Site-archief

Mei-04: Fietsvakantie 2001

Ik heb net een oude websitepagina met wat foto’s online gezet over mijn zwerffietsvakantie in September-2001. Die pagina had ik oorspronkelijk gemaakt voor mijn website, die ik rond 2001 nog maar net een jaar had. Ik belde nog in met 56K6 en was daarmee zeker niet de enige. Veel mensen hadden een nog tragere verbinding van 33K6. Nu surft een gemiddelde Nederlander met zo’n 15.000K (Kbps) of wel 15Mbps.

Met mijn website hield ik daar rekening mee. Foto’s mochten, maar in het verhaal erg klein en pas als je er op klikte een stuk groter. Het zijn daarbij ingescande foto’s, want een digitale camera had ik nog niet. Kortom een matige kwaliteit. Het verhaal en de lay-out heb ik gelaten zoals ik het toen bedacht heb. Zaken als menu’s heb ik er uit gesloopt, aangezien dit weblog anders werkt.

Lees de rest van dit bericht

Nov-28: 0471 Frankrijk in

Op maandag 13 september begon de dag een stuk frisser en werd het niet warmer dan 20 graden. Het was ook flink bewolkt, maar ’t bleef droog. Ik wilde richting zuidwesten en Frankrijk in. Al meteen buiten Bruchsal belandde ik in een dicht bos, waar het nog nat was van de vorige avond. Het fietste er mooi en vooral rustig. Het voelde onwerkelijk als je bedenkt dat dit Rijndal het hoofdriool voor auto’s, treinen en schepen is. Van die laatste hoor je niet veel, maar die andere 2 kunnen toch flink lawaai maken. Het dichte bos hield dat goed tegen.

Net als gisteren fietste ik zonder pleister op de knie. Die pleister zag er wel netter uit, maar daaronder wilde het door die dingen slecht stollen. Gisteren was dat dus wel gebeurd, maar de roof was erg dun. Dus opletten bij overhangende struiken. En die waren er genoeg op m’n pad.

Lees de rest van dit bericht

Mei-29: ‘De Grote 4’

Dat hoorde ik ‘onze’ presentators een paar keer zeggen. Ik begreep dat daar de vier landen mee bedoeld werden, die zonder voorronde met het Eurovisie Songfestival mee mochten doen. Kan me daar wel wat bij voorstellen. In een groot land is het veel moeilijker om door te breken dan in een dwergstaatje als Monaco.

Duitsland, dat het festival in mijn oren terecht won, hoorde schijnbaar bij die 4. Later begreep ik dat de andere 3 Frankrijk, het Verenigd Koningkrijk (van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) en Spanje waren. En dat is gek, want een land als Italië heeft veel meer inwoners dan Spanje.

Inwoners (in miljoenen)

 1. Russische Fed.   140,1
 2. Egypte            83,1
 3. Duitsland         82,3
 4. Turkije           76,8
 5. Frankrijk         62,2
 6. Ver. Koningkrijk  61,1
 7. Italië            58,1
 8. Ukraïne           45,7
 9. Spanje            46,6
10. Polen             38,5
11. Marokko           34,9
12. Algerije          34,2
13. Roemenie          22,2
14. Nederland         16,5
15. Griekenland       10,7
16. Portugal          10,7

Lees de rest van dit bericht

Jul-28: Wie won De Tour?

De meeste zullen zeggen dat dat Contador was. Die werd niet voor niets in Parijs gehuldigd. Zijn overwinning is gebaseerd op de snelste tijd. Bij andere sporten zoals voetbal wordt de overwinnaar anders bepaald. Het gaat dan niet om het meeste aantal doelpunten van alle competitiewedstrijden, maar in eerste instantie om het aantal overwinningen. De winnaar van een wedstrijd krijgt daar tegenwoordig 3 punten en bij gelijkspel 1 punt.

Als je iets dergelijks op de Tour zou toepassen (denk aan 3 punten voor de etappewinnaar, 2 punten voor de 2de plek en 1 punt voor de derde plek), dan ziet de einduitslag er duidelijk anders uit.

1. Cavendish (6 eerste plekken en 1 derde = 19 punten)
2. Contador (2 eerste en 2 tweede plekken = 10 punten)
3. Hushovd (1 eerste en 3 tweede plekken = 9 punten)

Maar voor mij was de echte overwinnaar de cameraman in de helicopter. Ik heb genoten van de mooie plaatjes die hij (of was het een zij?) overal schoot. Hieronder een opname uit de Alpen bij Verbier:

Het is overigens nog een beetje afwachten. De eliteclub die voor de hoofdstad van Nazarbajev uitkomt is al eerder flink tegen de dopinglamp gefietst met Vinokoerov. Tegenwoordig zijn de dopingsoorten en daarmee controles zo complex dat dat nog een jaartje op zich kan laten wachten. Dat mogelijke lot geldt voor alle deelnemers.

Jul-04: Tour de Google 2008

Een paar dagen terug ontdekte ik dat Google haar streetview-auto door Parijs had laten rijden. Toen viel me nog niets op. Een grote stad als Parijs leek me na de grote steden in de USA een logisch keus.

Toen ik flink uitzoomde om te zien waar nog meer blauwe straatzichtvlekken zichtbaar waren, leek dat erg tegen te vallen. Maar her en der een stukje en alles in Frankrijk. En pas toen viel het me op dat de Google-wagen de Tour de France van 2008 heeft voorverkend.

Lees de rest van dit bericht

Nov-11: Ville Vauban

Even een apart log over citadellen. In Frankrijk en België staat daar vaak Vauban bij. Deze markies was een bedenker van dit soort versterkte plaatsen, en vaak een verbeteraar van bestaande citadellen. Vauban was een militair bouwkundig engineer. Soms is het alleen een groot fort op een strategische plek zoals in Bitche en Belfort. Beide lijken sterk op elkaar. Die van Belfort heb ik in 2003 bekeken.

Tijdens mijn vakanties ben ik door veel plaatsen met een citadel gekomen, waarbij de naam Vauban genoemd wordt. Goed voorbeeld zijn Blaye en Besançon. Die lijken ook op deze citadel met (soms een dubbele) droge gracht er omheen.

In 1999 trof ik er 3 op rij, voor Blaye fietste ik door Oleron en Brouage en een stuk eerder door Ieper en Arras en veel verder door Perpignan. Die van Brouage is heel anders, daar zit een volledig dorp tussen de muren. Dat is ook zo bij Neuf-Brisach die prachtig 8-hoekig is opgezet en waar ik 2x geweest ben. De eerste keer in 2000. Ik fietste toen ook door Metz. In 2001 ging ik door Namur daar ligt ook zo’n groot geval van Vauban bij de Sambere-Maas samenstroming. Zo ik het nu zie heeft ie niet meegedacht aan de forten van Huy, Dinant en Givet die ik in dezelfde vakantie zag.

Hij werkte wel aan de citadel van Toul waar ik in 2005 was. Dat geval van Verdun is waarschijnlijk een stuk recenter, net als die van Jülich.

Andere steden met een citadel waar ik gefietst heb en Vauban gefortificeerd, zijn: Antibes, Bayonne, Bergues, Bouillon, Gravelines, Kehl, Luxembourg, Maastricht, Maubeuge, Morlaix, Saint-Malo, Saint-Omer, Sedan, Sisteron, Ieper, Colioure, Rochefort en Toulon.

Nou wil ik die van Bergues nog een keer goed bekijken. Ik ben ooit dwars door hun leuke grachtencenrum gefietst en hun citadel is me nooit opgevallen.

Vauban heeft ook gewerkt aan Landau waar ik 100km eerder door fietste. Nu begrijp ik beter de ruime rechthoekige indeling van die stad. Toch heb ik er geen citadel in herkend. Mogelijk is er nog ergens een stuk vestingsmuur te vinden, maar niet op de manier zoals ik er in en er uit ging.

Vauban was trouwens niet de enige die dit soort dingen ontwierp. In Nederland liggen er ook hele mooie, zoals bijvoorbeeld Naarden, Heusden en Willemstad en natuurlijk de Stelling van Amsterdam. Die van Bourtange vind ik de mooiste en die van Bitche lijkt me het imposantste.

De Bult van Bitche

Vanaf de weg gezien.

1340-Bitche

Pirmasens vond ik een middelmatige stad. Een Klein centrum met grote parkeergarage en een aardige fontijn. Maar daar hield het wel zo’n beetje mee op. Ook met het weer. Na een halfuur rondkijken begon het te plenzen en dat is die avond niet meer opgehouden. Mijn voorgevoel van onderweg kwam gelukkig nu pas uit.

Veel restaurants waren er niet, althans niet open. Ik belandde voor de 2de keer bij een Griek en wat dat betreft leek het ook erg op m’n ervaringen in Hagen.

De volgende ochtend zat er een gast of 10 in de moderne eetzaal. Wel raar, want gisteravond had ik de indruk de enige in dit grote gebouw te zijn. Gelukkig was het weer droog. Nog wel erg zwaar bewolkt. Een van m’n mogelijke doelen was Zweibrücken. Mijn zwager heeft daar voorouders gehad, een reden om daar eens te kijken. Toen ik buiten kwam veranderde dat idee. Ten west-noord-westen (dus boven Tweebruggen) zag de lucht pikzwart. Daar heen gaan zou niet handig zijn, dat was vragen om een nat pak.

Dan zag het zuid-westen er een stuk gunstiger uit. Nu had ik daar ook een bestemming bedacht met de naam Bitche. Een idee dat ik in de vorige vakantie had opgedaan. Volgens een stel uit Ipswich zou daar een mooie kasteel zijn. Het was niet zo ver en dat leek me wel te doen. Als het weer om zou slaan, dan kon ik daar vast wel overnachten.

Pirmasens op deze manier verlaten was niet eenvoudig. Een stel lastige heuvels en een weg die over de toppen ging. Wel een mooi uitzicht. Toch moest ik ook goed op de weg letten, die was redelijk druk en erg slecht. Het was duidelijk waar ik Frankrijk binnenfietste. De weg werd 2 meter breder, was prachtig geasfalteerd en helemaal leeg. Niet te geloven wat een verschil. Op Google-Earth is dat zelfs goed waarneembaar. Kortom lekker fietsen langs een rivier door miezerige dorpjes.

Onderweg nog een keer geschuild met een kleintje koffie. Typisch Frans, maar tegen Duitse prijzen en in een Duits accent aangeboden. Iedereen sprak er een soort Duits. Na een half uurtje werd het droog en trok ik verder.

Vlak voor Bitche begreep ik wat die Engelsen bedoelden. Het leek er op dat ik op een enorm grote afgetopte piramde afreed. Wat een klomp steen. Duidelijk dat dit een citadel of een fort was die hoog boven de omgeving uitstak. Onderaan lag een klein stadje waar ik eerst nog in een hofje een grappige Eend zag. Dat ding pufte elke 10 seconden een klein rookwolkje uit de motorklep. Leuk voor mijn kennis die alles over Citroëns verzameld. Later zag ik op de foto dat 1 van de bomen door de achterbak van het voertuig groeide. Waarschijnlijk is het laadbakje om de boom geschoven.

Daarna heb ik de bult beklommen en gerond. Dit fort deed me erg denken aan Belfort, een stad met een mooi fort in de buurt van Basel. Alleen dit lel was nog een maatje massaler. Later vond ik op streetview een mooie panorama van deze kolos.

Reden genoeg om een apart logje te maken over m’n citadeltic.

Begin met Kaart | Vervolg

1381-Sarreguemines

Na anderhalf uur wandelen had ik Bitche en de citadel wel bekeken. Vanaf de heuvel zag ik aan de zuidkant 3 grote hotels. Duidelijk een touristische plaats. Toch zag ik het niet zitten om deze dag hier te beëindigen, daar was het me veel te vroeg voor.

Vanaf de heuvel zag ik ook dat het wolkendek rondom potdicht was. Het spatterde af en toe en soms een beetje regen. Het leek me wel iets om te zien wat hun station voorstelde, misschien kon ik van hier een trein ergens naar toe nemen. Dat bleek er niet in te zitten. Het waren meer omnibussen die hoofdzakelijk naar Hagenau en Sarreguemines reden.

Sarregemines leek me wel een aardige bestemming, maar dat ding reedt net voor mijn snufferd weg. De volgende ging pas over 2 uur. Nou is Sarreguemines helemaal niet zo ver van Bitche en ik besloot dat stukkie te fietsen. Zo hard regende het niet.

Halverwege dacht ik daar duidelijk anders over. Toen zette de regen goed in. Eerst nog enekele keren geschuild in de ruime bushokjes, maar dat schoot niet erg op. Teruggaan zag ik ook niet zitten, want daar regende het waarschijnlijk net zo hard. Dus toch maar die resterende 20km doorkletsen.

Het grootste nadeel van regen vind ik m’n open ketting. Deze keer had ik gelukkig kettingolie bij me. Dat leek me inmiddels wel nodig. Dwz als het droog werd zou ik de ketting droogrijden en daarna smeren. Voor m’n bagage maak ik me geen zorgen, ik heb een waterdicht systeem. Gewoon de allergoedkoopste fietstassen en in elk vak een dikke komo-vuilniszak waar mijn bagage in zit. Dat werkt veel beter dan dure fietstassen. Dat ik zelf nat word vind ik niet zo erg, dat word ik ook onder de douche.

Ik zette wel voor het eerst een petje op. Dan kletterde de regen niet zo op m’n hoofd. Flink doorweekt arriveerde ik drie kwartier later in Sarreguemines. De laatste 10km reed ik in een heuse hoosbui met een gangetje van 35 het Saardal in.

Het eerste hotel leek me te ver van het centrum, ik stopte bij de 2de. Later bleek dat die op 100 meter van de Saar en dus het echte centrum lag. Een oud hotel met prima kamers. Snel de fietstassen geleegd door de vuilniszakken met bagage er in een keer uit te trekken. Binnenin was alles gewoon droog, en niet eens klam. Nix aan de hand dus.

Toch nog een keer onder de douche, waarbij ik me afvroeg of ik niet beter onderweg wat shampoo in m’n haar had kunnen wrijven.

Ondanks dat het hardstikke donker was, was het nog te vroeg om te eten. In Frankrijk kan je wel tussen de middag eten, maar niet om een uur of half 6. Dus maar goed de stad bekeken, waarbij de plu goed van pas kwam. Het regende nog altijd net zo hard als in de laatste kilometers.

Ook maar even op het station gebuurt, kijken waar hun treinen naartoe gingen. Ik had het kunnen raden, bijna allemaal richting Parijs. Dat ging via Metz. Treinen naar Saarbrücken, wat er vlakbij ligt, zijn beperkt tot een stuk of 3 per dag. Dus een belabberde aansluiting met het Duitse netwerk. Maar goed, misschien werd het weer beter en zou ik morgen weer gewoon verder fietsen.

Inmiddels was het 19 uur en verheugde ik me op de Franse keuken. Dat bleek zwaar tegen te vallen. Het was maandag en vrijwel elke eetgelegenheid had die als rustdag gekozen. Ik zag alleen een afhaal-Turk, waar de portiek vol stond met kaners. Dat leek me echt nix, dan nog maar wat beter zoeken.

Uiteindelijk vond ik een collega-Turk, die ook een set tafeltjes had en waar het minder druk was. Het werd een goedgevulde groentenpizza, met een karaf rode wijn. Want dat verkocht ie ook. Beide smaakten uitstekend.

Begin met Kaart | Vervolg

Jul-06: Tour de France 2006

Een jaar terug heb ik een een logje gemaakt over de plaatsen van de Tour de France waar ik wel eens gefietst heb. Het leek me leuk om dat voor deze Tour ook eens uit te zoeken. Hieronder de kaart, waar ik alle trein-, auto- en vliegtuigverplaatsingen uitgehaald heb.

Proloog
Het begin van de Tour is een tijdrit door Strasbourg. In 1980 ben ik naar de euopese hoofdstad en weer terug gefietst. Ik vond het toen niet zo’n prettige stad, maar nu denk ik daar misschien heel anders over.

Etappe 1
Ook deze rit begint en eindigt de meute in Strasbourg. Onderweg komen ze door Mommenheim, Schwindratzheim, Hochfelden, Wiwilsheim en Saverne. Toevallig deed ik dat stukje afgelopen jaar in tegengestelde richting. Ik kwam toen net van het hellendvlak in de noordelijke Vogezen en trof hier een prachtig fietspad langs een kanaal. Dat pad is vast te smal voor de renners en zeker voor de stoet auto’s die er voor en achter rijdt. De renners moeten dus genoegen nemen met een minder mooie snelweg.

Vervolgens gaan ze een andere kant op en herken ik pas de plaats Offenburg in Baden-Wüttemberg. Daar fietste ik in 2003. Iets verder gaan ze nog door Kehl waar ik door ging met m’n rondje Strasbourg.

Etappe 2
Hier herken ik de plaatsen Rehtal/Guntzviller, Niderviller, Buhl-Lorraine en Sarrebourg. Dat was ook in 2005, zo reed ik toen de Vogezen in.


Hierboven het Plan d’Incliné, een leuk geval tussen Guntzviller en Saverne, die de Tour dus 2x op een haar na mist. Dubbeldom dus.

Bij Thionville en Manom gaan ze een stukje met de Moezel (Moselle) stroomafwaarts. Ik fietste daar ik in 2000 in tegengestlede richting.

Ettappe 3
Mersch, Colmar-Berg, Ettelbrück, Marnach, Fischbach, Weiswampach en Wemperhardt zou ik moeten kennen uit m’n fietsvacanties van 1979 en 1984. Vooral in 1979 heb ik flink door Luxembourg gedwaald. Ik kwam toen vanuit België via Theux, Spixhe, Spa, Malchamps, Francorchamps, Stavelot, Trois-ponts, Grand-Halleux, Vielsalm, Salmchâteau, Bovigny en Beho. Allemaal Waalse plaatsjes die de Tour in omgekeerde richting aandoet. Zeker een mooi fietsgebied en goed geasfalteerde wegen.

Uiteindelijk eindigt deze etappe in het Nederlandse Valkenburg. Daar ben ik wel geweest, maar niet op de fiets. In 1991 fietste ik vanaf Maastricht en Hoogcruts België in en kwam daar nog door Aubel, Battice, Dison en Verviers. Die plaatsen rijden de renners in omgekeerde richting.

Etappe 4
Deze dag beginnen ze in Huy aan de Maas. Daar fietste ik ook in 2003, net als in Andenne, Yvoir, Anhee. Vervolgens kruisen ze m’n toch van afgelopen jaar in Boussu-Lez-Walcourt, dat dichtbij Cerfontaine ligt.

Ze keren dan weer teug Frankrijk in en kruisen in Nouvion-en-Thierache m’n fietstocht van 1995. Die tocht eindigde toen in Lissabon.

Wat verder rijden ze eindelijk een stukje mee in dezelfde richting, van Hauteville via Bernot en Neuvillette naar Origny-Sainte-Benoite. Dat was eveneens in de vacantie van het afgelopen jaar. Ik zocht daar tevergeefs naar een scheepstunnel.

Ze finishen in Saint-Quentin, waar ik mijn fietsrondje van 2001 beëindigde.

Etappe 5
Ze rijden nu naar Caen, de hoofdstad van Normandie. Daar en in de plaatsen, Herouvillette, Colombelles en Mondeville er vlak voor reedt ik in 1999.

In Normandië fietste ik meer langs de indrukwekkende kust

Etappe 6
Hierin maar 1 plaats waar ik gefietst heb. Halverwege bij Ambrierres-Les-Vallees kruisen ze m’n route van 1999.

Etappe 7
Rond Rennes heb ik nog nooit gefietst.

Etappe 8
Deze etappe heeft als einddoel Lorient. Dit was ook een finishplaats in 1998. Dat zag ik onderweg in de vacantie van 1998 en het leek me dus wel leuk om deze stad aan te doen. Dat viel tegen, Vannes wat wat verder ligt vond ik een veel mooiere plaats.

Etappe 9
Zelf hou ik er van om door te fietsen. In de Tour doen ze dat niet. Zo nemen ze af en toe een rustdag en stappen ze in het vliegtuig om een stuk verder door te fietsen. Ze starten dan ook ploseling in Bordeaux. Ik was daar wel aan het einde van m’n fietsvacantie van 1991, en heb mijn fiets vandaar per trein naar huis gestuurd. Zelf meenemen in de TGV mocht niet. Pas aan het eind van deze rit komen ze in de plaats Dax, waar ik ook door kwam richting Lissabon.

Etappe 10
Hier herkende ik geen enkele plaats, dan zullen ze wel de bergtoppen opzoeken. Zelf doe ik dat niet zo. Fietsen is leuk, maar energie verkwisten gaat me te ver.

Etappe 11
Nog steeds de Pyreneën. Toch wel een stukje waar zij nu fietsen en ik in 1999. Dat is van Bossost via Vielha naar Val d’Aran. Allemaal net in Spanje door een mooi rivierdal waar de Garonne of in het spaans Garona begint.

Etappe 12
Hier komen ze na wat heuvels weer even door hetzelfde Gironnedal door de plaats Fronsac. Dan is het meteen een hele tijd over tot vlak voor de einstreep. Ze gaan dan door Montreal, dat leek me in 1991 een leuk plaatsje om door te fietsen. De naamgenoot in Canada heb ik nog nooit bezocht. Tegen het gehucht Montreal ligt het gat Bram, vond ik toen ook leuk om door te fietsen. Die dag begon ik in Carcassonne waar voor renners de eindstreep ligt. Deze oude stad is erg mooi, maar ook vreselijk touristisch.

Etappe 13
begint in Beziers, waar ik ook al in 1991 fietste. Via het Canal du Midi is zo op een zeer eenvoudige manier van de Middenlandse zee naar de Golf van Biskaye te fietsen. Wat me overigens niet lukte omdat ik halverweg pech kreeg en m’n reis per trein voortzette.

Een flink stuk verder gaan ze door Anduze, waar ik in 1990 fietste. Ik kwam toen ook door Le Teil en Montelimar waar deze etappe eindigt. In 2001 kwam ik ook door Montelimar waar ik in een mooi hotelletje midden in de stad sliep. Het had iets weg van een omgebouwd kloostertje en het was er heerlijk koel.

Etappe 14
Hier gaan ze vlak voor de finish door Monêtier-Allemont. Een plaats die aan de Durance en de D4 ligt. De fietsers gaan ook over dat heerlijk rustige weggetje, maar ik vraag me af of ze dat Provence-gevoel ook zo ervaren. In Gap ligt de streep en daar was fietste ik in 2001.


D4

Etappe 15, 16 en 17
Inmiddels zitten de renners in de Alpen en gaan ze daar moeilijk doen, zoals omfietsen. Mij even niet gezien.

Etappe 18
Ze rijden deze dag de Alpen uit en komen door Viry waar ik in 1990 richting Zwisterland ging. Nog wat verder komen ze door Bohas waar ze m’n route van 2001 kruisen. Natuurlijk kunnen ze Bourg-en-Bresse de hoofdstad van departement Ain (01) niet overslaan. Zelf kwam ik daar door in 1999.

Etappe 19
Dit is een tijdrit. Hier herken ik de plaatsen Blanzy, Monchanin en Montceau-les-mines waar ik in 1998 reed langs het Canal-du-Centre. Als mensen van sluizen houden, dan is dit het kanaal waar je je hart op kan halen. Een stuk of 30 over 80 km.

Rechts een sluis bij Montceau-les-Mines.

Etappe 20
Die begint zoals altijd in de buurt van Paris en eindigt in het centrum. Ooit heb ik me gewaagd aan dat wespennest van snelwegen. Het was me toen duidelijk dat ik daar als fietser niets te zoeken heb. Frankrijk ligt vol met leuke stadjes, die stuk voor stuk een stuk overzichtelijker zijn dan Parijs.