Site-archief

Okt-17: Pot Juncker verwijt Ketel

Een paar dagen terug las ik dit op Teletekst. =>

Juncker vind een EU met 28 staten al lastig. Als regio’s zoals Catalonië als staat deel gaan nemen, dan worden het er volgens hem 98. En dat is niet geheel waar. Ik heb het net uitgerekend en het worden er 68 (512 / 7,5 miljoen). Juncker overdrijft er de helft bij. Mogelijk was ie in de war met Schotland (5,4 miljoen) of Noorwegen (5,2 miljoen), met hun inwonertal kom je op die 98 van Junker uit.

Nederland zit net iets onder het gemiddelde van de EU. Als je het inwonertal van de EU deelt door de 17 miljoen van Nederland, dan kom je op 30 staten uit. Maar Juncker zelf heeft totaal geen recht van spreken. Hij komt uit Luxemburg. En als je de EU inwonermatig deelt door Luxemburg (0,58 miljoen), dan zou de EU uit 879 staten bestaan.

Kortom voeg Luxemburg eerst maar eens bij de Waalse provincie Luxemburg. In dat geval had Juncker via Wallonië en België nooit kans gemaakt op een zetel in de EU. Laat staan dat ie via die lastige weg voorzitter van de Europese Commissie was geworden.

Ook opvallend dat de EU het fragmenteren zelf stimuleert. Dwz Spanje heeft nu 56 zetels in het Europees Parlement. Als Catalonië direct binnen de EU valt, dan krijgen zij op hun inwontertal 17 zetels en houdt de rest van Spanje er 52 over. Opgetelt dus 69 zetels. Ik stel voor dat Nederland zich opdeelt in 29 staten zo groot als Luxemburg. Het aantal zetels stijgt dan van 26 naar (29 x 6) 174, bijna het dubbele van Duitsland (96).

Advertenties

Feb-03: Secondary Facts

Lees de rest van dit bericht

Nov-15: Be-Lg-Ie

Het Goede Doel (met Utregs reserve burgemeester Westbroek) bracht in de 80’er jaren het liedje ‘België’ uit. Een aardige plaat over een migratieprobleem. De zanger (en Leefbaar Nederland- en daarmee Fortuyn-oprichter) Westbroek twijfelt daarbij sterk om te verhuizen naar België. Iets wat een aantal economische vluchtelingen van Nederlandse komaf heeft gedaan.

Inmiddels moeten Westbroek en aanhang voortmaken, want België is aan het afbrokkelen. Vandaag staat een stukje op teletext dat de vlaamse gouverneur de Limburgen wil samensmelten. Het is nog even wachten en er komt eenzelfde voorstel voor de (Nederlandse en Belgische) Brabanden, de (Luxemburgse en Belgische) Luxemburgen, de (Franse en Belgische) Ardennen en als klap op de vuurpijl de (Noord-Franse, Belgische en Zeeuwse) Vlaanderennen (of Flandria).

Het is duidelijk dat de ratten het zinkende schip, dat België heet, ontvluchten. Dat federaal verdeelde land heeft zoveel tijd in ‘hun’ EU-hoofdstad gestoken, dat ze andere belangrijke zaken als ‘binnenlandse samenwerking’ compleet vergeten zijn. Inmiddels wordt dat pijnlijk ondersteerpt met de langstlopende kabinetsformatie die ze ooit gekend hebben. Na een half jaar is er nog geen enkel zicht op ook maar iets dat op een kabinet lijkt.

Het knelpunt ligt ergens bij Waterloo tussen Brussel en Nijvel (of Bruxelles en Nivelles) en gaat om het BHV-kiesdistrict. Wat wij normaal vinden (dat bijvoorbeeld een Noord-Hollander op een Limburger mag stemmen), kan in België alleen in BHV (Brussel-Halle-Vilvoorde). De Walen willen dat zo (en België bijeen-) houden. De Vlamingen willen echter dat er net als in de rest van dat ‘land’ alleen nog maar op buurtpartijen gestemd mag worden. (Dus Noord-Hollanders op Noord-Hollanders en Limburgers op Limburgers.)

De EU kent ook zo’n federale kiesaanpak, en het is de manier om verbroedering en/of verzustering te ontmoedigen. Deze ‘eigenbuurt-eerst’-methode is zeker te danken aan de grote aanhang van meneer de Winter. Helaas is zijn visie ook overgeslagen op Wilders en Verdonk en het duurt niet lang of Kamp wil ook dat Nederland in kampen wordt opgedeeld.

Nu maar hopen dat de versplintering niet zo ongunstig afgewikkeld wordt als in het voormalige federale Jugoslavija.

Oct-21: 0625-Vijfstromenland

Het zonnige weer bleek nog een dagje aan te houden. Toen ik uit Bitburg vertrok, had ik dan ook vlot bedacht om het deze dag niet al te moeilijk te maken. Ik zocht dus weer de Nims op en wilde daarlangs afzakken naar Echternach, waar ie via de Prüm in de Sûre uitmondt. Alleen ging dat niet helemaal goed. Ik liep ergens na Stahl op een heuvel vast bij het erf van een boer. Dus maar weer de heuvel af en toch een iets grotere weg opgezocht.

Dat werd een kruising verder meteen een hele grote autoweg waar de E29 over loopt. Ik mocht er waarschijnlijk wel op fietsen, maar dat leek me nix. Dus bij de eerstvolende afslag meteen rechtsafgeslagen. Toen trof ik het, van daar was er de Nimsroute. Een kilometer verder ging die over een oude spoorlijn en had ik een prachtig nieuw en breed asfaltfietspad onder de wielen. Ik was niet de enige. Hier fietsten veel meer recreanten, hele groepen die mij natuurlijk te traag gingen.

Lees de rest van dit bericht

TourFiets-verslagje 1999 deel-3

Zonder veel inspanning was ik zomaar in Spanje. Dit gaf me moed en omdat ik nog steeds voor de wind had bedacht ik toch nog maar wat verder te gaan. Nu werd het echter wel klimmen en in de mooie Val d’Aran ging ik van 700 naar 1640 meter hoogte. Daar trof ik gelukkig een Tunnel (waar ik door de ventilators wel een enorme tegenwind kreeg). Eigenlijk viel het klimmen me dus wel mee, en met de mooie Noguera Ribagorçana fietste ik berg-af-waarts. 50 km verder waande ik me in een woestijn, alles was dor en droog en heet. Het was wel een adem-benemende omgeving. De slechte weg naar Tremp had helemaal een mooi uitzicht en had zonder enige afscherming een schitterende afdaling. Daarna volgde ik een zusterrivier, de Noguera Palleresa, ook erg mooi. In Balaguer hield al dat fraai’s op. Ik fietste op een troosteloze hoogvlakte waar het knap warm was. In Balaguer was ik dan ook blij met de schaduw in de smalle straatjes.

De volgende ochtend trapte ik mijn pion (achtertandwielen binnenwerk) stuk. Gelukkig had ik net in een Tàrrega overnacht, waar ik een fietsenmaker had gezien. Een uurtje later was ik al weer onderweg. (Dat had me niet een dag eerder moeten overkomen.) Via wat lastige binnenweggetjes kwam ik in Barcelona. Zo mooi vond ik het er niet, maar druk was het er wel. Vanaf hier ben ik maar weer naar het noorden gegaan en kwam ik voor het eerst langs de Costa Brava. Tossa de Mar was wel aardig. Vandaar ben ik een beetje het binnenland ingedoken en kwam ik via Girona bij de franse grens. De weg naar Portbou was erg fraai en behoorlijk heuvelig.

In Frankrijk viel het eerste stuk wat tegen, maar daarna ging het wel weer. Perpignan en Narbonne zijn daar leuke plaatsen. In Nîmes heb ik deze Arena bezocht. Het werd inmiddels zo heet (35 C) dat ik besloot een stukje te treinen van Avignon naar Lyon. Beide zijn dit trouwens ook mooie steden. Lyon was alleen niet een verstandige plaats om te overnachten. Vanaf hier ben ik de Bresse ingefietst. Dit is een erg mooie omgeving en ze hebben er leuke Boerderijtjes. Over fiets-wegen valt er niet te klagen in Frankrijk, ook hier weer prachtig geasfalteerde D-weggetjes.

Ik kwam nu weer in de Bourgogne terecht, waar ik vorig jaar ook door gefietst was. In het mooie Baune zag ik dit historische museum Ziekenhuis. Met de Saône mee reed ik op Epinal af. Deze plaats ligt aan de Moezel, en ook de Maas ontspringt in dit gebied. Het is dus mogelijk om van Nederland via hier naar Spanje te fietsen zonder boven de 700 meter te komen. In dit mooie gebied begon en bleef het flink regenen. Zelf vond ik 3600 km ook wel genoeg en nam ik de trein terug. Bij Luxemburg moest ik nog een stukje fietsen omdat de trein op zondag hier de grens niet over ging. Gelukkig was het daar weer een beetje droog.

Bij Mont-Saint-Michel was het moeilijk om een hotelletje te vinden, dit had te maken met een feest-weekend van de Fransen. Voor de rest waren er geen overnachtings-problemen. Het viel me op dat het bij en in Spanje een stuk goedkoper was.

Hiernaast nog een kaartje met de route. Op 6 juni vertrok ik en op 6 juli was ik terug. Ik had alleen in m’n hoofd om Normandië te bekijken, de rest ging per toeval.

deel 1 | deel 2 | deel 3 (met kaart) | aanvulling 2016