Site-archief

TourFiets-verslagje 1999 deel-3

Zonder veel inspanning was ik zomaar in Spanje. Dit gaf me moed en omdat ik nog steeds voor de wind had bedacht ik toch nog maar wat verder te gaan. Nu werd het echter wel klimmen en in de mooie Val d’Aran ging ik van 700 naar 1640 meter hoogte. Daar trof ik gelukkig een Tunnel (waar ik door de ventilators wel een enorme tegenwind kreeg). Eigenlijk viel het klimmen me dus wel mee, en met de mooie Noguera Ribagorçana fietste ik berg-af-waarts. 50 km verder waande ik me in een woestijn, alles was dor en droog en heet. Het was wel een adem-benemende omgeving. De slechte weg naar Tremp had helemaal een mooi uitzicht en had zonder enige afscherming een schitterende afdaling. Daarna volgde ik een zusterrivier, de Noguera Palleresa, ook erg mooi. In Balaguer hield al dat fraai’s op. Ik fietste op een troosteloze hoogvlakte waar het knap warm was. In Balaguer was ik dan ook blij met de schaduw in de smalle straatjes.

De volgende ochtend trapte ik mijn pion (achtertandwielen binnenwerk) stuk. Gelukkig had ik net in een Tàrrega overnacht, waar ik een fietsenmaker had gezien. Een uurtje later was ik al weer onderweg. (Dat had me niet een dag eerder moeten overkomen.) Via wat lastige binnenweggetjes kwam ik in Barcelona. Zo mooi vond ik het er niet, maar druk was het er wel. Vanaf hier ben ik maar weer naar het noorden gegaan en kwam ik voor het eerst langs de Costa Brava. Tossa de Mar was wel aardig. Vandaar ben ik een beetje het binnenland ingedoken en kwam ik via Girona bij de franse grens. De weg naar Portbou was erg fraai en behoorlijk heuvelig.

In Frankrijk viel het eerste stuk wat tegen, maar daarna ging het wel weer. Perpignan en Narbonne zijn daar leuke plaatsen. In Nîmes heb ik deze Arena bezocht. Het werd inmiddels zo heet (35 C) dat ik besloot een stukje te treinen van Avignon naar Lyon. Beide zijn dit trouwens ook mooie steden. Lyon was alleen niet een verstandige plaats om te overnachten. Vanaf hier ben ik de Bresse ingefietst. Dit is een erg mooie omgeving en ze hebben er leuke Boerderijtjes. Over fiets-wegen valt er niet te klagen in Frankrijk, ook hier weer prachtig geasfalteerde D-weggetjes.

Ik kwam nu weer in de Bourgogne terecht, waar ik vorig jaar ook door gefietst was. In het mooie Baune zag ik dit historische museum Ziekenhuis. Met de Saône mee reed ik op Epinal af. Deze plaats ligt aan de Moezel, en ook de Maas ontspringt in dit gebied. Het is dus mogelijk om van Nederland via hier naar Spanje te fietsen zonder boven de 700 meter te komen. In dit mooie gebied begon en bleef het flink regenen. Zelf vond ik 3600 km ook wel genoeg en nam ik de trein terug. Bij Luxemburg moest ik nog een stukje fietsen omdat de trein op zondag hier de grens niet over ging. Gelukkig was het daar weer een beetje droog.

Bij Mont-Saint-Michel was het moeilijk om een hotelletje te vinden, dit had te maken met een feest-weekend van de Fransen. Voor de rest waren er geen overnachtings-problemen. Het viel me op dat het bij en in Spanje een stuk goedkoper was.

Hiernaast nog een kaartje met de route. Op 6 juni vertrok ik en op 6 juli was ik terug. Ik had alleen in m’n hoofd om Normandië te bekijken, de rest ging per toeval.

deel 1 | deel 2 | deel 3 (met kaart) | aanvulling 2016

TourFiets-verslagje 1999 deel-2

Op dit eiland is het prima (links) fietsen, ze hebben goede wegen. Gekgenoeg kreeg ik er wel een lekke band. Deze foto maakte ik aan de Noordkant. Na 60 km was ik het eiland rond en ging ik met een snellere veerboot naar Saint-Malo. Deze Bretonse plaats is best aardig, maar Mont-Saint-Michel is echt unique. Doordat ik hier op een vreemd tijdstip aankwam had ik geen last van de vele touristen die later op de dag kwamen. Vandaar ben ik meer naar het binnenland van Frankrijk getrokken en kwam ik door Le Mans, die een mooie oude binnenstad heeft. Ook overnachtte ik nog in Amboise. (Later hoorde ik dat Leonardo Da Vinci hier zijn laatste jaren doorgebracht heeft.)

Vanaf Amboise had ik, via Tours, een kastelen-route langs de Loire te pakken. Een prima fietsweg met een fraai uitzicht. Na Chinon, Loudun, Parthenay en Rochefort kwam ik midden in een moeras-gebied deze citadel Brouage tegen. Voor een fietser een doorgaande weg, voor het overige verkeer niet. Via een lange vlakke brug kwam ik op Oleron. Daar was nog zo’n citadel, maar minder mooi. Met dezelfde 5km lange brug ging ik weer terug. Door de harde Biskaaise wind ging ik nu 50km/h, heen was het maar iets van 13. Bij Royan kon ik met deze Pont naar de Medoc oversteken. Het was een vreemd veer, waarbij van de zijkanten geladen werd. Dat ging behoorlijk vlot.

In de Medoc kwam ik nog een groep Amerikanen tegen die hier per fiets een paar kasteeltjes bekeken. Het waren grappige maar vooral kitserige optrekjes. Bij Blaye veerde ik nog maar eens en trof ik daar alweer een citadel aan. In Cadillac werd ik ingehaald door een caravaan old-timers. Rond Castlejaloux trof ik nog een flink bosgebied. Een half jaar later zou dit voor 95% omwaaien. Was ik even mooi op tijd! In deze omgeving kwam ik door wat schilderachtige plaatsjes als Barbaste, Condom en Auch. En voor ik het wist fietste ik met de Garône mee de Pyreneeën in.

deel 1 | deel 2 | deel 3 (met kaart) | aanvulling 2016