Site-archief

Okt-05: Koffiemolen

Laatst trof ik deze fiets in de binnenstad:

Als ik verkeerd en te klein had geschakeld, dan had ik het vroeger over standje koffiemolen. Je maalde dan min of meer in het luchtledige. Was wel goed tegen bewegingsarmoede, maar je kwam er niet echt mee vooruit.

Nog eens nagezocht. ‘Standje koffiemolen’ of ‘op de koffiemolen’ blijkt wielerjargon te zijn. De oorsprong kan ik helaas niet vinden. Zelf ken ik die uitdrukking zeker een jaar of 40.

Mrt-25: Installeren en Bevestigen

Ik vind dit wel een mooie spotprent:


Lees de rest van dit bericht

Feb-23: Phlog!

Voor de mensen die naast dit blog weinig over het internet struinen; tegenwoordig houden een aantal medebloggers zich bezig met wat zij ‘Ploggen’ noemen. Een ‘Plog’ staat voor een ‘Photoblog’. Als beelddenker moet zo’n beeldverhaal me wel aanspreken. Toch doet het me dat niet, omdat het vooral huis-tuin-kind-en-katplaatjes zijn.

Wel stoort me het woord ‘Plog’. Ik heb al eens geschreven over de Th in Dorp. Zo’n 40 jaar terug was ik een koude zaterdagochtend broodventer. Op 1 van de naambordjes stond ‘Th. de Vries’. Ik vond dat raar. Waarom 2 letters, waarom niet gewoon T. de Vries? Met het blogje over Thorp gaf ik eigenlijk al het antwoord. ‘Th’ is een andere klank dan ‘T’ en had voorheen een eigen letter. Het klankverschil tussen ‘Theodorus’ en ‘Teodorus’ is in het Nederlands niet meer waar te nemen. Ook niet tussen ‘Theater’ en ‘Teater’. In het Engels hoor je wel het verschil tussen ‘Theatre’ en ‘Teatre’. Menige VMBO’er struikelt al over de uitspraak van ‘Three’ en ‘Thirteen’.

Met de ‘Ph’ is dat niet anders. Ook dat was vroeger een zelfstandige letter. ‘Ph de Vries’ kan je eveneens op naambordjes treffen en staat voor ‘Philip de Vries’. De uitspraak is in bij deze lettercombinatie wel duidelijk anders. We zeggen niet ‘Pilip’, maar ‘Filip’. Net zoals Engelstaligen ‘Photo’ niet uitspreken als ‘Poto’ maar ‘Foto’. In Nederland is dat laatste aangepast. De Britten zijn hier redelijk laat mee en gaan dat over ongeveer 43 jaar doen.

Tot die tijd is het geen ‘Plog’ op ‘Flog’, maar ‘Phlog‘ als je vindt dat je onnodig Engelse termen wilt gebruik om interessant te doen, of ‘Flog’ als je vindt dat er niets mis is met ‘Fotolog’ in het Nederlands.

Nov-18: Kijkt u eens!

Vooral conducteurs gebruiken de uitdrukking ‘Kijkt u eens!’ als ze na controle de OV-chipkaart of een ouderwets papieren kaartje retour geven. Ik vind het een rare onnodig aansporende opmerking. Alsof mensen de hele dag niet kijken en na deze opmerking eventjes wel de ogen opendoen. Zelf kijk ik constant en is zo’n conducteursopmerking volledig overbodig. Eigenlijk wil ik dan ook antwoorden met: ‘Ach jee, ik keek al.’, maar begrijp dat dat vast niet wordt begrepen.

Toevallig hoorde ik in het Frans een vergelijkbare opmerking als ‘Regardez’ of iets dergelijks. Schijnbaar moeten mensen ook daar worden aangespoord om te kijken. Inderdaad eveneens een conducteur die het zei na teruggave van een gecontroleerd kaartje.

Er zijn aanverwante opmerking. Denk aan mensen die hun zin beginnen met ‘Kijk..’. Volgens mij ook onzin. Aangezien ze vaak niets laten zien kunnen ze nog beter ‘Luister ..’ gebruiken.

Aug-08: Ja, dat mag Mart!

Speciaal voor de mensen die wel het geluid aan laten.

Okt-03: Aan het eind van de dag

Dat hoorde ik Bos driekwart jaar terug zeggen, toen hij in Edinburgh een bijeenkomst bijwoonde met de ministers van financiën uit de andere EU-landen. Vandaag hoorde ik het weer, maar nu was het Pim van Galen die het in Nova over Fortis en Bos had. Waarschijnlijk zal het vaker op de NL radio en TV gezegd worden, maar dat is me gelukkig nog niet opgevallen.

Deze frase is vooral in GB veel te horen als: ‘At the end of the day.’ Je kan de BBC niet aanzetten of iemand zegt het daar. Nederland is dan ook niet de enige land met van die vervelende napraters. Dacht ik eindelijk verlost te zijn van het ‘prijskaartje’ (‘pricetag’) het weetikveel-‘gebeuren’ en het ‘kostenplaatje’, en dan beginnen ze met deze kreet. En wederom is het in NL vooral te horen waar de politiek en de financiële wereld elkaar raken.

Vreselijk die VVD’erige Jip&Neeltje-taal. Want wat is er uiteindelijk mis het woord: ‘Uiteindelijk’?


Ik kan de oorsprong nog niet vinden, maar vond wel deze talkshow-compilatie. :-)

Dec-05: Doorpakjesavond

Nog een log dat er op 5 december uit moest. Het is een vervolg op het jargonlog. Afgelopen dagen vielen me nog 2 irritante woorden op. Het eerste is ‘markeren‘, dat Jan Marijnissen gebruikte in zijn overwinningsspeech: “Ik markeer het punt …”

Nou moet zo’n woord kunnen ware het niet dat er de afgelopen weken op Politiek24 steeds een documentaire herhaald werd met daarin Bomhoff, een LPF-minister van enige kabinetten terug. Bomhoff vond dat Balkenende er een vervelende manier van vergaderen op na hield. Er werden nooit duidelijk zaken afgesproken. Volgens Bomhoff zei Balkenende dan: “Ik markeer de volgende punten …” Alsof dat een soort afspraak was.

Kortom Bomhoff maakte duidelijk korte mette met dit gebruik van markeren. Daar ben ik het mee eens. Nu vraag ik me af of iedereen in Den Haag maar in het wilde weg punten markeerd, of dat Jan deze docu gezien heeft en bedacht zijn taalgebruik aan te passen in verband met de komende coalitie.

Een ander woord is ‘doorpakken‘. Dat woord hoor ik alleen vanuit de CDA- en VVD-monden. Een lelijk woord, dat schijnbaar daadkracht moet uidrukken. Mijn asociator koppelt het direct aan de bekendere term ‘gepakt worden’. Dus nog even ‘doorpakken’ bij de uitgeknepen groepen, daar is vast nog wel iets te halen.

Dec-02: Jargonica

Dit logsel is te danken aan 2 recente logjes van Rob H. Ik vind zijn voorstel voor een boek met verzamelde logjes zeker leuk en levensvatbaar. Hangt natuurlijk erg van de inhoud af, mogelijk moet je om die reden wel een aantal verschillende log-boeken uitbrengen.

In 2 eerdere en 1 later logje gebruikte hij het woord ‘Pyrrhus-overwinning’. Dat woord was ik de laatste tijd teveel tegen gekomen. Ik was in de veronderstelling dat Rob aan het papagaaien was, maar had het duidelijk mis. Dergelijke woorden kunnen door hun hoge scrabblewaarde niet teveel gebruikt worden. Dat valt meteen op.

Via Google heb ik even nagezocht waarom het te frequente gebruik van het P-woord mij irriteerde. Rob en Frans54 gebruikten het rond 23/22 november. In diverse kranten stond het ook rond die tijd. Aanleiding was een uitlating van Mark Rutte in een TV-programma op 16 november.

Een maand eerder gebruikte Filip de Winter het woord voor een andere verkiezing. En een half jaar eerder valt het te vinden op de website van de VVD-Leiden.

Zullen Rob, Frans, Afanja en nog een setje webloggers weten dat zij gebruik maken van het politiek-jargon van deze groep mensen?

Al zoekende bracht me dat op het woord ‘Jargon’. Ik heb jaren m’n best gedaan om vakjargon te vermijden en dat zal ik blijven doen. In mijn vakgebieden elektronica en informatica is jargon niet uit te bannen. Onbedoeld werpt het een enorme muur op tussen digibeten en andigibeten. Vrijwel alles wordt afgekort en in een gemiddelde zin komen 3 tot 4 onduidelijke afkortingen voor.

Vervolgens verschijnen die woorden ook in folders voor consumenten-elektronica als radio’s, TV’s en computers. Veel mensen wisten al niet wat FM betekende en dat het goed mogelijk is om met Frequentie Modulatie uit te zenden op de middengolf. FM-band was dan ook oorspronkelijk UKG; Ultra Korte Golf wat veel correcter is. Inmiddels worden we doodgegooid met ADSL, MP3, DVD en noem maar op. Voor de lezers die hier geen wijs uit kunnen worden heb ik al 20 jaar een afkortingebestand dat de laatste 6 jaar op het Internet te vinden is.

Voor de IT-wereld (Information Technology) is een speciale taal ontwikkel, het Itil (Information Technology Infrastructure Library). Het moest er voor zorgen dat IT’ers gelijke uitdrukkingen gebruiken. In die taal mag een klant (gebruiker van bijvoorbeeld een ADSL-verbinding) een ‘melding’ maken van een ‘incident’. Als een klant echter zegt dat er een ‘probleem’ is, dan is dat fout. Met zijn of haar kennis kan alleen sprake zijn van een ‘incident’, bij een flink aantal gelijksoortige ‘incidenten’ is pas spake van een ‘probleem’. Helpdeskers (die volgens Itil Servicedeskers heten) spreken dus nog steeds een ander jargon dan de klanten.

Zo kreeg ik onlangs een ‘Ticketnummer’ van Web-log. Dat Belgische woord voor buskaartje gebruiken de Itil’ers om een ‘Meldingnummer’ aan te geven. Het gezwam houdt dus nooit op.

Naast de IT’ers, kunnen ook politici, ambtenaren, boekhouders, sporters, medici, zorgverleners, etcetera flink vaktechnisch uit de hoek komen. Wielrenners ‘zitten vaak in ’t wiel’ van een voorganger. Lijkt mij geen handige bezigheid, zeker nu een deel met dichte wielen rondrijdt. Artsen laten een EGC’tje maken of winden zich op over uw BMI. Een verkeersambtenaar heeft het over VRI’s met Ofossen en een VOP. Ze bedoelen daarmee een stoplicht-installatie met een groot opstelvak voor de wachtende fietsers en een zebra (VoetgangersOversteekPlaats).

Bij politici moet ik in dit geval denken aan het geval Sharon Dijkstra. Toen zij op zeer jeugdige leeftijd de 2de kamer inging gaf ze aan duidelijker te zijn en de taal van de gewone mensen te blijven praten. Dat vond ze (terecht) erg belangrijk. Nog geen 3 jaar later was ze helemaal om. Elke zin bevat de ambtenarenkreet ‘inzake’, met moeite hou ik het 10 seconde vol om haar aan te horen.

Dus zo’n log-boek lijkt me best leuk als het woord ‘Pyrrusoverwinning‘ (of Pyrrhusoverwinning) er hooguit 2x in voor komt. :-)

Jan-17: Journaaltje

Enkele journaals terug was het weer eens zover. We moesten volgens het bericht oppassen omdat er wel iets mis kon zijn met het ‘loonstrookje’ van Januari. Ik denk dat de textschrijver van het Journaal geen idee had welke onzin de journaallezer nu weer eens moest uitkramen.

Al enkele decennia krijgen mensen een salarisoverzicht ter grootte van een A4. Zo’n ding is 21 cm breed bij 29 cm hoog. Salarisbrief is dan ook een beter woord dan ‘loonstrookje’. Een strook is lang en smal, en in geval van ‘-tje’ ook niet zo groot.

Van mijn vader heb ik nog wat originele loonstrookjes in huis. Dat zijn echte stroooookjes. 1 cm hoog bij 28 cm lang. Alles stond achter elkaar op 1 regel getypt. Zo’n strookje zat vervolgens opgevouwen in het loonzakje. Een envelop van een onbestendige gore vleeskleur waar net het geld voor 1 werkweek in paste.

Dat er dus nog steeds over ‘loonstrookjes’ gezwamd wordt, bevreemd me. Het zal vast te maken hebben met het woord ‘prijskaartje’, dat ook nog steeds misbruikt wordt. Een prijskaartje is een hard stukje karton ter grootte van een flinke postzegel met daarin een soort flinke niet die gebruikt wordt om het te bevestigen op een kledingstuk. Tegenwoordig zijn het meer prijslabeltjes, maar ik heb er geen moeite mee als die nog steeds prijskaartjes genoemd worden. Een prijskaartje dat volgens Neeltje Smit-Kroes-Peper-Zout aan een nieuwe kanaaltunnel hangt is echter kant-en-klare onzin. Welke gek gaat zo’n onbeduidend en vooral onvindbaar gevalletje aan een kanaaltunnel hangen?

Het wordt tijd dat het BoekHoudCommando actie onderneemt. Wanneer stopt het bagatelliseren van financiële grootheden? Nog even en het woord ‘boekhoudertje’ en ‘geldje’ zijn in het Journaal te horen.