Site-archief

Feb-05: L’Anjou

Inmiddels is het vrijdag 20 september en ging ik eerst even opzoek naar een ontbijt-verstrekker. Net als in Blois geen enkel probleem. Een paar honderd meter van het hotel had ik al een soort broodjesbar met wat ik hebben wilde gevonden. Het was ’s ochtends nog wel wat fris en dus hield ik mijn jas tijdens dit ontbijt aan. Ook al omdat het iets was met een open eind aan de straat.

Het was een populair zaakje en elke paar minuten kwam er wel iemand binnen voor een koffie met of zonder versgesmeerd broodje. Ze gingen met het spul ook weer net zo snel weg. Fransen hebben in dit soort grotere steden inmiddels net zoveel haast als Amerikanen en de rest van de wereldbevolking. Alles moet ‘to go’ zijn. De enige die de tijd had was ik, want iemand moet toch de Franse traditie van ‘slow food’ hoog houden.

Ik fietste vervolgens verder westwaards en vond een heerlijk rustig weggetje. Zo rustig dat ik een vaag vermoeden kreeg dat ik op iets doodlopends zat. Aan het eind zag ik een spoor via een spoorbrug de Loire kruisen. Ik had nog enige hoop gevestigd daarlangs over te kunnen steken, maar helaas. Mijn weg zat klem tussen de Loire en de Cher en via die laatste ben ik weer een kilometer of 5 retour gefietst om de eerste Cher-oversteek bij Savonnières te nemen. Daar zag ik aan de overkant een groep fietsers, die netjes de Loire-route volgden en niet in de Loire-Cher-vuik gelopen waren. Aan de andere kant had ik 10 km heerlijk gefietst en was er maar 1 auto tegen gekomen.
Lees de rest van dit bericht

Nov-02: 0849 Magde-Burg

In Sangerhausen was het ochtends maar enkele graden warmer, maar dat had niet mijn aandacht. Als eerste bekeek ik goed mijn achterwiel. En wat ik gistermiddag al dacht; ik had een onthoofde spaak. Bij deze fiets, die behoorlijk dikke spaken heeft, was dat de eerste na zo’n 15.000 km. De boosdoener was waarschijnlijk dat stuiterpad tussen Hassleben en Sömmerda. Na wat heen en weer karren en veel rondvragen had ik zo ongeveer de hele stad bekeken en niemand wist me ook maar iets te wijzen wat op een fietsenmaker leek. ‘Nee, die hebben we hier wel gehad’ was het best haalbare resultaat. Doorfietsen met een gebroken achterspaak leek me niet verstandig, want dan gaan er vast nog een paar.

Rond half 11 pakte ik daarom de trein naar Magdeburg. In die grotere stad zal zeker meer te vinden zijn op fietsgebied. Zoals gebruikelijk sleepte deze regional express ook een hele fietsenstalling mee en er was voldoende ruimte voor mijn fiets. Toch moest ik daar nog een klein ‘gevecht’ voor leveren. Alle klapstoeltjes in het fietsendeel waren bezet door een stel jongeren die het midden hielden tussen rockers en voetbalsupporters. De rest van de trein was helemaal niet zo vol. Uiteindelijk gingen 3 van deze figuren op een andere plek zitten, zodat mijn fiets kon staan waar die hoorde. Zelf ging ik iets verderop zitten en had ik door de hoogte goed zicht op m’n fiets.

Lees de rest van dit bericht

Fietsvakantie 2003 deel 3

In Lich trof ik Licher bier, maar ook een heel leuk stadje met flink wat Fachwerk-huizen. Ik kwam daar via een wat gedwaal waarbij ik door het mooie klooster Arnsbach kwam. Inmiddels had ik bedacht om tot de Duitse wadden-eilanden te fietsen, de koers bleef dus min of meer richting noord. Dit leek onhandig met de noord-oosten wind, maar dat was het niet. Zo had ik een prima Airco tegen het niet aflatende zonnige en vooral zeer warme weer. In het centrum van Giessen zat een setje agenten achter een tafel, bezig met het gratis afstellen van fietsen. Wat is hier aan de hand in dit voormalige autoland?

Naar Marburg lag ook al zo’n fraaie route, nu langs de Lahn. Hier zag ik een creatieve truck om aan te geven dat fietsers niet met een doodlopende weg te maken hebben. De Lahn ging door het mooie Marburg. Die dinsdag eindigde ik in het Sauerlandse Frankenberg, een heuveltop met een zwerm vakwerk-huizen er op. Het had maar 2 hotels en de goedkoopste was 48 Euro incl. ontbijt. Voor mij dus de duurste van deze vakantie. Bij de plaatselijke Italiaan werd dit op het voedsel direct terug-verdient. Hun uitstekende huis-salade werd in een schaal ter grote van een flinke afwasteil geserveerd. De kosten waren minimaal en de eerste 5 dagen hoefde ik geen groente meer.

De rivieren waren nog niet op. Vanaf Frankenstein fietste ik langs de Eder naar Korbach. Hier liepen aardig wat Nederlanders rond, zeker op zoek naar Frits. Vervolgens kwam ik nog door Brilon wat een mooier stadje is. In Lippstadt aan de Lippe sliep ik nadat ik een beetje deelgenomen had aan hun jaarlijkse zuipfeest. Ze hadden er prima weer voor. Tot laat in de avond bleef het warm en de tijdelijke biertenten hadden een flinke omzet.

Rond Lippstadt is het helemaal vlak. Een groot verschil met de dagen er voor. Deze dag begon het pas te stijgen bij Bielefeld. Hier reed ik het Teutoburgerwald in. Voor Enger zag ik een opvallende molen. Precies een maand later hoorde ik op de WDR-TV dat dit de Liesbergmühle was. In dat programma hoorde ik ook dat Bunde beroemd was voor de sigaren-handel. Zo schijnt daar de grootste sigaar te liggen en wordt er jaarlijks 20 miljard Euro aan accijnzen door een klein douane-kantoor geïnd. Met ca. 4000 inwoners is dat geen slechte score. Ik heb er wel wat rondgekeken, maar mij was dat niet opgevallen.

Bad Essen leek me een leuke plaatsnaam om te overnachten. Helaas was alles vol, op wat zeer dure kamers na. In overleg begreep ik dat in Bohmte (6km noordelijker) een hotel was dat beter bij me paste. Dat bleek nog zo te zijn ook. Ik heb er prima geslapen nadat ik er flink geboomd had met de waard. Hij had wat goede tips, onder anderen over de magneetbaan langs de Eems. Ik bedacht de koers dus wat te wijzigen. Eerst ben ik nog wel over de Moors (veenachtig moerasgebied) via Damme naar Cloppenburg gegaan. Daar is een openlucht-museum. Ik had geen zin om in de warmte achter een lange rij wachtenden aan te sluiten. Daarbij komt dat heel Duitsland deze vakantie een soort openlucht-museum voor me was. Hier sloeg ik linksaf richting Eems, waarbij ik die dag uitkwam in Werlte.

Ik wist dat de testopstelling van de magneetbaan al ruim 10 jaar net iets ten oosten van Groningen ligt. Afgelopen jaar was ik er dus vlak langs gekomen. Nu pas zag ik dit geval voor het eerst. Het betreft een baan van 35km waar een prima fietspad langs ligt. Helaas was het een zaterdag en viel er weinig te beleven. De magneettrein reed dus niet. Daarna heb ik nog een stuk langs de Ems gedwaald om zodoende in Papenburg te komen. Volgens de waard van Bohmte was dat een aardig stadje. Zelf vond ik dat wel meevallen, het deed wat Nederlands aan met 1 lange gracht er door.

De laatste tip van die man sprak mij ook erg aan, namelijk de scheepswerf van Meyer waar enorme cruise-schepen gebouwd worden. Ze doen dat in een enorme hal, die op dezelfde zaterdag ook dicht was. Naast de hal lag niets, dus dat schoot ook weinig op. Kortom een prima route maar 1 dag te laat. Dat wederom de Duitse winkels op zaterdagmiddag gesloten waren deed me besluiten om naar het wereldsere Groningen te fietsen. Met temperaturen rond de 30 graden is een supermarkt met frisdrank-voorraad zeker geen luxe. Vanuit Duitsland was een prima fietsroute richting Bellingwolde. De Duitse fietsbordjes stonden zelfs tot in dit dorp. Hier was alles open en kon ik nog weer even vooruit. Eerst nog door Winschoten gegaan dat met een 3-tal stadsmolens zeker een bezoek waard bleek. Ik besloot te eindigen in Delfzijl aangezien ik daar nog nooit geweest was. Die havenplaats viel wat tegen, maar ik vond er wel een aardig Bed en Breakfast-pensionnetje.

Thuis had ik nog wat te doen en mijn vakantiedagen raakten op. Ik bedacht dan ook deze rit in Assen af te sluiten. Uitfietsen via het Damsterdiep bleek een goede keus. Daarbij kwam ik door het aardige Appingedam en nog een stel kleine rustige dorpjes. Ik had al flink wat windmolens gezien, maar die van Woldersum vond ik nog het mooiste. Een normaal mens komt hier niet, maar door mijn gedwaal reed ik er pardous langs. Op deze foto is ook goed te zien hoe mooi het weer was; 30 graden en geen wolk te bekennen. Ik trof het dus goed, want dit was al ruim 2 weken gaande.

Na Zuidlaren had ik een bosroute richting Assen. Daarin zat een stuk geasfalteerd betonplatenpad met van die vervelende overgangen. Het duurde niet lang of ik hoorde mijn achterwiel aanlopen. Met nog maar 12km voor de boeg wilde ik er niet naar kijken trapte door zon lang zolang het ging. Op het station van Assen zag ik dat een stuk van mijn achternaaf afgebroken was waardoor enkele spaken in het luchtledige hingen. De kans is natuurlijk groot dat dit te maken had met mijn eerder spaak-probleem voor Reims. Dat ik er nu pas last van had mag een wonder heten. Gedurende de laatste 1600km van mijn vakantie heb ik er geen enkele hinder van gehad.

Verslag deel 1 | Verslag deel 2| Foto’s deel 3

Fietsvakantie 2003 deel 1

Fietsvakantie 12 Mei – 1 Juni 2003.

Net als een jaar eerder, bedacht ik ook nu naar Schotland te gaan om hun millennium-aanwinst te bekijken. Door de stijging van de Euro was het daar een stuk goedkoper geworden. Helaas regende het er flink en dat zou nog veel meer worden. Koud was het er ook, dus op het laatste moment heb ik (op maandag 12 mei) toch maar de trein naar Maastricht genomen. Niet dat de vooruitzichten daar zoveel beter waren, maar ik kon er op z’n minst nog een trein pakken richting warmer.

Het viel er mee, geen regen en een graad of 17. Prima voor een klein stukje infietsen. In de laatste maanden was ik niet verder gekomen dan een paar ritjes van 30km. Op de Belgische TV had ik rond kerst iets gezien over een mini-stadje genaamd Durbuy. Het leek me leuk om dat eens te bekijken. Ik wilde Luik ontwijken, maar dat lukte niet erg. Voor ik het wist reed ik door Jupille, wat het bier-voorstadje van Luik is. Dan maar eens goed het centrum van Luik bekijken, en dat viel best mee. Een deel lag op een eiland in de Maas.

Vanaf Liège was een mooi en rustig fietspad langs de Ourthe. Durbuy was me net te ver. In Poulseux – een gehucht met 1 kroeg, 1 frituur, 1 stationnetje – stond ook 1 nieuw hotel. Na bijna 80km kwam dat goed uit. De volgende morgen zag ik dus Durbuy. Het stadje was inderdaad heel aardig met een aantal leuke oude straatjes en een slot. Verder veel veel-sterren Hotels en een berg oudere bezoekers.

Tot Hotton heb ik de Ourthe gevolgd, daarna kwam ik bij de Lesse terecht. In Rochefort heb ik overnacht. Best een aardig stadje. Iets verder lag het bekendere Han, maar daar was in de vroegte weinig te beleven. Het weer was nog goed, dus maar genieten van de groene Waalse Ardennen. Dit bosrijke deel van Wallonië is vrijwel geheel leeg. Ik fietse op een prachtig N-weg waar ik hooguit 1 auto per kwartier zag. Voor Rochefort had ik al een paar felle buitjes gehad, maar dat was niets veregeleken met de bui die in de Franse Ardennen trof. Flink wat bliksem en een witte weg van de hagel. Gelukkig duren dit soort hevige buien zeer kort en even later was het weer weer prima en vooral zonnig. In Charleville-Mézières was ik lang geleden al eens geweest, ik herkende er weinig. In het centrum vond ik mooi achteraf hotel waar ik alleen vogels hoorde fluiten, van het drukke autoverkeer was niets te merken. Donderdag 14 mei wilde ik naar Soissons gaan, daar schijnen wat mooie oude kerken te staan. Met 23 graden was het lekker fiets weer.

Bij de Aisne aangekomen hoefde ik alleen maar met de wind in de rug zo’n 70km naar het westen. Helaas trof ik een flink gat in het asfalt. Dwz ik zag dit gat te laat en wist m’n voorwiel nog net op te trekken. Het achterwiel ging er vol in. Met een gangetje van 30km/h en 10kg bagage was dat fataal voor een spaak. Daarbij liep het wiel aan. Zelf kon ik de slag er maar gedeeltelijk uit krijgen. De spaak die aan de tandwiel-kant zat was doormidden gescheurd. Langs de Aisne was geen fietsenmaker te vinden. Garages konden me ook niet helpen. Na 15km kwam ik een fietsend echtpaar tegen wat uniek is want dit waren zo ongeveer de eerste fietsers die ik na Maastricht zag. Zij hadden prachtige nieuwe racefietsen en loodsten me naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker, zo’n 25km zuidelijker in Reims. Het bleek dat zij fietsen voor deze winkel aan het testen waren. De zaak had net zoveel fietsen als de 5 grootste fietsenwinkels van Alkmaar bij elkaar. Dit was zeer strijdig met de afwezigheid van fietsers in (en rond) deze busstad. Ik werd wel meteen geholpen en was blij toe.

In Reims was het inmiddels 17 uur en ik besloot er te overnachten; Soissons moet maar wachten op een volgende keer. In 2001 was ik ook al in Reims geweest en had ik er de grote cathedraal van binnen bekeken. Nu was het weer veel mooier en kon ik wat foto’s van de buitenkant maken. De volgende dag ging ik verder richting zuid. Deze dag was zonnig en via een Route Champagne kwam ik via leuke kleine plaatsjes uit in Sezanne. Een dag later zag ik nog steeds van die Route Champagne borden. Of ze staan daar overal, of ze hebben mijn smaak als het gaat om mooie weggetjes.

Langs de Seine kwam ik in Troyes. Hier was ik ook al eens geweest en veel was nog herkenbaar. De oude vakwerk-huizen stonden er nog en de steegjes waren nog even smal. Het is goed te merken dat deze stad banden heeft met Alkmaar, her en der kwam ik vertrouwde fietsenrekken tegen.

Zondag 18 mei was betrokken maar droog. Via de TV begreep ik dat er een zootje rot weer aan kwam en ik probeerde dat te ontfietsen door naar het zuid-oosten te gaan. Dit bleek een heel mooi fiets-gebied te zijn, waar ik wederom van die Champagne borden zag. Ik had mijn zinnen gezet op Chaumont en dat lukte maar net. 2km voor die stad, bij dit spoorweg-viaduct begon het enorm te regenen. De volgende morgen begon met veel regen en Chaumont nodigde niet uit voor nog een dagje. Op het station zag ik dat er binnen 15 minuten een regionale trein richting Basel vertrok.

Foto’s deel 1 | Verslag deel 2 | Verslag deel 3 met Routekaart