Site-archief

1050-Mittelheim

Ik dacht een logje eerder dat ik ruim na het touristenseizoen zat. In Rüdesheim moest ik die gedachte snel laten varen. Overal Japanners en Amerikanen die hun rolkoffertjes met hardkunststof wieltjes over de kasseien naar de hotels rammelden. Het leek een kudde lege kliko’s waar geen eind aan kwam. Wat is een fiets met luchtbanden dan een prachtige en geruisloze manier om bagage te verplaatsen.

Gelukkig passeerde na een kwartiertje een lange goederentrein vol met staalrollen piepend en gierend langs/door het touristendorp en overstemde die elk geluid tot midden in het centrumpje. Helaas heb ik een goed gehoor en ik moet er dan ook niet aan denken om hier te moeten wonen. Er zijn best een paar leuke straatjes, maar als geheel vond ik het niet veel.

In het midden werd bij een kiosk colaflesjes verkocht; van die halve liters voor 2 Duitse Euro’s per stuk. Ik drink onderweg veel en vond 200 meter verder een Plus-markt die hetzelfde aanbood voor 0,6 euro. Naast hun grotere sortering had ik daar geen wachtrij. Meer betalen voor een drankje in een café of op een terras vind ik normaal, maar die kiosk bood niets extra’s en dan noem ik ruim 300% extra winst op z’n minst afzetterij.

Ik was nog niet eerder in het beroemde Rüdesheim geweest en zal ook niet de moeite doen om er nog eens naartoe te gaan. Duitsland heeft risten stadjes die meer te bieden hebben, goed dat die meestal iets minder bekend zijn.

De halve liter Ice-tea-peach was op en ik fietste door, met de Rijn mee naar het oosten. Dat ging over een prutpad waar ik allemaal amateur-mountainbikers voorbij reed. Ik kon daar ook ‘gewoon’ 28 fietsen, maar moest wel goed opletten om de al te grote keien te ontwijken. Op de kaart zag ik bij Mittelheim een veerpont en het leek me wel wat om daar de Rijn over te steken naar een stuk onbekend niemandsland.

Bij Mittelheim lag inderdaad een veerpont en die vertrok vlak voor m’n neus. Ik stak nog duidelijk m’n hand op en jawel, hij keerde netjes terug om me alsnog aan boord te laten. Een onverwachte service. Op de tijdentabel zag ik dat de volgende pas over een uur ging. Bij deze een dikke pluim voor de Mittelheimer pontici.

Op luchtfoto’s van Google heb ik het nog eens nagemeten, de Rijn is daar ruim 700 meter breed. Nu snap ik ook waarom ik aan het Mississippi-album van Lucky Luck moest denken.

Aan de andere kant was het beduidend rustiger. Sterker nog na Ingelheim had ik een prachtig geasfalteerde voormalige spoorbaan geheel voor mezelf. Dit niemandsland bleek een wijngebied te zijn, en niet zo’n kleintje. Overal ranken, terwijl de heuveltjes er maar minimaal zijn. In de mini-gehuchten stonden overal maxi-wijnvaten. Dit leek mij duidelijk de Duitse versie van de Médoc of Champagne.

Begin met Kaart | Vervolg

1160-Dubbelstad

Ludwigshafen heeft 170.000 inwoners en Mannheim 310.000. En die liggen met een stel Rijnbruggen tegen elkaar geplakt. Bij elkaar dus een agglomeratie van bijna een half miljoen inwoners. Genoeg om er in een grote boog omheen te fietsen.

Dat deed ik echter niet, in de hoop dat het Dom-tot-Dom-pad me op een confortabele manier door Ludwigshafen zou loodsen. Dat ging inderdaad vrij goed. Na Worms eerst wat mooie bospaden en daarna een set aantrekkelijke Rijndijken. Vrijwel alleen natuur en zicht op grote schepen. Pas 8 km voor Ludwigshafen ging het even mis. Door een afwezig bordje belandde ik op een raffinaderij waar ik niet verder kon.

Dus even terug, en al snel pakte ik het pad weer op. Ludwigshafen is de 2de stad van Rheinland-Pfalz, alleen de hoofdstad Mainz is groter. LU (zoals op de kentekens staat) is een echte woonwerkstad met een saai centrum. Voor mij een reden om de noordelijkste Rijnbrug te pakken en in Mannheim te kijken.

MA is de 2de stad van Baden-Württemberg, in dat Bondsland is alleen Stuttgart een stuk groter. Net als de meeste steden in Baden is dit ook een kuurstad, het zou dus best Bad Mannheim kunnen heten. Hier was meer cultuurschoon te bewonderen, maar het blijft een drukke stad met veel verkeer door het centrum. Voor fietsers niet echt een probleem, er zijn fietsstroken en paden in overvloed. Het opvallende gebouw hiernaast vond ik mooi. Via het Internet begrijp ik dat dit een sterrenwacht is.

Met de zuidelijkste brug ging ik weer terug naar de westkant van de Rijn. Toch opvallend dat de centra van zulke grote steden nog geen kilometer van elkaar liggen. 5 km zuidelijker hield alle bebouwing op en fietste ik weer over Rijndijken. Hier verschenen ook campings, de eerste echte die ik deze tocht zag. Alleen aan de noordkant van Koblenz en de oostkant van Rüdesheim had ik wat kampeerwagens gezien, maar dat stelde weinig voor.

Op die slingerdijken was het behoorlijk druk met Zaterdagsfietsers. Het was inmiddels prachtig zonnig weer en wie wil daar nu niet van genieten?

Begin met Kaart | Vervolg