Site-archief

Okt-15: De Bijdehante Man

De titel van dit stukje schijnt correct te zijn volgens OnzeTaal. Ik keek daar van op. De basisvorm is bijdehand en niet bijdehant. Zelf zou ik op z’n minst bijdehandte schrijven en de basis heel laten. Maar eigenlijk had het gewoon bijdehande moeten zijn. Alleen vinden we dat laatste niet klinken en is er gekozen voor bijdehante. Ook gek dat we wel kunnen zeggen dat iets op hande is. Daar maken we dan weer geen hante van.

Ik kwam hier op door de S.P.E.L-show, een soort taalquiz. In een zin stond een fout en die moest je er in herkennen. Ik koos voor ‘bijdehante’ maar dat bleek dus niet het foute woord te zijn.

We hebben meer van dit soort woorden. Denk aan een slag in de rondte werken. Dan maakt OnzeTaal er geen ronte van. Ook hier klinkt een slag in de ronde werken voor geen meter. Dat terwijl we het wel kunnen hebben over de ronde van Frankrijk. Eén voordeel; dit schrijf ik dus wel op de manier die de OnzeTaal wenst.

Een derde voorbeeld gaat over stad. Mijn moeder hield van statten (stadbezoeken). Zo schijn je dat te moeten schrijven volgens OnzeTaal. Ik zou dus wederom stadten schrijven, net als rondte en bijdehandte. Maar dat mag dus niet. Uiterst onlogisch om 3 vergelijkbare vervoegingen telkens anders te voor te schrijven. Als consequenticus doet dat zeer aan m’n ogen.

Met stad is overigens meer aan de hand. Het meervoud is niet stadden of staden maar steden. Dus het meervoud van blad is niet bladen maar bleden?

Het kan overigens ook andersom. Dat gebeurt met Brabant. Hun inwoners zijn geen Brabanters maar Brabanders. Nu verandert een ‘t’ dus zomaar in een ‘d’. Er waarom hebben we het dan weer wel over Zaankanters en niet over Zaankanders?

Het mag duidelijk zijn dat ik op de Mavo moeiteloos een 3 haalde voor Dik-T en een 10 voor wiskunde. Helaas leeft m’n leraar Nederlands niet meer. Hij had nooit kunnen bedenken dat ik inmiddels een jaar of 15 verhaaltjes schrijf op dit blog.