Site-archief

Jun-23: Leiden

Inmiddels is het 14 dagen geleden dat ik -aanvankelijk onbedoeld- naar Leiden fietste. Leiden werd m’n einddoel nadat ik in Hoofddorp bedacht had om nog een stuk door te fietsen en vervolgens in Leiden de trein naar huis te nemen. Na zo’n 80 fietskilometers was ik dus in Leiden en kwam ik via de Zijlpoort de binnenstad in. Ondanks de restauratie-bekleding nodigde deze poort uit tot een foto en ook nog maar 1 van de andere kant. Daar moest ik nog meer steigerwerk en een lelijke bouwkeet vanaf knippen.

In Leiden zou het nog zo’n anderhalf uur duren eer mijn fiets na de spits in de trein mee naar huis mocht. Dat kwam mooi uit. Ik had Leiden al eens bezocht en nu deed ik dat op de fiets. Het was nog altijd prachtig fotoweer en van dit setje heb ik maar een aparte fotopagina samengesteld.

Lees de rest van dit bericht

Apr-12: Schaffhausen

De nacht van 23 op 24 september had ik weer duidelijk slechter geslapen, omdat ik meer last had van m’n bronchitis. Nu hoefde ik me geen illusies te maken, door dit dorpje reed geen trein. Die keuze was er dus niet. Het weer was er duidelijk wel naar. Het miezerde en regende om beurten. Vies herfstweer dus weer.

Ik stapte op de fiets richting Büsingen, een enclave van Duitsland in Zwitserland. Gewoon leuk om eens te bekijken, omdat ik niet zeker wist of ik hier in 1982 door gefietst was. De kans was overigens erg groot van wel. Om er te komen moest ik na een paar kilometer Duitsland uit en Zwitersland in. Dat stukje Zwitserland was ook maar een kilometer of 4 en vervolgens zat ik in het Duitse Büsingen. Kortom een redelijk rechte weg met 2 grensovergangen, waarbij ik maar bij 1 een iets van een grenspost zag.

Büsingen stelt dus niets voor, maar ze hebben wel een eigen kenteken BÜS. Ze vallen echter gewoon binnen het kreis (regio) van Konstanz. De regen was daar vrijwel over, het bleef alleen zwaarbewolkt en niet eens zo koud. Een graad of 14 zal het geweest zijn.
Lees de rest van dit bericht

Apr-06: Langs de Bodensee

Van de kwaliteit van het Zwitserse ontbijt kan ik me weinig meer herinneren, waarschijnlijk was het niet anders dan in Duitsland. Wel weet ik dat het het buffet-systeem was. Ik vind dat prettig als het niet te druk is door bijvoorbeeld een kudde groepsreizigers. Daar was hier zeker geen sprake van. Het enige wat me bij gebleven is was de Filipijnse ontbijtaanvulster. Zij stond de hele tijd aan de zijkant slaafs te wachten totdat er weer iets aangevuld mocht worden. Een soort stewardessen-houding, waarbij ze ook nog eens gekleed was met typisch stewardessen-jasje en -sjaaltje. Ik kreeg daar een beetje de kriebels van omdat het me te koloniaal-onderdanig over kwam.

Het weer viel de 23e september enorm mee. Het was droog en niet zo koud. Ik had al gemeld dat ik voor de verandering beter geslapen had en bedacht deze dag eerst maar eens een echte stad te bezoeken. Dat moest Sankt Gallen worden, dat op een kilometer of 15 lag, iets landinwaarts. Het kon niet anders of die stad lag aan een rivier die in de Bodensee zou uitmonden en langs die rivier zou er wel eenvoudig te komen zijn. Maar door wat grote wegen en fietsroutes waar mountainbikers bij afstappen, liet ik me verleiden door een veel rustigere secundaire weg. Aan de busbordjes zag ik dat die ook naar St.Gallen ging.
Lees de rest van dit bericht

Mrt-15: Het Rijndal

De 5de fietsdag begon zondag 16 september 2012 in Overath. M’n fiets stond nog achter het hotel en dat was niet vreemd. Overath heeft wel een station, maar dat stelt bitter weinig voor. Mensen gaan om die reden daar echt geen fietsen kwijtraken. Als eerste stak ik de straat over en ging maar eens kijken bij het stationnetje. Het was prachtig helder weer, maar wel behoorlijk fris.

Er gingen vanaf hier boemeltjes naar Keulen, alleen mocht ik flink wat uren wachten eer er een vertrok. De zondagregeling hield voor dit lijntje niet over. En met dit fraaie weer bedacht ik dat ik beter naar het volgende -echte- station aan een echte hoofdlijn kon fietsen. Ik ging verder stroomafwaarts met de Agger mee richting Rijn. Het spoorlijnte ging al snel richting westen en ik slingerde met het riviertje mee richting zuidwest en trof net voor Lohmar dit toepasselijke bord voor een doorgeherfste ‘alleenganger’.
Lees de rest van dit bericht

Mrt-01: 14 Richting Rijn

Vanuit Betzdorf vertrok ik op 26-09-2011 met de Sieg mee stroomafwaarts. Ik had al eens de Siegradweg gevolgd en hield het nu bij de wat grotere wegen met fietspaden. De Sieg mondt bij Siegburg uit in de Rijn en dan zit je aan de onderkant van de agglomeratie Köln-Bonn. Daar ben ik al eens geweest en heb ik geen behoefte aan voor een 2de keer. Nog verder naar het noorden begint het Ruhrgebied, dus nam ik mij voor om west-zuid-west aan te houden. Daarbij wilde ik wel eens Altenkirchen, de hoofdstad van het Westerwald bezoeken.

Ooit wel eens een poging gedaan, waarbij ik door het vele geklim Altenkirchen op een kilometer of 20 miste. Via de grotere 256 zou me dat niet meer overkomen. Zulke wegen klimmen veel minder en hij gaat door Altenkirchen. De drukte viel erg mee, er was goed te fietsen. Ook hier wel een klim om het Siegdal uit te komen, maar dat ging inderdaad veel eenvoudiger. Onderweg zag ik een wegwijzer met een plaatsnaam die maar 1 letter verschilt van mijn oorspronkelijke familienaam. Voor de begin H moet je een P bedenken. Niet dat mijn familienaam (die ruim 200 jaar terug in Nederland flink veranderd is) daar is bedacht. Dit soort plaatsnamen komen door heel Duitsland voor waar bossen zijn gerooid. Mijn stapelbedovergrootvader rooide een stuk bos in de Harz bij Quedlinburg.
Lees de rest van dit bericht

Nov-28: 0471 Frankrijk in

Op maandag 13 september begon de dag een stuk frisser en werd het niet warmer dan 20 graden. Het was ook flink bewolkt, maar ’t bleef droog. Ik wilde richting zuidwesten en Frankrijk in. Al meteen buiten Bruchsal belandde ik in een dicht bos, waar het nog nat was van de vorige avond. Het fietste er mooi en vooral rustig. Het voelde onwerkelijk als je bedenkt dat dit Rijndal het hoofdriool voor auto’s, treinen en schepen is. Van die laatste hoor je niet veel, maar die andere 2 kunnen toch flink lawaai maken. Het dichte bos hield dat goed tegen.

Net als gisteren fietste ik zonder pleister op de knie. Die pleister zag er wel netter uit, maar daaronder wilde het door die dingen slecht stollen. Gisteren was dat dus wel gebeurd, maar de roof was erg dun. Dus opletten bij overhangende struiken. En die waren er genoeg op m’n pad.

Lees de rest van dit bericht

Nov-15: 0145 Hoofdsteden

De volgende ochtend, 10 september fietste ik 200 meter en het hoofdstation van Neuss in. Mijn knie had ik inmiddels van een vers stuk hansaplast voorzien. De meter was nog niet op. Ik sliep overigens in het Hansa-hotel en zowel Mönchengladbach als Neuss zijn Hansasteden. In het station heb ik besloten om in elk geval met de trein naar Wiesbaden te vertrekken. Dat was ook m’n oorspronkelijke plan omdat ik Wiesbaden nog nooit gezien had en het volgens zeggen wel een bezienswaardige stad is.

In de trein kon m’n knie mooi rusten. En eigenlijk viel het qua pijn wel mee. Dat ik de trein nam heeft er ook mee te maken dat ik het tussenliggende gebied al aan weerszijde van de Rijn gefietst heb. Tussen Koblenz en Bingen ben ik ook al eens met de trein geweest, toen nog richting Italië. Nu had ik vanaf Koblenz een boemeltje aan de oostkant van de Rijn die in Wiesbaden eindigd. De trein was vrijwel leeg en dat was zonde. Deze kant is met de trein veel mooier, daar kunnen ze wel toeristenbelasting op heffen.

Lees de rest van dit bericht

0920-Westerwald

Na een goede nachtrust en een stevig ontbijt haalde in m’n fiets uit de kelder. De waard (die ook kok was) hielp me daarbij. We kregen een praatje over het gebouw. Volgens hem waren de oudste delen van voor 1600. Dat verklaarde de grote en lage gewelfde kelder en ook de enorm dikke muren. Rond de buitenkant waren die zo’n 80 cm. Duidelijk geen revolutiebouw.

Nieder Schelden ligt aan de Sieg, net als Siegen. De grotere weg langs dit riviertje viel mee qua drukte en ik besloot het een stukje stroomafwaarts te volgen door Kirchen (waar deed me dat nou aan denken) en Wissen. De weg slingerde flink, net als de rivier. Als ik doorgeslingerd was, zou ik in Siegburg weer in het Ruhrgebiet uitkomen. Dat leek me geen optie en ik klom dan ook bij Wissen het rievierdal uit.

Vandaar had ik een serie rustige wegen door een glooiend heuvelland. Her en der wel wat bos, maar ook mooie vergezichten. Ik kwam door de Kroppacher Schweiz in Kroppach. Ik heb door meer Schweizen gefietst, zoals de Frankische Schweiz in noord-oost-Bayern en de Holsteiner Schweiz rond Plön. Deze Korpacher-versie was wel aardig, maar haalde het niet bij de andere Schweizen. Ik ben er ook nog niet achter waarom ze die naam gebruiken.

Via nog meer verlaten landwegen fietste ik het Westerwald in. Ook hier weinig woud en geen bezienswaardige plaatsen. Wel erg mooi fietsen, door een gebied dat ik nog niet eerder had gezien. Ook nog altijd uitstekend fietsweer. Ik had inmiddels bedacht richting Koblenz te gaan en daar maar te bekijken of ik de Moezel of de Rijn stroomopwaarts zou gaan volgen.

Eerst moest ik nog even de BAB3 nemen. (Daar was ie weer.) Volgens de kaart kon ik er onderdoor. Ik zag iets dat het midden hield tussen een tunnel en een riool. De weg sloot er niet echt op aan en de onderdoorgang was aan weerszijde afgesloten met een tijdelijk bouwhek. Die hekken stonden op een kier en de onderdoorgang vond ik verhard genoeg. Met mijn iets dikkere banden doe ik daar niet zo moeilijk over. Vervolgens kwam ik op een aansluitend bospad dat nog altijd prima richting Koblenz ging. Zo’n 3km verder monde dat pad uit op een grotere weg. Waarschijnlijk was dat ook voor fietsers de normale weg geweest, maar dit werkte prima. Korter kon het niet.

Na Anhausen kreeg ik een enorme afzink het Rijndal in. Dan is het wel prettig om op een grotere en prima geasfateerde weg te fietsen. Na deze 20km afdaling was het bij Neuwied 500 meter lager, nog geen half uur later en zo’n 5 graden warmer. Naar mijn indruk ligt het Rijndal een stuk dieper dan de Sieg. Ik had wel geklommen om uit het Siegdal te komen, maar dat was hooguit 300 meter. Dat diepere Rijndal verklaart dat het temperatuurverschil, maar alle industrie en verkeer langs de Rijn zal daar ook flink aan meewerken.

Begin met Kaart | Vervolg

0976-Koblenz

Bij Neuwied nam ik de snelste route over de Rijn. Gelukkig vond ik de brug snel, want mijn ervaringen met de verkeersdrukte in deze stad waren me een jaar eerder erg slecht bevallen.

Aan de westkant van de Rijn was het zeker rustiger. Ook daar liep een fietsroute langs de Rijn. Nu heb ik die al eens eerder gefietst en ik bedacht een hoekje af te snijden. Goede fietsbordjes, rustige fietspaden, kwam ook door een aardige plaats, maar kwam veel te westelijk uit. Om Koblenz te vinden moest ik weer een stuk terug naar het oosten.

Mijn omzwerving was duidelijk niet voorzien door de fietswegwijsbord-plaatsers. Ik belandde dan ook op een te uitgestrekt industrieterrein, terwijl ik die juist wens te mijden. Gelukkig was het al aan het eind van de middag en was het er redelijk rustig. Op het hele terrein waren fietspaden. De twee overgebleven buswachtenden hielpen me goed en wisten me naar de juiste brug over de Moezel te loodsen.

Ik was al eerder aan alle 3 de kanten van Koblenz geweest, maar het centrum had ik nog nooit goed bekeken. Nu dus wel en ik vond er een leuk klein hotel in het autovrije deel. Daarbij had ik vooral gelet op de afstand tot treinverkeer. Ooit heb ik me daar flink op verkeken bij Bingen. Die fout, van niet kunnen slapen vanwege de goederentreinen die de hele dag aan weerszijde door het Rijndal denderen, wil ik graag vermijden.

Koblenz heeft als voordeel dat de treinen er door de grotere stations langzamer gaan. Hemelsbreed zat ik het verst verwijderd van de 3 treinroutes en bij het hotel kon ik geen enkel treingeluid waarnemen. Ongestoord slapen was hier geen enkel probleem. Toch was ik blij met het goed isolerende dubbelglas. Een van de vele kerktorens stond wel heel dichtbij en de beieraar van dienst draaide overuren.

Het leuke van dit soort ‘Fawlty-towers’-hotels zijn alle malle trappetjes. Deze gingen nu zelfs door tot in mijn kamer, waar halverwege 2 flinke treden verschil zat. Ik ben dan altijd weer blij dat ik maar 1 fietstas uit 1 geheel heb die ik over 1 arm kan dragen.

Koblenz is ook een mooie stad. Het avondommetje werd dan ook een stuk langer dan gisteravond. Zo werd ik er getrakteerd op een prachtige zonsondergang boven de Moezel. Best leuk want dit was bijna een maand eerder dan ik dit optik en nu er bij ons van die mooie luchten te zien zijn. In de Moezelmonding lagen de passagiersschepen 3 dik naast elkaar. De verste touristen moesten door 2 andere schepen lopen om de wal te bereiken.

Ik heb nog meer avondfoto’s gemaakt, maar daar is mijn camera toch iets te lichtongevoelig voor. Hun mooie 5-torendom kwam er niet scherp op. Nu lijkt dat geval vreselijk op die van Limburg aan de Lahn en die had ik al eens bij mooi weer gekiekt.

Het flink uitgelichte standbeeld op ‘De hoek’ lukte nog het beste.

Begin met Kaart | Vervolg

1020-Loreley

In het Westerwald had ik bedacht om aansluitend na Koblenz het laatste stukje Moezeldal te bekijken en dan bij Cochem linksaf te gaan door het mooie Soonwald. Ik heb eerder vrijwel de gehele Moezel/Moselle in delen gezien tussen Cochem tot voorbij Epinal. De schoonheid van het Soonwald heb ik alleen op TV gezien, en dan niet eens in de serie ‘Heimat’.

Een leuk plan, maar deze ochtend had ik zin in een eenvoudiger ritje. Gisteren had ik genoeg heuvels gehad. Vandaag maar eens een lekker vlak daggie. Ik ging dus richting Boppard de Rijntourist uithangen. Het stuk Rijn tussen Bingen en Koblenz is een werelderfgoed van de Unesco. Het is er inderdaad erg mooi. Zo fietste ik al eens eerder van Bingen naar Koblenz en vorig jaar nog een stukje aan de oostkant van de Rijn tussen Bad Ems en Koblenz-Oost.

Boppard zag ik dus een 2de keer. In dit leuke stadje barst het van de pensionnetjes, toch zou ik er vanwege dat eerder treindenderverhaal niet snel overnachten. Bij Boppard stak ik per pont de Rijn over en ging aan de oostoever richting Rüdesheim. Hier had ik nog niet eerder gefietst. Ondanks dat het een B-weg (B42) is, is het aan die kant een stuk rustiger. Aan de westkant zijn speciale fietsroutes, die over kleine weggetjes langs de Rijn gaan. De bestrating daarvan is regelmatig belabberd. Leuk voor de Parijs-Roubaix-fietsers, maar ik heb liever asfalt.

Aan de oostkant zijn die fietsweggetjes er niet. Af en toe ligt er een stuk fietspad langs de Bundesweg, maar vaak mag/moet je op die weg zelf fietsen. Zolang het verkeersaanbod beperkt is, heb ik daar geen moeite mee. Op de foto is bij Wellmich te zien hoe leeg deze weg bij tijden is. Dat soort uitzichten met kasteeltjes op berghellingen houdt in deze Rijnvallei nooit op. Zonder moeite kan je er de grootste geheugenkaartjes mee vol schieten.

Het waaide trouwens flink hard in deze gleuf. De strakke vlaggen stonden allemaal richting noord. Toch was deze airco wel lekker. Met 25 graden en lekker veel zon, had ik het er zonder tegenwind te warm gevonden. M’n snelheid leed er niet onder. Door de vlakke ligging ging ik gemiddeld 25km/h. De ‘training’ van de voorgaande dagen had duidelijk effect gehad op m’n conditie. Bij de Loreley zag ik nog een standbeeldje op een pier in de Rijn. Die was me nog niet eerder opgevallen.

Zelf vind ik de scheepvaart altijd erg mooi. Die dingen glijden in allerlei vormen voorbij. Een daarvan was een Frans cruiseschip. Deze lag gisteren in Koblenz en haalde mij deze rit 4x in. Meestal zat ik dan op een bankje langs de Rijn te leuteren met wat aanwonenden. Het touristenseizoen was hier duidelijk voorbij. Mijn indruk is dat de bewoners liever met een zwerffietser praten, dan een gezin met caravan. Dat cruiseschip ging gemiddeld 20km/h en die fietste ik er moeiteloos uit. Aan boord moesten ze het doen met elkaar en met “hee, daar heb je die malle fietser weer”.

Na de Loreley kwam er nog een kleine deviatie. Fietsbordjes gaven aan dat ik een bocht in de B42 en dus de Rijn kon afsnijden. Bij wijze van uitzondering ging ik daar 1-malig op in. Na 100 meter vlak mocht ik zo’n 800 meter tegen 14% klimmen. Een leuk agrarisch betonpad met aan weerszijde druivenranken. Gelukkig heeft deze fiets wat kruipversnellingen en was de afzink 4x zo lang. Voordeel was wel dat ik op 100 meter hoogte een prachtig uitzicht had over de Rijn. Het middelste schip op de foto is een heus radar-stoomschip die een passagiersdienst onderhoudt tussen Düsseldorf en Rüdesheim en daartussen elke 30km een halte heeft.

Ilja mag ook een set mooie ranken hebben, maar moet het daar doen zonder die rivierkastelen op de Dordogne.

Begin met Kaart | Vervolg