n tochie van 1982. Zo komen ze door het gehucht Xonrupt waar in in een jeugdherberg sliep en komen ze aan in het grotere Gerardmer.

Etappe 9
Deze wordt begonnen in Gerardmer. Daarna fietsen ze een klucht op vanaf La-Bresse. Die Col des Feignes nam ik ook in 2000, athans gotendeels lopend door het gras. Het was toen zo warm dat het asfalt er gesmolten bij lag.

Vervolgens zwerven de renners nog een stukje door de Vogezen om wederom bij de ‘Routes des Cretes’ uit te komen. Daar gaan ze over Le Markstein, Le Grand Ballon en Col Amic waar ik dus in 1982 fietste. Daarvoor reed ik een hele stijle smalle weg omhoog vanaf Thann. De renners dalen die weg door Goldbach-Altenbach en Willer-Sur-Thur af, wat me een stuk makkelijker maar ook gevaarlijker lijkt.

Uiteindelijk finisht deze tour-etappe in Mulhouse. Daar fietste ik 2 jaar terug in 2003.

Etappe 10
In 2001 zwierf ik door Grenôble, de startplaats van deze etappe. Daarna ging ik richting zuid en de renners gaan hier richting oost op zoek naar uitdagingen. Zelf fiets ik graag, maar wel voor m’n plezier. Dat weerhoudt me om de hoogste toppen van de Alpen op te zoeken.

Etappe 11 en 12
Ook deze dagen verblijft de Tour in de hogere regionen van de Alpen. Zelf ben ik daar nog wel door de bekende tourstad Gap gefietst, maar die zit dit jaar niet in het TdF-pakket.

Etappe 13
De Tour heeft de Alpen verlaten en is deze dag in de Rhône-delta te vinden. Ze beginnen in Miramas. Daar fietste ik in 1991, nadat ik een zwerfmissertje had gemaakt en op een loeder van een vuilnisbelt kwam. Rondom waren alle bomen behangen met plastic zakken die uit deze storthoop waaiden. Geen mooie omgeving, te veel wind, vrijwel geen bomen en altijd te warm.

Iets verder steken de renners de Rhône over bij Tarrascon naar Baucaire. Dat deed ik in omgekeerde richting in 1999. Ik kwam toen ook net als de Tour door Combs.

Een flink stuk verder gaan deze etappe door Agraimont. Daar vloog ik in 1990 door na een prachtige afdaling uit het Centraal Massief.

De finishplaats Montepellier deed ik ook aan mijn fietsvakantie van 1999.

Etappe 14
Deze dag start in Agde waar ik in 1991 en 1999 doorfietste. Later hoorde ik dat daar een oude ronde sluis met 3 uitgangen is. Die heb ik helaas nooit bekeken. Het Canal du Midi komt daar uit bij de Middenlandse Zee. De renners gaan daar langs via Vias en Cers naar Beziers. Zelf deed ik dat over veel kleinere weggetjes en paadjes.

Vervolgens gaan ze door Coursan naar Narbonne. Narbonne is een voorbeeld stadje waar ik overnacht heb. Bezienswaardig en niet te groot.

Etappe 15
De renners zijn deze dag in de Pyreneeën hun energie aan het verspillen. Zelf ben ik daar in 1999 op een zeer eenvoudige manier dwarsdoor gefietst naar Barcelona. De renners gaan ook een klein stukje door dit Garônenedal bij Saint-Béat, Arlos, Fos, Serial en het spaanse Pontout en Bossot. Daarna zoeken ze de moeilijkheden weer op.


Je kan ook gewoon door een tunnel fietsen.

Etappe 16
Hier zijn ze weer aan het klimmen, nu in de buurt van Pau.

Etappe 17
Deze dag steekt de Tour over naar het Centraal Massief. Ze kruisen daarbij mijn route van 1999 in Castelnau-Magnoac en een stuk verder kruisen ze mijn fietsvakantie van 1991. Hier fietste ik met het Canal du Midi mee door Villefranche-de-Lauragais richting Toulouse.

Etappe 18
Zoals ik het goed zie gaan de renners over het giga-viaduct bij Millau. Dit nieuwste wereldwondertje ligt 300 meter boven de Tarn, een rivier die stroomopwaarts door een adembenemende kloof gaat. Ik belandde daar in 1991 via Le-Massegros waar de renners deze keer niets zien van die natuurlijke obeliskenvallei.

Etappe 19
Een Central-massief-daggie die de renners op een plek fietsen waar ik in 2001 langsgefietst ben. Ik had toen meer oog voor het mooie Loiredal.

Etappe 20
Mijn ritje langs de bovenloop van de Loire bracht me in 2001 wel in Saint-Etienne waar ik overnachtte. De renners doen dit waarschijnlijk ook en moeten er een tijdrit rijden. Daarbij gaan ze ook door Saint-Priest-en-Jarez wat er tegen aan ligt. Toch is Saint-Etienne in mijn ogen geen mooie of uitzonderlijke stad. Voor mij een raadsel dat de Tour er bijna elk jaar aan gaat.

Etappe 21
Dit is de bekende rit naar Paris, die altijd in een voorstadje daarvan start. Parijs heb ik zoveel mogelijk met de fiets gemeden. Toch ben ik er 1 keer bijna ingetuind en kwam ik aan de westkant vast te zitten tussen een zwerm viaducten waar geen plaats is voor fietsers.

Als ik het goed optel, dan komt deze tour door 85 plaatsen waar ik wel eens gefietst heb. Het kan niet anders, of de Tourdirectie heeft een aatal ideëen gepikt van m’n Zwerffiets-pagina’s.

TourFiets-verslagje 1999 deel-3

Zonder veel inspanning was ik zomaar in Spanje. Dit gaf me moed en omdat ik nog steeds voor de wind had bedacht ik toch nog maar wat verder te gaan. Nu werd het echter wel klimmen en in de mooie Val d’Aran ging ik van 700 naar 1640 meter hoogte. Daar trof ik gelukkig een Tunnel (waar ik door de ventilators wel een enorme tegenwind kreeg). Eigenlijk viel het klimmen me dus wel mee, en met de mooie Noguera Ribagorçana fietste ik berg-af-waarts. 50 km verder waande ik me in een woestijn, alles was dor en droog en heet. Het was wel een adem-benemende omgeving. De slechte weg naar Tremp had helemaal een mooi uitzicht en had zonder enige afscherming een schitterende afdaling. Daarna volgde ik een zusterrivier, de Noguera Palleresa, ook erg mooi. In Balaguer hield al dat fraai’s op. Ik fietste op een troosteloze hoogvlakte waar het knap warm was. In Balaguer was ik dan ook blij met de schaduw in de smalle straatjes.

De volgende ochtend trapte ik mijn pion (achtertandwielen binnenwerk) stuk. Gelukkig had ik net in een Tàrrega overnacht, waar ik een fietsenmaker had gezien. Een uurtje later was ik al weer onderweg. (Dat had me niet een dag eerder moeten overkomen.) Via wat lastige binnenweggetjes kwam ik in Barcelona. Zo mooi vond ik het er niet, maar druk was het er wel. Vanaf hier ben ik maar weer naar het noorden gegaan en kwam ik voor het eerst langs de Costa Brava. Tossa de Mar was wel aardig. Vandaar ben ik een beetje het binnenland ingedoken en kwam ik via Girona bij de franse grens. De weg naar Portbou was erg fraai en behoorlijk heuvelig.

In Frankrijk viel het eerste stuk wat tegen, maar daarna ging het wel weer. Perpignan en Narbonne zijn daar leuke plaatsen. In Nîmes heb ik deze Arena bezocht. Het werd inmiddels zo heet (35 C) dat ik besloot een stukje te treinen van Avignon naar Lyon. Beide zijn dit trouwens ook mooie steden. Lyon was alleen niet een verstandige plaats om te overnachten. Vanaf hier ben ik de Bresse ingefietst. Dit is een erg mooie omgeving en ze hebben er leuke Boerderijtjes. Over fiets-wegen valt er niet te klagen in Frankrijk, ook hier weer prachtig geasfalteerde D-weggetjes.

Ik kwam nu weer in de Bourgogne terecht, waar ik vorig jaar ook door gefietst was. In het mooie Baune zag ik dit historische museum Ziekenhuis. Met de Saône mee reed ik op Epinal af. Deze plaats ligt aan de Moezel, en ook de Maas ontspringt in dit gebied. Het is dus mogelijk om van Nederland via hier naar Spanje te fietsen zonder boven de 700 meter te komen. In dit mooie gebied begon en bleef het flink regenen. Zelf vond ik 3600 km ook wel genoeg en nam ik de trein terug. Bij Luxemburg moest ik nog een stukje fietsen omdat de trein op zondag hier de grens niet over ging. Gelukkig was het daar weer een beetje droog.

Bij Mont-Saint-Michel was het moeilijk om een hotelletje te vinden, dit had te maken met een feest-weekend van de Fransen. Voor de rest waren er geen overnachtings-problemen. Het viel me op dat het bij en in Spanje een stuk goedkoper was.

Hiernaast nog een kaartje met de route. Op 6 juni vertrok ik en op 6 juli was ik terug. Ik had alleen in m’n hoofd om Normandië te bekijken, de rest ging per toeval.

deel 1 | deel 2 | deel 3 (met kaart) | aanvulling 2016