Site-archief

Jan-29: Geboorteplaats

M’n vorige bericht was een beetje overdreven. Ik heb daarover maar een reactie er onder gezet, om te voorkomen dat lezers het volledig serieus nemen. Bij dit bericht hoeft dat niet. Bij deze kom ik nog een keer terug op het bevallingsnieuws uit Amstelveen, maar dan gezien door mijn genealogische bril. In Amsterdam liggen de ziekenhuizen vol en daarom wordt er soms uitgeweken naar een Amstelveens ziekenhuis voor een bevalling. Een kind dat daar geboren wordt krijgt later als ‘geboorteplaats’ Amstelveen in het paspoort en dat vinden sommige Amsterdamse ouders niet leuk. Dus bedacht het ziekenhuis in Amstelveen dit op te lossen door een stukje van hun grond over te dragen aan de gemeente Amsterdam.

In mijn vorige bericht gaf ik aan dat ook mensen die in een kleinere buurgemeentes wonen, ook niet zo blij zijn als zij in de grote stad moeten bevallen omdat daar nu eenmaal het ziekenhuis voor de regio staat. Hun kinderen krijgen dan Alkmaar in het paspoort en niet Langedijk of Heerhugowaard. Die sentimenten zijn er echt, maar ze worden niet snel uitgesproken. Men weet niet beter of het kan niet anders. Dat Amstelveen aangeeft dat er een andere oplossing is zal ook deze mensen aanspreken.

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Feb-24: Stambomen en het Nageslacht

Anderhalve maand terug reageerde Margo met een vraag/opmerking over materiaal dat eeuwig op een gratis domein kan blijven staan en/of dat op een eigen betaald domein vrijwel direct kan worden geruimd nadat de betaling stopt. Het ging dan ook vooral over iets als een stamboom of ander genealogiemateriaal, dat door mag gaan nadat de maker of maakster zelf het loodje legt.

Het was een beetje offtopic en ik beloofde er nog eens beter op terug te komen. Dus bij deze. Ik hou onze familienaam-stamboom bij en weet zo ongeveer hoe providers met onze spullen omgaan. De vraag wat je daar mee moet vind ik niet moeilijk. Zorg ervoor dat je al op tijd iemand vind die het ook leuk vind en over kan nemen. En zorg ervoor dat je dingen die openbaar mogen zijn ook openbaar (dus zonder wachtwoord) op diverse plekken hebt staan zoals op een PC, USB-stick en/of het internet. De zaken die (nog) niet openbaar mogen kan je achter een wachtwoord zetten, maar zorg dan wel dat jij niet de enige bent die het wachtwoord weet.
Lees de rest van dit bericht

Nov-10: Groot Genealogisch Onderhoud

De afgelopen week heb ik me goed vermaakt met onze stamboom en de komende weken zal dat ook aardig wat tijd vergen. De oorzaak is tigledig. Zo kreeg ik foto’s uit de USA van een eerder overleden tante. Een paar van die foto’s heb ik ingescanned en daar moet ik nog wat juiste namen bij opzoeken. Ook overleed een echtpaar waar ik af en toe kwam en die met mijn vader de stamboom hebben opgezet. Dat is inmiddels ook aangepast. En nee, ook wat betreft deze 2 aardige mensen mag je de baker er zeker niet de schuld geven.

Toen ik aan dat ‘klusje’ begon, herinnerde ik me weer dat ik nog bezig was met het plaatsen van een vreemde tak uit Zuid-Afrika. Ik was per mail benaderd en heb, na wat heen en weer mailen en archiefbezoek in Utrecht, deze mensen op een rijtje gekregen. Alleen vond ik de totale informatie behoorlijk onvolledig en had ik hoop dat er meer uit die Kaapprovinsie zou komen. Dat is in het afgelopen jaar dus niet gebeurd. Dus toch nog wat genealogische zoekrondjes gedaan over het internet. Je weet maar nooit. Veel uit Zuid-Afrika gevonden, maar niet het juiste. En even een archief in Kaapstad bezoeken laat ik liever aan de daar levenden over.

Lees de rest van dit bericht

Mrt-16: Haarlemse Omgang

Afgelopen vrijdag ben ik weer eens bezig geweest met wat genealogisch-gedoe. Via m’n website had ik uit Zuid-Afrika een tip gekregen over een onbekende familietak. Vrijdag ben ik dat eens na gaan kijken in het Provinciaal Archief te Haarlem. Om kort te gaan; het betrof een 11-jarig kind dat onze achternaam heeft gekregen nadat zijn moeder in 1882 trouwde met een voormalige achternaamgenoot van mij. Tot die tijd had het kind de naam van de moeder.

Interressanter was mijn zonzon-manier van het navigeren door hartje Haarlem. Zo rond 10 voor 13 stapte ik uit de trein en liep in een rechte streep op het archief af. Niet zo moeilijk, 3 jaar terug was ik er ook al eens geweest. Deze dag was het zelfs nog wat eenvoudiger door het zeer zonnige weer.

Lees de rest van dit bericht

Jun-11: Reli-boys

Gisteren werd ik aangesproken door een 2-tal LDS-ers. In NL staan beter bekend onder de naam Mormonen. Het was mooi weer en ik vond een praatje in het zonnetje niet vervelend. Al snel merkte ik dat ik ze een beetje zat te stangen alsof het Jehova’s getuigen waren. Ik vond dat niet zo netjes van me aangezien er duidelijke verschillen zijn.

Het betrof 2 volwassen mannen, die niet van deur tot deur gingen om een krantje aan de man te brengen. Het zijn ook niet van die mensen die steeds beweren dat het eind der tijden dichtbij is en we in een vreselijke tijd leven.

Bij Jehova’s zeg ik dan dat ik liever nu leef dan 150 terug, toen nog de helft van de kinderen stierf bij de geboorte en er vreselijke griepen en pesten woedde. Om over de oorlogen en de armoede maar te zwijgen.

Deze twee vroegen of ik wel eens over leven en dood had nagedacht. Dan denk ik; wie niet? Ik heb daar voor mezelf antwoorden op gevonden en die deelde ik dan ook mee. LDS is nogal gericht op het leven na de dood. Daarom hebben ze een enorma database aangelegd, zodat niemand kan worden vergeten. Die database vind ik handig voor genealogisch onderzoek.

Zelf ben ik overigens niet kerkelijk. Feitelijk ben ik helemaal niet zo’n groepopzoeker. Of dat nu ‘gewone’ religie is, of het geloof in een trainer met 11 spelers. Groepen zijn ook de oorzaak van menige ruzie, die uit kunnen monden in oorlog. Ik noem dat maar groepsterreur.

De reli-boys deden 1 ding goed, ze fietsten. Zo zat ik en-passant 1 van mijn ideologiën uit te dragen. Voor een US-burger en een Oost-Afrikaan vind ik dat ze zich goed hadden aangepast en ze spraken goed Nederlands. Dat ze beide een strop droegen was wat minder, zoiets kan wel in de USA, maar doe je hier niet met dit mooie weer.

Al dit soort zendingswerk betreft toch vooral de Christelijke religie. Ik weet dat de Islam ook aan zending doet, maar hier ben ik nog nooit een Mohammed’s getuige tegengekomen.

In de stad zelf kwam ik weer troepen moderne zendingswerkers tegen van de Telegraaf, Veronica en Amnestie. De SP-ers en Vodaphoners waren er deze keer niet. Leuk zo’n touristische stad, maar af en toe best lastig om al dat spul te ontlopen.

Fietsvakantie 2004 deel 2

Ik was inmiddels in de Harz gekomen en het voormalige Oost-Duitsland in. De asfalt-wegen en -fietspaden bleven prima van kwaliteit, wat mij de moed gaf om verder oostwaarts te fietsen. Wernigerode vond ik ook erg mooi. Daar begon de HSB (Harzer SmallSpurbahn). Om die te nemen moest ik een paar uur wachten. Dus volgde ik zelf die route op de fiets richting Brocken-berg. Onderweg had ik een stoomtreintje of 3 ingehaald, ondanks het stijgingspercentage van gemiddeld 4%.

Bij de voorlaatste halte wilde ik op 800 meter hoogte nog een klein stukje met zo’n trein meetuffen naar de top. Voor die 5km moest ik echter 22 euro betalen. Dat bedrag gold voor de hele lijn vanaf Wernigerode. Dus maar weer op de fiets verder. Dat hield dan ook meteen weer op, omdat er een langdurige bui over deze hoogste berg van de Harz kwam. Na anderhalf uur koffieleuten in Schierke was de bui weg en de temperatuur ook. Op een dergelijke kou (12 graden) had ik niet gerekend, dus snel bergaf richting warmer.

Met een flinke snelheid reed ik naar Quedlinburg. Ook dit is een Unesco-erfgoed. Hier wonen de meeste mensen met de duitse versie van mijn achternaam. Oude kerkhoven of grafstenen kon ik er niet vinden. De stad was trouwens erg verlaten door een jaarlijks feest in Aschersleben. De prijzen voor accommodatie waren een stuk (50%) hoger als in Goslar, terwijl ik die stad toch een stuk mooier vind. (Destijds ‘spaarde’ ik nog geen putdeksels. Geen idee of me die van Quedlinburg destijds zijn opgevallen. Gelukkig stuurde Margo rond 2010 haar versie.)

Ik was nu in het oorsprongs-gebied van onze naam beland. Zo ben ik door Pansfelde en Abberode gegaan. Dit zijn gehuchten waar geen winkel of kroeg te vinden is. In dit bosrijke gebied was het wel heel lekker fietsen. Vrijwel alle plaatjes eindigen daar op rode wat met rooien van bomen van doen heeft. Net buiten Abberode stuitte ik op de naam Tilkerode. Dit is een gehucht dat onder Abberode valt. In het Archief van Leipzig staat dat de naam Pilgenroth rond 1550 als eerste voorkwam “bei Abberode”. Misschien wordt hiermee wel Tilkerode bedoeld. Bij de overlijdens-advertentie van mijn overgrootvader heeft de Alkmaarse Courant onze naam ook eens structureel vervormd tot Tielkerood. Dat geeft te denken.

Het weer was weer prima en de wind was nog steeds vanuit het westen. Met de uitlopers van de Harz mee ging ik richting Saale. Daar was plotseling weer zo’n tropische bui. Ik was net op tijd om bij het pontje van Rothenburg te schuilen in een leuk Thai’s café. Daar had ik goed zicht op de veerpont die ontzettend vaak (met maar 1 fietser of auto) overstak. Als je aan boord was ging ie meteen weg; menige Metro houdt zijn deuren langer open. Langs de Saale was trouwens een prachtig fietspad. Daar had ik niet veel aan omdat ik naar het oosten wilde. De buien zaten op dat moment ook flink tegen.

Op een heuvel moest ik me uit de voeten maken aangezien het flink onweerde en ik het hoogste punt was. Deze keer kon ik geen goede schuilplaats vinden. Gelukkig hield de regen op en kon ik me richting Köthen droogtrappen. In dat plaatsje kon ik nog een zeer ouderwets hotel vinden, met ouderwetse prijs. Midden in de stad was ook een prachtig restaurant in de Raadskelder. Verder was er het jaarlijkse koeienfeest gaande. Kortom wat wil een mens nog meer…

Bij Dessau zag ik de Elbe, waar het een flink drukker was met Zondagse fietsers. De topplaats was Wörlitz waar alle terrassen afgeladen waren met lavende fietsers. Ik heb niet begrepen waarom deze plaats zo populair was. Van Lütherstadt Wittenberg kon ik dat wel begrijpen. Ook daar heel veel fietsers. Het was nog vroeg en het weer was mooi zonnig dus trapte ik nog even door richting Jüterbog. Op nog geen 5km van de Elbe waren alle medefietsers verdwenen, ondanks dat hier een prachtige recreatief fietspad was.

Inmiddels had ik Sachsen-Anhalt verruild voor de deelstaat Brandenburg. Daarin raast het van de windturbines, hele velden staan er mee vol. Het aantal grote windmolens per inwoner is daar zeker een factor 1000 hoger vergeleken met Noord-Holland. Ook zag ik regelmatig Rapsol bij tankstations staan. Later begreep ik dat 30000 Duitsers op deze Koolzaad-brandstof rijden. Nederland heeft er ook wel 5. We lopen rijden dus wel wat achter. Op mijn fiets zit ik trouwens nog een stuk beter als het om de CO2-uitstoot gaat.

Voor het eerst had ik met deze fiets een lekke band. Achter knalde mijn binnen- door een scheur in de buitenband. In Dahme had ik nog een fietsenwinkel gezien, dus ben ik even 5km teruggelopen. Ik werd er meteen prima geholpen. Van dat kleine stukje lopen kreeg ik later wel blaren. Van de 800km fietsen had ik totaal geen last. Dat terwijl ik gewone schoenen gebruik voor het fietsen en lopen.

Via Luckau belandde ik in het stromingsgebied van de Spree, waarin ik een mooie herberg vond. Het was een boothuis met een (lege) jeugdherberg en een aantal prima “hotel”-kamers met alle voorzieningen en uitzicht op de Spree. Dit was in Beeskow dat prachtig opgeknapt was. Alsof alle gebouwen zo uit de winkel kwamen. Onderweg heb ik heel veel Oost-Duitse plaatsen gezien die net gerenoveerd waren of waaraan hard gewerkt werd.

Bij Frankfurt stak ik de Oder (of Odra) over om een klein stukje Polen mee te maken. De weg ging redelijk, maar de bebouwing zag er een stuk minder uit. Bij Kostrzyn keerde ik weer terug naar Duitsland. Inmiddels had ik dus besloten om verder noordwaarts te gaan. Dat bleek niet zo handig, want daardoor trof ik een flink noordwester tegenwind. In de zogenaamde Oderbruch is het helemaal vlak met lange slingerende rivierdijken. Daar kan je prachtig over fietsen. Het landschap en weertype verschilt dus weinig met Noord-Holland Noord. Die straffe wind joeg me al snel van de rivierdijk af, waardoor ik meer door kleine dorpjes fietste.

In die dorpjes spreek je ook zo af en toe iemand. Zo zat ik heerlijk wat te drinken op een bankje en begon er een 70-jarige inwoonster haar levensverhaal te vertellen. Zij was opgegroeid in het Poolse Stettin en door de latere grenswijzigingen op duits grondgebied beland. Later die avond, in Bad Freienwalde, werd me in de kroeg kwalijk genomen dat ik teveel in de Sie (U) vorm praatte. Ik heb uitgelegd dat dat gewoon gemakzucht is, aangezien de vervoegingen daardoor eenvoudiger zijn. Het maakte voor mij weer eens duidelijk dat Duitsers de laatste jaren flink aan het veranderen zijn. In Oderberg zag ik een leuk Radarschip op de wal naast de Alte Odra. Toen ik daar lekker in het zonnetje zat, trok een pools binnenvaartschip mooie golven in die rivier.

Deel 1Deel 3